100 jaar geleden: Vergissing van Troelstra in Rotterdam

Het is 11 november 1918. In het Algemeen Verkooplokaal aan de Goudsesingel in Rotterdam roept Pieter Jelles Troelstra op tot revolutie. De voorman van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) wil dat de regering de macht overdraagt aan de sociaal-democraten. Troelstra denkt dat de tijd in Nederland rijp is voor een proletarische revolutie. Dit in navolging van andere Europese landen.

“Verzuim het ogenblik niet, grijp de macht die u in den schoot wordt geworpen, en doet wat gij moet en kunt doen”, zegt Troelstra in zijn toespraak in een bomvol Verkooplokaal. Deze gebeurtenis is de geschiedenisboeken in gegaan als ‘de Vergissing van Troelstra’. Deze week is het 100 jaar geleden dat Troelstra de machtsverhoudingen verkeerd inschat.

Rotterdam

Rotterdam is niet voor niets de plek waar Troelstra de revolutie uitroept. Er is een grote socialistische aanhang onder arbeiders. De Eerste Wereldoorlog duurt al vier jaar en ondanks dat Nederland neutraal is, zijn de gevolgen merkbaar. De handel valt vrijwel stil en dat leidt tot werkloosheid in de haven en honger in de stad.

In omliggende landen zijn al revoluties uitgebroken. In 1917 grijpen de communisten de macht in Rusland. In 1918 zijn er opstanden in Oostenrijk en Duitsland. De socialisten in Nederland denken dat ook hier de tijd rijp is voor revolutie. De SDAP (de voorloper van de Partij van de Arbeid) zit in de regering en Troelstra’s gevoel is dat de onvrede zich tegen de partij kan keren.

Ondertussen voelt de Rotterdamse burgemeester Zimmerman ook aan dat er een revolutie in de lucht hangt. Hij is er bang voor en vraagt op 9 november 1918 twee raadsleden van de SDAP om medewerking bij de machtswisseling. De raadsleden geloven hierna dat de revolutie niet meer te stoppen is. Zelfs de autoriteiten houden er rekening mee!

Manifest

Via de voorzitter van de Rotterdamse afdeling van de SDAP nemen de twee contact op met de landelijk leider Pieter Jelles Troelstra. Die is enthousiast en schrijft een manifest met eisen. Hij wil een achturige werkdag, volledige werklozenzorg, staatspensioen voor zestigplussers, invoering van algemeen vrouwenkiesrecht, een oplossing voor de woningnood en onmiddellijke demobilisatie.

Op maandag 11 november 1918 komt Troelstra naar Rotterdam. Zijn toespraak in het Volkslokaal aan de Goudsesingel is een gloedvol betoog: “Hier noch elders woonde ik ooit een avond bij van zo grote, historische betekenis als deze: wij komen hier om te spreken op het ogenblik, dat ook ons, de arbeidersklasse, de macht in handen zal geven! Bezoedelt deze grote tijd niet door onwaardige daden; laat er eenmaal worden gezegd: het Nederlandse proletariaat toonde zich berekend voor zijn taak, de Nederlandse proletarische revolutie is geweest het gloriepunt in de geschiedenis van Nederland!”

Militaire bewaking

Het publiek gaat rustig weg na de bijeenkomst. Toch laat het gemeentebestuur van Rotterdam het stadhuis en andere belangrijke openbare gebouwen door militairen bewaken. De verkoop van sterke drank wordt aan banden gelegd.

SDAP-leider Troelstra is de volgende dag weer in Tweede Kamer. Hij houdt er een uren durende rede. Meteen daarna komt de ministerraad bijeen. Het kabinet besluit om zich tegen een machtsovername te verzetten en stuurt opnieuw extra troepen naar Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.

Tegenactie

Ondertussen is een er tegenbeweging ontstaan. De kerk roept gelovigen op niet naar geweld te grijpen en de regering en het koningshuis trouw te blijven. Op donderdag 14 november 1918 organiseren de kerken in Rotterdam samenkomsten in de stad, onder meer in het Verkooplokaal en de Sint Laurenskerk. Duizenden katholieken en protestanten komen erop af. Ze verklaren zich loyaal aan de regering en Oranje.

Die donderdag krabbelt Pieter Jelles Troelstra terug. In de Tweede Kamer zegt hij: “Het woord staatsgreep is door mij in het geheel niet gebruikt.” Troelstra voelt zich verslagen en gaat naar huis. In zijn Gedenkschriften schrijft hij later: “Toen ik Donderdagmiddag uit de Kamer thuis kwam, was ik geheel uitgeput. Mijn krachten begaven mij...Het was geen politieke ziekte, die mij de volgende dag dwong thuis te blijven. Ik voelde mij een gebroken mens.”

Gevolg

De revolutie is er dus nooit gekomen. Maar zijn actie heeft wel gevolgen. Er komen sociale wetten. Havenarbeiders krijgen een achturige werkdag, een vrije zaterdagmiddag en een gedeeltelijke afschaffing van de nachtarbeid.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws vergetenverhalen
Deel dit artikel: