Waarom Adriaan Visser niet zal vallen…

Hard is het rapport ‘Voor het blok gezet’ van de Rotterdamse Rekenkamer over Adriaan Visser. De Rotterdamse topambtenaar welteverstaan. Want het verhaal speelt zich vooral af in 2009, toen Visser nog directeur bij het Ontwikkelingsbedrijf was. Wat resteert is de vraag: kost dit wethouder Adriaan Visser zijn positie?

De bergen zand van de loopgraven stapelden zich al weken op voor de deur van het Rotterdamse stadhuis. Niet vanwege de opknapbeurt van de Coolsingel. College, coalitie, oppositie en rekenkamer, allemaal namen ze een stelling in. Het was enkel wachten op het moment dat het rapport Schiekadeblok van de Rotterdamse Rekenkamer zou worden gepresenteerd.

Het moment suprême werd een beetje vervroegd, omdat een Rotterdams raadslid zo vriendelijk was om het document te lekken. Op dat moment kon de rekenkamer niet anders dan de hele wereld informeren.

Het rapport gaat over het Schiekadeblok bij het Centraal Station, dat in 2009 een molensteen dreigde te worden voor vastgoedbedrijf LSI van Luc Smits. De top van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam kreeg binnen de gemeente de ruimte om naar eigen bevinden te handelen. Het gevolg: LSI bleef overeind, de gemeente Rotterdam ging inmiddels voor 20 miljoen de teil in. Het kan nog meer worden.

Hoofdrolspelers in het dossier: wethouder Hamit Karakus en de topambtenaren Adriaan Visser en Carl Berg. Ja, Adriaan Visser, wethouder financiën en personeel sinds 2014. En Carl Berg kennen we tegenwoordig als de kartrekker van Feyenoord City.

Alle ruimte

Visser kreeg als topman van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) alle ruimte om de zaak met LSI zelf af te handelen. Uiteraard moest hij wel terugkoppelen aan wethouder Karakus, die op zijn beurt de gemeenteraad op de hoogte hield. 

De rekenkamer komt tot de conclusie dat die informatieplicht richting het college en de raad beter had gekund, beter had gemoeten. Belangrijke details zouden niet zijn genoemd. Zoals bijvoorbeeld de gevolgen van de erfpachtdeal van 52 miljoen. Daar zou binnen het gemeentelijk apparaat voor zijn gewaarschuwd. Signalen die Visser en Berg zouden hebben genegeerd. Maar ook de zorgelijke financiële situatie bij LSI kwam niet bijtijds boven tafel.

Na het sluiten van de deal hielden Visser en Berg zich weer afzijdig, schrijft de rekenkamer. Het gevolg was mede dat de gemeente Rotterdam bij elk vervolggesprek met LSI op achterstand stond.

In 2015 werd de samenwerking afgekocht voor 40 miljoen. Rotterdam kreeg het Schiekadeblok voor 40 miljoen euro, maar is nog altijd niet af van LSI. Dat heeft via een parkeerstrook in het zelfde gebied nog steeds een vinger in de pap.

Onder de streep is de conclusie van de Rotterdamse Rekenkamer hard voor topambtenaar Visser en compaan Berg. Maar wat te doen met die uitkomst? 

Twijfels

Het college schoof veiligheidshalve al wethouder Kurvers van bouwen naar voren. Daarna koos het de tegenaanval en zaaide – uiteraard niet via Visser – met behulp van het CDA de twijfel over de Rotterdamse Rekenkamer. De oppositie en anderen namen daarentegen het woord raadsenquête in de mond.

De vraag is waar welk debat of onderzoek op uitdraait. Want kan het huidige college wel zonder Adriaan Visser? De D66-wethouder is de spil in tal van belangrijke dossiers: warmtebedrijf, Eneco, Hoekse Lijn en Feyenoord City (met Berg). Hoe eindigen die hete hangijzers als Visser van zijn troon wordt gestoten? 

Eerlijk gezegd, Visser heeft de schijn tegen. Het is niet de eerste keer. In het dossier Waterfront speelde hij – ondanks zijn voormalige rol als OBR-directeur - moeiteloos de rol van wethouder personeel. Alle verwijzingen in berichten naar zijn oude functie irriteerden hem mateloos. Althans, de telefoontjes van het stadhuis om de tekst op deze website aan te passen, getuigden daarvan.

Zijn rol als toenmalig directeur van het OBR heeft hem in dat dossier geen goed gedaan. Daar komt het rapport Schiekadeblok overheen. Bij voormalige collega’s van het OBR staat de champagne al koud om te toasten als de kop van Visser rolt. Maar gezien zijn grote rol in het college zou zijn politieke houdbaarheidsdatum moeiteloos tot 2022 kunnen voortduren.

Sjoerd Bootsma is bureauredacteur bij RTV Rijnmond en volgt de Rotterdamse politiek sinds 1985.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Politiek010 Rotterdam
Deel dit artikel: