PORTRET

Hoe meneer Choy de Chinese gemeenschap in Rotterdam een gezicht gaf en verenigde

Meneer Choy krijgt onderscheiding van politieagent in Rotterdam
Meneer Choy krijgt onderscheiding van politieagent in Rotterdam © Privé
Wie aan de Chinese gemeenschap in Rotterdam denkt, denkt aan Chinatown: het gebied rond het Kruisplein in Rotterdam-West met de restaurants en toko’s. De gemeenschap zelf staat bekend als teruggetrokken, op zichzelf, hecht. Dat is al lang niet meer zo. Een van de mensen die de Chinese Rotterdammers een gezicht heeft gegeven en heeft geprobeerd ze te verenigen is meneer Choy.
Meneer Choy groeide op in een groot gezin. Zijn vader was Chinees, zijn moeder Nederlands. De opvoeding was grotendeels Nederlands, heel soms kwam er Chinees eten mee naar huis uit zijn vaders restaurant. Daar moest hij op vrije dagen altijd helpen.
Later werd hij bedrijfsleider in andere Chinese restaurants. Met restaurant Hong Kong was hij één van de eersten die de originele Cantonese keuken hier in het centrum introduceerde, in plaats van het Nederlandse Chinees dat overal werd gemaakt.

Van gemeenschap naar concurrentie

Het originele Cantonese eten was een groot succes, maar dat zagen ook de andere Chinese restaurants. Er kwam een concurrentiestrijd, werd gestunt met prijzen en keukenpersoneel werd weggekocht met de belofte van een beter salaris. Omdat koks altijd in hechte teams werkten, kon het gebeuren dat je van de ene op de andere dag je hele keukenploeg kwijt was aan een restaurant om de hoek.
Meneer Choy zag de Chinese gemeenschap veranderen. In de tijd van zijn vader liepen restauranteigenaren nog bij elkaar naar binnen om een baal rijst of duizend gulden te lenen. Met de komst van welvaart verdween een deel van de cohesie en het vertrouwen in elkaar. “Iedereen wordt rijker, alles wordt makkelijker, dus we hebben elkaar eigenlijk niet meer nodig.”
Meneer Choy in Hongkong
Meneer Choy in Hongkong © Privé
Die verandering komt ook door geslaagde integratie. Doordat jonge Chinese Rotterdammers de taal spreken en gewoon kunnen studeren en werken, is die generatie een stuk zichtbaarder. En minder afhankelijk van de eigen gemeenschap.

Berovingen in Chinatown

Eind jaren 90 lukte het meneer Choy om de gemeenschap massaal op de been te krijgen. De West-Kruiskade in Rotterdam was die jaren geen veilige plek. “Het liep daar verschrikkelijk uit de hand. Het was al bekend dat Chinezen veel centjes op zak hadden. Criminelen dachten: daar valt veel te halen”, vertelt meneer Choy.
“Eerst ging het nog zachtaardig. Als je in de auto stapte werd de deur opengehouden: ‘Geef me maar eventjes je portemonnee.’ Later werd het kwaadaardiger. Een mes op tafel of een pistool op je kop. Bijna dagelijks werden er tien, twintig mensen beroofd.”
Voor meneer Choy was de druppel toen twee van zijn eigen mensen van hun gouden kettinkjes werden beroofd met een mes op de keel. Choy vroeg de voorzitter van de Chinese ondernemersvereniging, in die tijd een oude en goede vriend, naar de gemeente te stappen.
Die wilde niet, hij was net bezig met een project om een nieuw Chinatown op Katendrecht te bouwen en zei bang te zijn voor gezichtsverlies. “Ik zeg: weet je wat jij moet doen? Jij moet nu de deur uit gaan en nooit meer bij mij binnenkomen. Je bent voor mij geen voorzitter meer en ook geen vriend meer.”
Meneer Choy schreef op papier wat er mis was en dat er iets moest gebeuren. Een collega liep samen met de eigenaresse van viswinkel Tai Yik de West-Kruiskade over om handtekeningen te verzamelen.
Er volgde een aantal besprekingen met ondernemers en de Chinese bevolking in de omgeving. “Toen bleek dat er al meer dan honderdvijftig mensen benadeeld waren op die manier. Maar die hadden nooit aangifte gedaan.”

Protestmars naar het stadhuis

De brief met handtekeningen ging richting burgemeester Ivo Opstelten. Er kwam een kort, schriftelijk bericht terug. Het was allemaal niet waar, want de criminaliteitscijfers zeiden iets anders.
Toen is meneer Choy samen met anderen een protestmars gaan organiseren. “We stonden voor de eerste keer in de hele geschiedenis met 1500 Chinezen voor de deur van het stadhuis.”
Verslag van de protestmars van Rotterdamse Chinezen
Verslag van de protestmars van Rotterdamse Chinezen © Reformatorisch Dagblad, 6 februari 2001
Na de protestmars mocht meneer Choy langskomen bij de burgemeester en de hoofdcommissaris. Die wilden weten hoe hij aan die aantallen kwam, want er waren nauwelijks aangiftes.
“Ik zei: meneer de burgemeester, een deel van deze mensen is illegaal, die gaan niet naar het politiebureau. Een ander deel heeft daar geen tijd voor. Dan gaat het om een horloge of om een ketting van een paar honderd gulden. Als het nou tien- of twintigduizend was, dan wordt het wel anders.”
Meneer Choy stelde voor om illegalen eenvoudig de gelegenheid te geven aangifte te doen bij een kleine politiepost op de West-Kruiskade en op het bureau op het Eendrachtsplein. Alleen voor de cijfers, zonder gevolgen voor de illegalen.
Het duurde even, maar de West-Kruiskade werd veiliger. “Ik durf nu met een tientje in mijn hand te lopen en misschien is er een of andere gekke junk die dat uit mijn handen durft te rukken, maar het is niet meer de crimineel. Daar ben ik blij om.”

Invallen door de inspectie

Meneer Choy denkt dat de protestmars niet alleen de eerste, maar ook de laatste keer was dat de gemeenschap zo eensgezind was.
In 2003 deden politie, UWV, de Belastingdienst en de Keuringsdienst van Waren een gezamenlijke inspectie in vier Chinese restaurants tegelijk. Dat gebeurde vaker. Op het meeste drukke moment 's avonds kwamen ze binnen. “De zaak zat hartstikke vol, er mocht niemand meer in of uit, de koks moesten stoppen met werken en hun handen werden met tiewraps achter de rug gebonden.”
Het restaurant van Choy werd overgeslagen, zijn buurman moest de controle wel ondergaan. “De vuren in de keuken stonden nog gewoon aan. Een van de ongeboeide kelners rook iets en was brutaal genoeg om naar de keuken te lopen om het vuur uit te zetten. Die wokken stonden roodgloeiend.”
De buurman vroeg meneer Choy of er iets tegen te doen was. Die stelde opnieuw voor de burgemeester aan te schrijven en vroeg zijn buurman zijn handtekening onder de brief te zetten, liefst ook van al het personeel.
Daarna ging hij naar de andere restaurants die de inspectie hadden gehad, maar daar wilde niemand tekenen. Ze zeiden dat het te veel gedoe was, maar achteraf bleek dat ze niet wilden tekenen omdat de buurman van meneer Choy al had getekend. “De eigenlijke reden was angst voor represailles, zakelijke afgunst, concurrentie en mogelijke negatieve publiciteit.”
Meneer Choy met zijn vader in China
Meneer Choy met zijn vader in China © Privé

Chinese markt

Soms lukte het ook wel om iets voor de hele gemeenschap te doen. In 2001 organiseerde Choy samen met anderen een grote Chinese markt op de Westersingel, ter ere van Rotterdam als Culturele Hoofdstad. De hele Westersingel stond drie dagen lang vol met artiesten, tentjes en kraampjes, van Chinees eten tot Chinees porselein.
Het eerste jaar kwamen er 30 duizend mensen per dag, dat verdubbelde in een paar jaar tijd. Na vijf jaar stopte Choy en nam iemand anders het over. “Wij stopten er jaren ziel en zaligheid in, hij ging er met de eer vandoor. Dat heb je met Chinezen. Er is veel kortzichtigheid, veel egoïsme. Men is alleen maar met zichzelf bezig.”

Chinees Nieuwjaar

Dat merkt meneer Choy ook bij het organiseren van het Rotterdam Chinese New Year. Dat doet hij al jaren, samen met anderen. Niet omdat het iets oplevert, maar omdat het leuk is om de Chinese cultuur over te dragen en anderen het mee te laten beleven. Toch is het steeds moeilijker om daar sponsoren voor te vinden. "Men gaat er vanuit dat er veel aan verdiend wordt, maar het kóst ons alleen maar geld.”
Rotterdam Chinese New Year
Rotterdam Chinese New Year © archief
Ook achter de schermen stond meneer Choy altijd klaar om te helpen. In de tijd dat hij bij restaurant Hong Kong werkte, vulde hij voor honderden Chinezen hun belastingformulieren in. “Inkomsten, kinderbijslag, al dat soort dingen. En dat waren allemaal mensen met kinderen die hier op de middelbare school zaten. Die spreken Nederlands en konden dat best, maar ze kwamen allemaal naar mij toe. Ik wist het ook allemaal niet, ik heb het ook uit moeten zoeken. Maar ik heb altijd gezegd: tussen 15:00 en 17:00 uur is het rustig in de zaak, dan kunnen jullie bij me langskomen.”
Meneer Choy is inmiddels met pensioen, maar hij kookt nog steeds. Thuis voor familie en vrienden, als je geluk hebt kun je zijn eten proeven als hij weer eens vrijwillig kookt op een thema-avond in verhalenhuis Belvedere op Katendrecht. Voor, en namens de gemeenschap.

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl