De mus, merel en de duif hebben het moeilijk in de stad

Sommige vogelsoorten die normaal gesproken veel voorkomen in de stad, hebben het moeilijk in stedelijke gebieden. Sinds 1990 zijn van 13 van de 20 zogenoemde stadsvogels de populatie afgenomen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Sovon Vogelonderzoek.

De daling is vooral groot onder de huismus, de spreeuw, de houtduif en de merel. In de afgelopen 27 jaar zijn de populaties van deze soorten in de stad gemiddeld met meer dan de helft afgenomen. 

De kuifleeuwerik is zelfs helemaal uit het stedelijk gebied verdwenen. Van de Europese kanarie is ten opzichte van 1990 nog maar één procent van de populatie over.

Het totaal aantal vogels in ons land is in vergelijking met 40 jaar geleden is gelijk gebleven. Volgens de Vogelatlas van Sovon zijn dat andere vogels en minder soorten.

Lichtpuntjes

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, zeggen de onderzoekers. Van zes soorten is de populatie sinds 1990 stabiel: ekster, gaai, groenling, koolmees, pimpelmees en putter. Ook zitten de huiszwaluwen in de lift. Dat komt wel na een afname van 80 procent in de decennia ervoor.

Oorzaak

De afname van de vogelsoorten is te verklaren doordat er steeds meer gebouwd wordt in stedelijk gebied. Hierdoor verdwijnen landjes met onkruid waar de vogels van leven.

Daarnaast kiezen tuinbezitters vaak voor tegels in plaats van groen. De voedselbronnen voor vogels worden daarom steeds schaarser.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: