Wapens Rotterdamse verzetsheld te zien in museum

Een aantal wapens van de bekende Rotterdamse verzetsstrijder Marinus van der Stoep is vanaf woensdag te zien in Museum Rotterdam 40-45 NU. De drie wapens zijn onlangs gevonden in het depot van het museum. Van der Stoep is op 9 april 1945 overleden, na een mislukte inval van het verzet op het kantoor van de Duitse inlichtingendienst in Kralingen.

Johan van der Hoeven van het Museum Rotterdam heeft de wapens in het depot gevonden. De schenking is waarschijnlijk al jaren geleden gedaan. Het museum is ontstaan uit een particuliere verzameling. In de beginjaren zijn niet alle stukken even goed gedocumenteerd. Dat verklaart waarom de wapens nu pas ontdekt zijn.

Van der Hoeven is enorm verguld met de vondst: “Het zijn bijzondere wapens, het is een F.N. pistool van de politie, een Waltherpistool van een Duitse officier en een Welrod. Die laatste is heel erg bijzonder.”

Zeldzaam

De Welrod is tijdens de oorlog door de Engelsen gedropt voor het verzet. Het is een pistool met een geluiddemper. "Dat is vrij zeldzaam, zo niet ontzettend zeldzaam”, zegt Van der Hoeven. Of Van der Stoep daadwerkelijk met het wapen heeft geschoten, durft Van der Hoeven niet te zeggen. “Maar dat we de wapens van Marinus van der Stoep nu kunnen laten zien, samen met zijn horloge, bril en z’n foto, dat vind ik fantastisch.”

Marinus van der Stoep (1917-1945) werd geboren in Beesd. In 1921 verhuisde het gezin Van der Stoep naar Rotterdam. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, woonde Marinus op kamers en werkte als assistent-bedrijfsleider bij de Jaminfabriek in Crooswijk.

Al vrij snel na de bezetting, raakte Van der Stoep bij het verzet betrokken. Hij begon zijn illegale werk met het verspreiden van kranten en hulp aan onderduikers. Later was hij onder de schuilnamen Rob en Rien één van de leiders van het Rotterdamse verzet.

Hij had de belangrijkste rol in het Rotterdams verzet
Johan van der Hoeven

Van der Stoep vormde een eigen knokploeg, was leider bij de LKP (Landelijke Knokploegen) en commandant bij de Binnenlandse Strijdkrachten. In januari 1945 ging hij via (het al bevrijdde) Brabant naar Engeland.

Eind februari 1945 werd hij gedropt boven Berkel. Waarschijnlijk had hij één van de wapens toen al bij zich. Hij zette zijn verzetswerk in bezet Rotterdam voort. Bij een actie van het verzet op 5 april werd Van der Stoep door de Duitsers neergeschoten. Een paar dagen later overleed hij.

Verraad

De actie van het verzet was verraden. De ploeg van Van der Stoep zou het kantoor van de Duitse inlichtingendienst overvallen. Voorbereidingen waren getroffen door een Rotterdamse koerierster die als infiltrant op het kantoor werkte, Kitty van der Have.

Zij had eerder een loodgieter binnengelaten die voor het verzet werkte. Die prepareerde een raam waardoor de groep naar binnen zou kunnen. De verzetsgroep wilde het kantoor overvallen en het archief meenemen.

Van der Stoep had de leiding over de inval, maar doordat de actie verraden was, kwamen de mannen niet ver. Direct werd het vuur op hen geopend. De mannen probeerden te vluchten maar één van hen werd geraakt. Dat bleek Marinus van der Stoep, hij was in zijn achterhoofd geschoten.

Doordat er met automatische wapens op hen werd geschoten, konden de mannen van de verzetsgroep het lichaam van Van der Stoep niet wegslepen. De Duitsers brachten hem over naar het ziekenhuis, waar hij op 9 april overleed.

Het verzet verdacht Kitty van der Have van het verraad. Na de bevrijding werd zij ontvoerd en vermoord. Haar lichaam werd verzwaard en in het Boerengat in Rotterdam gegooid. Op 12 juni 1945 is haar lichaam gevonden.

Jaren later dook oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw in de archieven en hij kwam tot een andere conclusie. Kitty van der Have was volgens hem geen verraadster. Blaauw schreef een boek over deze zaak: ‘De laffe moord op Kitty van der Have’.

De wapens van Van der Stoep zijn in Museum Rotterdam 40-45 Nu te zien. Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Vergeten Verhalen
Deel dit artikel: