GEMEENTE ROTTERDAM

Kinderombudsvrouw ziet veel leed onder Rotterdamse kinderen, maar niets raakt haar zo erg als het toeslagenschandaal

Kinderombudsvrouw Stans Goudsmit
Kinderombudsvrouw Stans Goudsmit © ORR
Als kinderombudsvrouw in een regio waar veel kinderen in armoede leven, krijgt Stans Goudsmit dagelijks te maken met schrijnende situaties. Het meest aangrijpende voorbeeld daarvan zag ze bij de kinderen van het toeslagenschandaal. Toch houdt Goudsmit in deze sombere realiteit hoop dat het beter wordt.
Stans Goudsmit is sinds 2018 de kinderombudsvrouw van Rotterdam-Rijnmond. Deze maand werd ze door burgemeester Aboutaleb beëdigd voor haar tweede termijn.

Je hebt er zes jaar als kinderombudsvrouw op zitten. Wat kun je na de eerste termijn zeggen over het armoedeprobleem onder Rotterdamse kinderen?

“Dat is enorm. Een op de zes kinderen in Rotterdam groeit op in armoede, terwijl dat landelijk een op de dertien is. Armoede is een veelkoppig monster. Als je in armoede opgroeit, heb je een kortere levensverwachting. Je hebt een hogere kans op een lager schooladvies, op kindermishandeling. Jongeren gaan ook eerder de criminaliteit in, omdat ze snel geld willen maken. Dan hoor ik: waarom zou je in godsnaam voor vijf euro per uur bij de Albert Heijn werken?”

Wat gaat er nog mis in de gemeentelijke aanpak van de armoede?

“De armoederegelingen van de gemeente zijn een doekje voor het bloeden. Het is pleisterplakken. Het minimumloon en de uitkeringen moeten omhoog. Maar bestaanszekerheid is ook méér dan alleen geld. Het gaat bijvoorbeeld ook over een veilige plek om te wonen en toegang tot gezondheidszorg.
Ik vind dat kinderen en jongeren meer inspraak moeten krijgen. Ze worden nergens om gevraagd. Je hebt hun mening nodig om armoede op te lossen. Kijk naar de armoederegelingen voor kinderen, zoals gratis laptops op school of gratis activiteiten buitenshuis als sporten of tekenen. Als je aan kinderen vraagt waar zij behoefte aan hebben, zeggen ze: een fijn thuis, waar de verwarming het doet en er wifi is om mijn huiswerk te maken. Als een kind elke dag op hun broertje of zusje moet passen, heeft hij of zij niets aan gratis sporten.
Een ander probleem is de lokettenjungle. Er zijn tien potjes waar mensen in armoede een beroep op kunnen doen. Maar dan vraag je van de mensen die het het moeilijkst hebben, om tien aanvragen te doen, met elk een ander aanvraagformulier met weer andere stukken die je moet inleveren. Hoezo? Het is allemaal overheidsgeld. Waarom kan dat niet in één keer? Dat is ook voor ambtenaren fijn, want die lopen tegen hetzelfde aan.”

Je doet sinds kort onderzoek naar thuiszitters. Wat zijn dat?

“Thuiszitters zijn kinderen voor wie geen passende plek op school is. De wachttijden in het speciaal onderwijs zijn enorm. Kinderen met gedragsproblematiek moeten een jaar wachten, kinderen met een licht verstandelijke beperking bijna twee jaar. Het is dramatisch dat zij geen onderwijs krijgen. Dat soort kinderen verdwijnen vaak uit beeld. Geen onderwijs betekent een enorme rem op je ontwikkeling.
We horen verhalen van ouders die hun kinderen achter het behang willen plakken. Ze zitten 24/7 samen thuis met een kind met gedragsproblematiek en er komt geen hulp. Er ontstaan problemen met hun werkgever omdat ze niet kunnen werken. Soms worden ze ontslagen. Ze raken overspannen en dat heeft weer het risico dat iemand zegt: jij kunt niet goed voor je kind zorgen. Dan komt er een melding bij Veilig Thuis, terwijl je dit ouders niet kunt verwijten. De oorsprong van het probleem is dat hun kinderen niet op tijd zorg en onderwijs krijgen.
Hoe groot het probleem echt is, weten we niet omdat scholen niet verplicht zijn om cijfers door te geven van kinderen die ziek thuiszitten. Hier ligt vaak andere problematiek achter, bijvoorbeeld ADHD, hoogbegaafdheid of gepest worden op school. Maar wij zien het vaak: het is iets wat sinds ik kinderombudsvrouw werd steeds weer terugkomt.”
Kinderombudsvrouw Stans Goudsmit
Kinderombudsvrouw Stans Goudsmit © ORR

Wat is de meest schrijnende zaak die je in jouw tijd als ombudsvrouw hebt gezien?

“Ik heb ontzettend veel dramatische situaties meegemaakt in de afgelopen zes jaar, maar die met de kinderen van het toeslagenschandaal is zwarter dan zwart. De inschatting is dat er ruim 10.000 Rotterdamse ouders slachtoffer werden. Daar hangen nog minimaal 20.000 kinderen onder.
Anderhalf jaar geleden zijn wij met hen in contact gekomen. De overheid focust zich in het herstel vooral op de ouders. Alleen zij worden geholpen met de schade en de schulden, terwijl het hele gezin slachtoffer is. Een deel van de kinderen zitten met enorme schulden. Ze hebben wel een bedrag van de overheid gekregen voor een ‘frisse start’, maar heel veel jongeren zitten zo diep in de problemen dat het bedrag hen niet verder helpt.
Door de financiële problemen van hun ouders werd gas, water en licht bijvoorbeeld op hun achttiende op hun naam gezet. Ze hebben bijbaantjes genomen en dat geld bij hun ouders ingeleverd. Ze zijn private leningen aangegaan, of hebben extra veel bij DUO hebben geleend om bij te dragen.
Je ziet hier heel erg dat armoede ingrijpt op allerlei gebieden. Sommige gezinnen zijn dakloos geworden. De moeder van een jongen die ik sprak vluchtte op zijn zestiende naar België en liet hem en zijn zus achter in een woning, zonder iets te regelen voor de huur.
De kinderen zijn uitgevallen op school, hebben geen opleiding gedaan vanwege alle stress en spanning, of zijn op een lager niveau beland dan ze hadden gekund. Er zijn kinderen uit huis geplaatst, in de jeugdhulp terechtgekomen of de criminaliteit in gegaan. De kinderen snappen niet dat hun ouders wel worden geholpen en zij niet, terwijl ze in enorme armoede hebben geleefd.
Mijn vrees is dat de problemen niet stoppen bij deze generatie, maar steeds worden overgedragen. Deze mensen hebben een diep wantrouwen richting de overheid. Er zijn jongeren die recht hebben op huur- of zorgtoeslag, maar het niet aanvragen. Omdat ze bang zijn dat ze het terug moeten betalen, net als hun ouders. Doordat ze niet gebruikmaken van dingen waar ze recht op hebben, belanden ook zij weer in armoede.
Ook voor de getroffen ouders is herstel nog ver weg zolang hun kinderen niet goed geholpen worden. Ze zien wat het met hun kinderen heeft gedaan en voelen zich daar enorm schuldig over. Zelfs al weten ze dat het niet hun schuld is.
Samen met de kinderen zijn we een lobby begonnen richting het Rijk: doe er iets aan. Het belang van meepraten en meebeslissen geldt heel erg voor deze groep. Je kunt die kinderen niet voor de zoveelste keer optrommelen om hun zielige verhaal te doen, zij willen aan tafel zitten en invloed hebben. Door hen niet serieus te nemen, ervaren ze geen grip op de situatie en herstelt het vertrouwen in de overheid niet.
De problematiek van deze jongeren grijpt mij enorm aan. Het is frustrerend, maar ik houd toch hoop. Omdat ik ook zie dat overheid open staat voor verandering. Dat er meer besef is om kinderen te betrekken bij het beleid. De hoop maakt dat ik door wil gaan als kinderombudsvrouw.”
Mijn vrees is dat de problemen niet stoppen bij deze generatie
Kinderombudsvrouw Stans Goudsmit

Op welke zaak ben je het meest trots?

“Een tijdje geleden klopte een jeugdbeschermer van een kind bij ons aan. Dat is iemand die voor een kind zorgt die uit huis of onder toezicht wordt geplaatst. Het meisje zat in een jeugdhulpinstelling en er was een plek in een gezinshuis waar ze heen kon. Alle professionals waren het erover eens dat dit de beste plek was voor het kind. Het probleem was dat ze daar alleen mocht komen als ze overdag naar school kon. Dat ging niet: ze moest naar het speciaal onderwijs en daar zijn wachttijden van een jaar.
De jeugdbeschermer werkte een half jaar lang keihard om onderwijs te regelen, maar het lukte maar niet. Het gezinshuis zei op een gegeven moment dat het binnen een maand geregeld moest zijn, omdat ze anders de plek aan iemand anders wilden geven. Wij zijn gaan bellen en binnen een paar dagen was het geregeld. Een school was bereid een extra stoeltje bij te schuiven.
Het is soms een moeilijke afweging of je je hard gaat maken voor een kind, want je weet dat je door iets te doen voor dit kind een ander kind uit de wachtlijst duwt. Maar alle deskundigen vonden dit de beste plek voor dit meisje en ze zou anders haar plek verliezen. Ik kan dan niet wegkijken en me niet voor dit kind inzetten.
Ik vind het een mooi voorbeeld omdat het laat zien dat er altijd mensen zijn die zich niet verschuilen achter een wachtlijst voor een jaar, maar toch bereid zijn een stapje naar voren te doen voor een kind.”

Zie je ook dat inwoners van Rotterdam elkaar helpen?

“Het mooie van Rotterdam is dat het een stad is waar iedereen de handen uit de mouwen steekt en elkaar waar mogelijk helpt. Er is veel veerkracht in de stad. Juist mensen die het zelf moeilijk hebben, steunen andere mensen in armoede.
Er zijn veel initiatieven. Een moeder die ooit begon met sporten op een pleintje in de wijk, werd een organisatie die kinderen in armoede helpt. Er zijn mensen die hun huiskamer openstellen, waar mensen uit de wijk die het moeilijk hebben een kopje thee kunnen drinken of waar kinderen hun huiswerk kunnen maken.
Een aansprekend voorbeeld vind ik Johan de Boterhamman. Hij hoorde dat zijn zoontje boterhammen weggaf aan een kind die zonder lunch naar school kwam en dacht: dit kan ik niet laten gebeuren. Toen is hij zelf begonnen met het smeren van boterhammen op school en dat is nu een stichting. Dat raakt me, omdat hij zelf ook een man is die de nodige problemen heeft gehad.”

💬 WhatsApp ons!
Heb jij een tip voor de redactie? Stuur ons een bericht, foto of filmpje via WhatsApp ons of Mail: nieuws@rijnmond.nl