Duizenden geallieerde bommen op Rotterdam in bezettingstijd

Dat Rotterdam getroffen is door Duitse bommen is algemeen bekend. Maar ook de geallieerden hebben duizenden projectielen op de stad laten vallen. De Britse en Amerikaanse bombardementen zijn nu voor het eerst allemaal in kaart gebracht in het boek Target Rotterdam van Jac. J. Baart en Lennart van Oudheusden.

Al vijf dagen na de capitulatie begon het Britse bombardementsoffensief. Tot aan de bevrijding vielen 1029 burgerdoden in de regio Rotterdam door ‘friendly fire’. In die vijf jaar oorlog zijn er door geallieerde luchtmachten meer dan 7300 brisantbommen en 42.000 brandbommen afgeworpen op de regio Rotterdam. Dat gebeurde op 250 verschillende dagen en nachten.

Jac. J. Baart en Lennart van Oudheusden deden jaren onderzoek in onder meer archieven in Rotterdam, Londen en Washington. Het resultaat van hun jarenlange speurwerk is het standaardwerk Target Rotterdam, dat op vrijdag 16 november wordt gepresenteerd.

Compleet verhaal

Lennart van Oudheusden: “Het is het verhaal van officiële kant, aan de hand van Britse en Amerikaanse archiefstukken, maar ook het persoonlijke verhaal van mensen die het hebben meegemaakt. Zowel van de mensen die de bombardementen ondergingen als van de geallieerde bemanningen die de bombardementen moesten uitvoeren.”

Bombardementen waren niet gericht op burgers. Doelwit voor de Britse en Amerikaanse luchtmacht waren scheepswerven, havens, vliegveld Waalhaven en de olieopslag. “Het ging vaak mis met het richten van die bommen, zodat de bommen onbedoeld op woonwijken vielen”, aldus Van Oudheusden.

Het grootste aantal slachtoffers bij een geallieerd bombardement viel op 31 maart 1943 in de wijk Bospolder-Tussendijken. Amerikaanse vliegtuigen hadden de werf Wilton-Fijenoord in Schiedam als doel. Een verkeerde doelwitidentificatie van de leidende bommenrichter en verkeerde informatie over de windrichting resulteerde erin dat de bommen op de woonwijk terechtkwamen. In Bospolder-Tussendijken en in Schiedam kwamen die dag 427 mensen om het leven.

Gespje

Auteur Jac. J. Baart is bij het onderzoek naar de bombardementen veel dramatische details tegen gekomen in het politiearchief dat is ondergebracht bij het Stadsarchief Rotterdam. “Bijvoorbeeld van een man uit de Taanderstraat die na het bombardement van 31 maart 1943 zijn vrouw en twee dochtertjes moet identificeren. Hij krijgt een teil voor zich gezet met stoffelijke resten. Hij herkent een gespje van een jurkje van één van zijn dochtertjes en nog wat dingetjes. Zodoende kan hij de politie meedelen dat het inderdaad zijn vrouw en twee dochtertjes betreft.”

Baart kan er niet over uit: “Er was geen traumateam bij, er was geen slachtofferhulp. Die mensen hebben dat doorstaan, die moesten door. Dat verbaast mij nog steeds dat dat kon zonder de hulp die we nu kennen. Ze deden het gewoon, ze hadden ook geen keus, het was een andere tijd en een andere generatie.”

Onthullend

Maar niet alleen het Rotterdamse politiearchief was onthullend. Baart en Van Oudheusden zijn samen tien dagen in Washington geweest voor onderzoek in de Amerikaanse archieven. “We zaten daar ’s morgens al de op stoep als de deur open ging en moesten er ’s avonds uit geschopt worden”, vertelt Baart.

“We hebben daar dozen open gemaakt die in 1947 dicht gegaan zijn. Er zaten foto’s in die nog nooit gepubliceerd zijn van hoofdzakelijk het bombardement van 31 maart 1943. Je ziet de eerste bommen uit het luik van een bommenwerper vallen en op de laatste foto zie je de laatste bommenwerper wegvliegen boven Rotterdam met alle paddenstoelen van de explosies boven Delfshaven.” De foto’s zijn door de Amerikaanse luchtmacht gemaakt.

Breder dan Rotterdam

De auteurs beschrijven in Target Rotterdam alle bombardementen op de regio Rotterdam door Engelsen en Amerikanen. Onder die regio vielen naast Rotterdam ook Schiedam, Hoek van Holland, Vlaardingen, Maassluis en Brielle. “Het is onmogelijk om alleen voor Rotterdam te kiezen”, zegt Baart. “Piloten zagen geen gemeentegrenzen. Om een voorbeeld te noemen, bij een bombardement op Wilton Fijenoord vielen de bommen van Overschie tot in Brielle.”

Dat de werf van Wilton Fijenoord in Schiedam doelwit was, ligt voor de hand. Wilton was niet alleen scheepswerf maar ook machinefabriek. Er werden ook onderdelen gemaakt voor Duitse onderzeeboten. Met name in de eerste maanden van 1943 waren de U-Boten een groot gevaar voor de geallieerde scheepvaart op de Atlantische Oceaan. Daardoor kwam de werf dat jaar hoger op de doelwittenlijst van zowel de Engelsen als de Amerikanen te staan.

De regio Rotterdam was ook regelmatig doelwit van bombardementen vanwege de gunstige ligging ten opzichte van Engelse vliegvelden. De Nederlandse regering in ballingschap in Londen stond achter de bombardementen. “Je ziet dat het echt oorlog was en die wilden ze winnen. Wij kennen nu de afloop van de oorlog en kunnen rustig beschouwen. Van heel veel dingen bij bombardementen wisten ze toen niet hoe erg die mis gingen.”

Missers

Het eerste burgerslachtoffer door Britse bommen tijdens de bezetting viel al in mei 1940. In de nacht van 25 op 26 mei 1940 kwamen bommen terecht op de benzineopslag van de RTM in de Stieltjesstraat op Rotterdam-Zuid. Lennart van Oudheusden: “De bommen kwamen eigenlijk per ongeluk terecht op een doelwit wat wel de moeite waard was. Daarbij komt één man om het leven. Hij is de eerste van meer dan duizend in totaal die in vijf jaar oorlog omkomen.”

Op 24 februari 1945 vielen de laatste slachtoffers onder de bevolking door een geallieerd bombardement. Het doelwit van dit bombardement was de Havenspoorlijn. Hierbij vielen vijf doden. In Target Rotterdam staat het bombardement omschreven:

‘Rond 9:30 uur doken de duikbommenwerpers van 257 Squadron met elk twee 500-ponders omlaag ter hoogte van de Dordtsestraatweg een trein aan te vallen. Het pand Bredeweg nr. 7 werd zwaar toegetakeld en aan de Dordtsestraatweg liep een reeks panden lichte schade op. Van de spoorlijn raakten rails verbogen en er werden stroomdraden van de bovenleiding vernield. Naast de doden vielen er nog vijf zwaar- en acht lichtgewonden.’

Reacties

De bevolking in Rotterdam reageerde wisselend op de bombardementen van de Engelsen en de Amerikanen. “Men klaagde vooral over bombardementen ’s nachts en van grote hoogte”, weet Van Oudheusden. Bombardementen bij daglicht van lage hoogte waren te gevaarlijk voor de bemanningen zelf.

“Rotterdammers waren wel enthousiast over de gedurfde laagvliegaanvallen in de zomer van 1941. Daar zien ze dat de Britse bemanningen hun leven op het spel zetten om die bombardementen te kunnen uitvoeren.” Bij dit soort aanvallen kwamen op 16 juli en 28 augustus 1941 26 Britse bemanningsleden om het leven.

Het boek Target Rotterdam is vanaf zaterdag verkrijgbaar. “Ik denk dat het een compleet werk is en ik ben blij dat we het verhaal van de luchtoorlog boven Rotterdam volledig hebben kunnen opschrijven”, besluit Van Oudheusden.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws vergetenverhalen
Deel dit artikel: