FOTOGRAFIE

Allebei verslaafd, de ene dakloos en de ander stiekem homo: Marcel en Peter vinden rust bij elkaar

Peter (l) en Marcel (r) op de bank bij De Skala in Rotterdam-Feijenoord
Peter (l) en Marcel (r) op de bank bij De Skala in Rotterdam-Feijenoord © Marja Suur
Donker is de kamer waar Marcel (54) en Peter (65) hun dagen samen vullen met bier, sigaretten en films. De gesloten gordijnen ontzeggen de kamer van daglicht. Op het keukenblokje bij de ingang staat de afwas opgestapeld, met zwermen fruitvliegjes eromheen. Het is donderdagochtend 11:00 uur en de twee Rotterdammers drinken halve liters bier.
Ze wonen al jaren in De Skala, een woonlocatie van Stichting Humanitas in Feijenoord voor tientallen veelal verslaafde mensen met een psychiatrische aandoening. Daar heeft iedereen een eigen appartement, maar Marcel en Peter zijn bijna altijd samen. "Die twee zijn onafscheidelijk", lacht een zorgmedewerker met een schoonmaakkar. "Als je Marcel niet in zijn kamer vindt, dan is hij bij Peter – en andersom."

'Zie mij'

Rijnmond sprak Marcel en Peter naar aanleiding van het onlangs gepubliceerde fotoboek 'Zie Mij' van Marja Suur. Als hobbyfotograaf kwam zij ruim een jaar lang iedere vrijdagochtend in De Skala. Steevast om 11.00 uur ’s ochtends, omdat de meeste bewoners dan nog aanspreekbaar zijn. Middelengebruik is in De Skala toegestaan, bewoners beginnen vaak vroeg.
Ook in Suurs tekstloze fotoboek staan Marcel en Peter samen afgebeeld, met op Peters schoot een grijze kat. De twee vrienden, die eruitzien als doorleefde rocksterren, liefkozen 'Smurfie' gelijktijdig: het is een vertederend beeld.
Nu is Smurfie dood en wordt de herinnering in leven gehouden met een ingelijste foto die Peter op zijn salontafel heeft geplaatst. De kat werd onlangs doodgebeten door één van de honden in het wooncomplex, vertelt Peter. Marcel: "Het was een lieverd." Peter: "Als je een valse hond hebt, dan moet je daar als baasje beter op letten." Hij likt aan een sigaret en geeft die aan Marcel.
Peter (l) en Marcel (r) met kat Smurfie
Peter (l) en Marcel (r) met kat Smurfie © Marja Suur
Vroeger werkte Marcel, geboren in Rotterdam-Noord, als vorktruckchauffeur in de fabriek van oudpapierhandel De Paauw in Overschie. Daar werd papier samengeperst en naar Japan en China gestuurd, vertelt hij met een glazige blik in zijn ogen.
"Alles ging in die tijd nog goed met me", vertelt Marcel. Hij had een koophuis waar hij samenwoonde met zijn vriendin en zoon. Na zeven jaar bij De Paauw nam hij ontslag. "Omdat het vies werk was. Ik werkte met pakken melk en jus d’orange die over datum waren. Het sap liep in m’n muil. Dan ga je over je nek."
"Ik had geen enkele hoop meer dat het beter zou worden" - Marcel
"Ik had geen enkele hoop meer dat het beter zou worden" - Marcel © Marja Suur
Zijn leven ging daarna bergafwaarts. Zijn lichaam deed pijn, hij begon steevast drugs te gebruiken, en werken ging niet meer. "Ik ben uiteindelijk bij mijn vriendin en zoon weggegaan, want ik merkte dat ik steeds meer ging gebruiken. Ik had geen enkele hoop meer dat het beter zou worden."
Marcel verbleef nog een tijdje bij vrienden, maar eindigde op straat. Zijn zoon spreekt hij niet meer, hij weet niet hoe oud hij is, noch waar hij precies woont. Hij overnachtte in zijn tijd als zwerver in huizen die nog in de steigers stonden. Voordat de bouwvakkers hun werkdag begonnen, was hij alweer vertrokken.
Hoe hou je dat vol, wil Peter weten, die het straatleven zelf nooit heeft hoeven meemaken. Marcel laat een lange boer, zoals hij dat die ochtend wel vaker zal doen. Het mag allemaal in het artikel, zegt hij nadrukkelijk. "Ik ben zoals ik ben."
Marcels laconieke antwoord: "Nou, gewoon, met een matras en een deken, in de bouw."
"Ik ben zoals ik ben" - Marcel
"Ik ben zoals ik ben" - Marcel © Marja Suur

'Alsof je met je hoofd in een luchtballon zit'

Hij was ook verslaafd aan de heroïne, vertelt hij uiteindelijk. Dat komt natuurlijk door invloed van buitenaf, vervolgt Peter, waarna Marcel hem onderbreekt: "Ik wou weten wat het was en ik heb zelf iemand gevraagd om een haaltje. Niemand anders heeft daar schuld aan."
Marcel weet nog goed te vertellen hoe lekker de eerste keer heroïne was. "Je krijgt een warm gevoel en je gaat over je nek. Eerst ben je ziek, daarna is het lekker. Je krijgt suizende oren. Het is alsof je met je hoofd in een luchtballon zit."
In zijn tijd op straat gebruikte Marcel één keer per dag. Hij deed twee dagen met een tientje. Alle jaren die hij op straat doorbracht, leefde hij volgens datzelfde ritme. Nu slikt hij methadon en is hij van de heroïne af. De ontwenningsverschijnselen waren verschrikkelijk, herinnert hij zich.
Peter wilde ook wel eens heroïne gebruiken, zegt Marcel, toen hij al in De Skala woonde. Hij vond dat je alles moet proberen in het leven. Marcel nam hem na enig protest onder zijn hoede – 'als je het doet dan doe je het met mij' – en hield zijn beste vriend 'in bedwang' toen hij begon te trillen. "Toen ben ik met hem in bed gaan liggen en heb ik hem getroost." Het bleef bij die ene keer. Marcel: "Ik heb hem gezegd: je kapt er vroegtijdig mee, want anders maak ik je af."

'Dat ik homo ben'

Peter is van Rotterdam-Zuid. Hij heeft een rode badjas aan en draagt zijn natte, lange, grijze haar achter de oren. Peter werkte achttien jaar in een cartoonboekhandel. Eerst als magazijnbediende, daarna als inpakker, en toen belandde hij vanwege rugklachten in de ziektewet. Sinds zijn achttiende is hij alcoholist. Hij heeft drie dochters en een zoon uit een stukgelopen huwelijk. Alleen met zijn oudste dochter heeft hij zo nu en dan nog contact.
Hij was jarenlang getrouwd, maar Peter wist allang dat hij homo was. "Ik deed eigenlijk vooral voor mijn vader en moeder alsof ik hetero was. Dat heb ik toch achttien jaar volgehouden." Uiteindelijk ging het niet meer. "Op een gegeven moment ging mijn ex-vrouw ook vreemd, wat ik wel kan begrijpen. Ik had zelf ook wel eens vriendjes. Je hebt gewoon je behoeftes."
Marcel heeft zich intussen aan het gesprek onttrokken. Hij loopt onophoudelijk heen en weer in de kamer. Hij gaat zitten op de bank, staat op, loopt met voorzichtige passen naar de voordeur, en dan weer terug naar de bank, waarna de cyclus weer opnieuw begint. Zelf noemt hij het 'loopdrang'.
Als hij eenmaal weer wat langer zit, en incheckt in het gesprek, vraagt hij waarover het gaat. "Dat ik homo ben", antwoordt Peter. "Wij zijn toch gewoon vrienden?", vraagt Marcel. Peter: "Ja, maar daar gaat het niet over."
"Ik had zelf ook wel eens vriendjes. Je hebt gewoon je behoeftes.” - Peter
"Ik had zelf ook wel eens vriendjes. Je hebt gewoon je behoeftes.” - Peter © Marja Suur
"Ik heb altijd gezegd: dit is mijn laatste plek", zegt Marcel over zijn verblijf in De Skala. "Ik wil met Peter blijven. Dat bevalt me prima."
Na de echtscheiding moest Peter uiteindelijk toch eerlijk zijn tegen zijn ouders. "Mijn moeder had er wat langer voor nodig, maar mijn vader accepteerde het gelijk. Ze hebben mijn vriendjes daarna ook gewoon gezien. Dat was eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld. Mijn vader kon heel goed overweg met ze."

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl