Laatste oorlogsspion van Bureau Inlichtingen Bram Grisnigt overleden

Met Bram Grisnigt is vrijdag de laatste oorlogsspion van Bureau Inlichtingen overleden. De Engelandvaarder, die wel vergeleken is met James Bond, werd 96 jaar.

Bram Grisnigt bracht de eerste jaren van zijn leven door in Rotterdam. Toen hij drie jaar was, overleed zijn vader en raakte zijn moeder in psychische problemen. Het gezin viel uit elkaar en Bram kwam terecht bij pleegouders in Zeist.

In de Tweede Wereldoorlog belandde hij in Londen, waar hij een opleiding kreeg tot radiotelegrafist en codist. Hij leerde er zijn grote liefde Ann Stone kennen, die lange tijd alleen zijn codenaam wist: Kees Coster. 

Postduiven

In 1943 verdween Grisnigt, samen met Peter Hoekman, voor een geheime operatie naar Nederland. Daar moest hij vanuit bezet gebied informatie doorgeven aan het Bureau Inlichtingen (BI), dat samenwerkte met de Britse geheime dienst. "Hij was fel, ik was rustig. Samen waren we een goed team", zei Grisnigt over zijn strijdmakker. 

Bij de landing met de parachute bij Boxmeer kwamen Grisnigt en Hoekman door een navigatiefout op de verkeerde plek terecht. Ze hadden geluk en overleefden. Het bericht dat ze hun doel hadden bereikt, belandde via postduiven die ze hadden meegenomen in Londen.

Toen Peter Hoekman anderhalve maand later zendapparatuur ging ophalen in Keent, stonden daar Duitsers klaar. Hij werd ter plekke doodgeschoten.  

Vijf maanden later peilde de Duitse SD de zender van Girsnigt uit en werd hij opgepakt. De spion zou vijf concentratiekampen overleven. De laatste was Ravensbrück, waar hij in april 1945 werd bevrijd.

Zoals zoveel Engelandvaarders was hij gedesillusioneerd dat in Nederland na de oorlog het oude gezapige leven weer werd opgepakt. Hij wilde er niet meer wonen en vertrok met Ann Stone naar Curaçao, waar hij negentien jaar voor Shell werkte. Daarna kwam hij toch terug naar Nederland. Tot zijn dood woonde hij in Hoogerheide in het westen van Brabant.

Monument

In 2003 werd in Beugen, bij Boxmeer, een monument onthuld op de plek waar Hoekman en Grisnigt waren gedropt. Dankzij Grisnigt kwam bij het monument van vrouwenkamp Ravensbrück in Amsterdam een herinneringsplaquette voor de 20 duizend mannen die in dit kamp hadden gezeten. 

Op de vraag of hij een held was, zei hij twee jaar geleden in Volkskrant Magazine: "Welnee. Er zaten ontzettend veel mensen in het verzet, zonder hen had ik geen seinadres gehad."

Vorig jaar stuurde Grisnigt nog een keer een morse-bericht naar Engeland. Dat was precies 75 jaar nadat hij als geheim agent begon. Door alle fotografen om hem heen kon hij zich niet goed concentreren, zei hij, en kwam maar een deel van het bericht over. 

Maar de codetaal was hij na al die tijd nog niet vergeten. "Het zit allemaal nog in mijn hoofd. Nou nee, in mijn vingers."

In zijn laatste morsebericht stond Grisnigt nog een keer stil bij de geheim agenten die de oorlog niet overleefden. En bij alle mensen die hen hebben geholpen. "Van de 180 gedropte geheim agenten zijn er 95 gesneuveld. Dat is veel. Maar alle agenten hadden steun nodig van burgers. Voor onderdak bijvoorbeeld. Er zijn naast al die agenten waarschijnlijk nog veel meer burgers gestorven die hen hebben geholpen."

Grisnigt overleed afgelopen vrijdag op bijna 96-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Bergen op Zoom, ruim twee weken na zijn echtgenote, voor wie hij jarenlang mantelzorger was.


 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: