WETENSCHAP

Ruut, de 81-jarige 'Godfather van geluksstudies' heeft niet lang meer te leven: dit leerde hij over geluk

"Je zult me niet vaak jubelend en uitgelaten aantreffen. Ik ben geen type die makkelijk uit zijn dak gaat. Maar daartegenover ben ik ook stabiel."
"Je zult me niet vaak jubelend en uitgelaten aantreffen. Ik ben geen type die makkelijk uit zijn dak gaat. Maar daartegenover ben ik ook stabiel." © Leroy Verbeet
Ruim een halve eeuw lang hield socioloog Ruut Veenhoven (81) zich bezig met geluk. Wat is het? Hoe word je gelukkig? Sinds een paar jaar heeft hij kanker, en weet hij dat hij niet lang meer te leven heeft. Toch werkt hij wekelijks nog zo'n 50 uur ter afronding van zijn onderzoeken. Het onderzoek naar de sleutel van geluk lijkt geen dagbesteding, maar een levensmissie. Met Rijnmond blikt hij terug op de afgelopen decennia.
Moet ik gezonder gaan eten? Ja, daar blijken mensen gelukkiger van te zijn geworden. Moet ik blijven werken na mijn pensioen? Nee, de meeste pensionado's zijn het gelukkigst als ze helemaal stoppen (Veenhoven ziet zichzelf als een uitzondering). Heeft het zin om een gelukstraining te volgen? Ja, de meeste trainingen blijken effectief. Veenhoven ontwikkelde zelf ook een gelukstraining. Je kunt gelukkiger worden door resultaten van geluksonderzoek te gebruiken bij de keuzes die je maakt.
Door alle jaren die Veenhoven besteedde aan dit soort onderzoeken, heeft hij een goed beeld gekregen van wat geluk nu eigenlijk betekent. De standaardvraag - en eentje die hij vaak krijgt - is: 'Hoe word ik gelukkig?'. Veenhoven kan die vraag inmiddels beantwoorden met een lijstje vaste bestanddelen voor geluk: "Geluk zit voor een deel in je genen. Daar kun je dus niet zoveel aan doen. Voor een deel zit geluk in je omgeving en die kun je soms veranderen. En voor een ander deel zit geluk in je eigen gedrag. Wat je zelf van het leven maakt. Levenskunst valt te leren. En of je ergens ook daadwerkelijk gelukkig van wordt, is vooral een kwestie van uitproberen."
Of je ergens ook daadwerkelijk gelukkig van wordt, is vooral een kwestie van uitproberen.
Ruut Veenhoven

'De godfather van geluksstudies'

Rijnmond spreekt Veenhoven begin januari. Het is een regenachtige middag. De socioloog zit aan zijn keukentafel, de kat zit op schoot. Veenhoven woont niet alleen, maar in een woongemeenschap, vertelt hij. Het is een statig pand, bouwjaar 1900, midden in het Groene Hart. Het biedt uitzicht op honderden meters aan uitgestrekte weilanden die worden doorkruist door smalle slootjes. Het dichtstbijzijnde busstation is zo'n half uur lopen.
Wekelijks moet Veenhoven naar het ziekenhuis voor chemotherapie. Hij lijdt aan de ziekte van Kahler, een vorm van bloedkanker die niet meer te genezen is. Desondanks voelt hij zich goed genoeg om zijn levenswerk voorlopig voort te zetten. Hij vult zijn dagen met het ordenen en aanvullen van zijn 'World Database of Happiness'. Dat doet hij deels thuis, in zijn werkkamer, maar ook op de universiteit in Rotterdam. "Ik ben vooral bezig om alles netjes af te leveren. Zodat jongere collega's daarmee verder kunnen werken", legt hij uit.
De database behelst duizenden uitkomsten van onderzoek over geluk, de feitenkennis die we nodig hebben voor het maken van beter geïnformeerde levenskeuzen. Het is het resultaat van decennia onderzoek naar geluk, waar Veenhoven een belangrijk aandeel in had. Hij staat in het veld dan ook bekend als 'De Godfather van geluksstudies'. Een titel waar de socioloog het zelf mee eens is. "Ik was inderdaad één van de eersten", beaamt hij. "Maar", voegt hij toe, "niet de enige."
Ik ben vooral bezig om alles netjes af te leveren. Zodat jongere collega's daarmee verder kunnen werken
Ruut Veenhoven

Kapitalisme en communisme

Veenhovens leven begon in 1942 in Den Haag. Zijn vader was historicus en politiek actief op de rechterflank, zijn moeder was één van de oprichters van de Consumentenbond. "Ieder op hun manier droegen ze bij aan een betere samenleving. En dat idee heb ik ook wel meegekregen", vertelt hij.
Met sociologie weet je hoe de samenleving in elkaar zit en waar de problemen eigenlijk zitten.
Ruut Veenhoven
"Het zat er sowieso wel in, bij mijn generatie. Dat je niet leeft voor de lol, maar dat je ook iets goeds moet achterlaten." Met die instelling begint Veenhoven begin jaren zestig met een studie sociologie aan wat nu de Erasmus Universiteit is. "Met sociologie weet je hoe de samenleving in elkaar zit en waar de problemen eigenlijk zitten", legt hij uit.
"Het antwoord op de vraag: 'wat is een goede samenleving', was in de jaren zestig nogal ideologisch. In die tijd ging het om het verschil tussen kapitalisme en communisme. Heel wat van mijn medestudenten waren knap links en hadden bijvoorbeeld posters van Che Guevara boven hun bed hangen."
"Ik vond al die ideologieën heel mooi klinken, maar voor mij was de echte vraag: hoe leefbaar is het? Hoe gelukkig zijn mensen?"
Hij legt zijn standpunt uit aan de hand van een voorbeeld. "Je kunt van mening verschillen over wat mooie architectuur is. Maar wat een huis een goed huis maakt, is dat je er lekker in kunt wonen. Dus de vraag is: kun je lekkerder leven in het ene of het andere systeem?"
Deze vraag werd het startschot van jarenlange onderzoeken naar geluk in verschillende omstandigheden en verschillende landen. Onderzoeken die hij bundelt in de World Database of Happiness, die nog steeds wordt aangevuld door andere gelukswetenschappers.

Psychologen en keuzevrijheid

Veenhoven vertelt dat alle gegevens in die database mensen in staat stelt om gelukkiger te worden. Dat geluk noemt hij ook wel levensvoldoening. Hij was degene die het begrip geluk als eerste op die manier definieerde. "Het gaat om het oordeel wat je hebt over je leven als geheel", verduidelijkt hij. "Dat is wat anders dan je stemming van de dag. Je kunt tevreden zijn met je leven, dus dat je rapportcijfer een acht zou zijn, terwijl je vandaag behoorlijk chagrijnig bent. Dat zijn dus verschillende dingen."
"Het blijkt dat je die levensvoldoening goed kan meten", gaat hij verder. Je kunt het dus aan mensen vragen: hoe gelukkig ben je, op een schaal van één tot tien?
Hoe meer psychologen in een land, hoe gelukkiger de mensen.
Ruut Veenhoven
"Dat kun je doen bij individuen, voor de inwoners van een land, en dat kun je dan over de hele wereld met elkaar vergelijken. Als je kijkt naar Nederland, dan zie je dat we vanaf de jaren zeventig systematisch steeds een beetje gelukkiger zijn geworden. Van een rapportcijfer van een zeven plus, zijn we opgerukt naar een acht."
Dat komt volgens Veenhoven door een aantal factoren. Ten eerste is er meer aandacht gekomen voor de menselijke geest. Er is geïnvesteerd in psychotherapie. "Mensen zijn zich bewuster van dat ze zichzelf in de weg zitten, en dat ze een afspraak moeten maken bij de psycholoog. Het blijkt ook: hoe meer psychologen in een land, hoe gelukkiger de mensen."
Ook zijn mensen gelukkiger omdat er meer keuzevrijheid is, ziet Veenhoven. "Bijvoorbeeld homoseksuelen, die zaten vroeger in de kast, maar die kunnen nu zichzelf zijn." Je kunt ook meer 'uitproberen', één van de ingrediënten op het eerdergenoemde lijstje van bestanddelen van geluk. "Het mooie van onze maatschappij is dat je dingen kunt uitproberen. Je kunt wisselen van baan en van partner. Die wissel, die doet vaak pijn, maar uiteindelijk komen meer mensen terecht in een leven dat bij ze past."
Maar mensen kunnen daar in de huidige maatschappij, waar alles kan en mogelijk is, ook overdrijven, beaamt hij.
"Sommige mensen verdwalen in de meerkeuzemaatschappij. Omdat ze van het een naar het andere gaan en achteraf merken dat het niet zozeer ligt aan het beroep of de partner, maar aan de eigen psyche. Dat ze overal ongelukkig zijn en daarom altijd anders willen."

Eigen geluk

Elke dag is Veenhoven bezig met geluk. Maar dat betekent niet dat hij ook veel bezig is met zijn eigen geluk. De socioloog is nuchter van aard, bevestigt hij. Hij is nu 'gewoon' gelukkig, net als de gemiddelde Nederlander en dus niet zoveel bezig met zichzelf.
Die nuchterheid draagt bij aan zijn geluksgevoel, bevestigt hij. "Je zult me niet vaak jubelend en uitgelaten aantreffen. Ik ben geen type dat makkelijk uit zijn dak gaat. Maar daartegenover ben ik ook stabiel."
Ook wat betreft zijn ziekte is Veenhoven kalm en realistisch. "Het is een ongeneeslijke ziekte", legt hij uit. "En je gaat er uiteindelijk dood aan. Maar het is wel zo dat de symptomen bij deze ziekte lange tijd onderdrukt worden. De gemiddelde overlevingsduur is iets van vijf jaar. Het leven blijft dan nog lang best leuk. Net als in de statistiek zie je een rechte, horizontale lijn, en op een gegeven moment gaat-ie steil naar beneden. Dan stort je immuunsysteem in en ga je dood aan allerlei infecties."
"Dat wil ik liever niet afwachten. Gelukkig hoeft dat ook niet in Nederland." Hij heeft zijn euthanasie al voorbereid, voor als het zover is. Op de vraag of zijn diagnose invloed heeft gehad op zijn levensgeluk, reageert hij stoïcijns: "Ik ben er eigenlijk niet zo mee bezig. Daar was ik aanvankelijk ook wel verbaasd over, hoor."
Je zult me niet vaak jubelend en uitgelaten aantreffen.
Ruut Veenhoven
Hij verwijst weer naar het ingrediëntenlijstje van geluk: "Als je dingen kunt veranderen, dan moet je dat vooral proberen. Maar ja, als het niet te veranderen valt, dan moet je er gewoon mee leven."
Hij is het niet eens met de stelling dat het opmerkelijk is dat hij aan de ene kant niet zo met zijn eigen geluk bezig is, maar aan de andere kant zijn levenslessen ter harte neemt. "Ik zou ook kunnen zeggen: ik ben een gelukkig mens, dus de dingen die ik in het onderzoek tegenkom, die zijn ook op mij van toepassing."

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl