Rapport: RET had moeten weten van asbest in station Stadhuis

De RET kan niet uitsluiten dat personeel en reizigers vanaf 2015 zijn blootgesteld aan schadelijke asbestvezels. Dat blijkt uit een rapport van het Rotterdamse openbaarvervoerbedrijf na de vondst van asbestplaten bij metrostation Stadhuis.

Op 23 oktober 2018 vonden medewerkers de platen tijdens een preventieve asbestinventarisatie. In die tijd werd ook gewerkt aan het Rotterdamse metrostation, maar dat stond los van de controle, zegt de RET.

Het asbest moest na de vondst verwijderd worden. Als gevolg daarvan was het station  paar weken dicht.

Het asbest had eigenlijk al in 1994 weg moeten zijn. Toen werd namelijk opdracht voor een sanering gegeven. Naar nu blijkt is het asbest niet helemaal weggehaald, terwijl dit op latere tekeningen wel is aangegeven.

Hoe het kan dat er toch nog asbest in het metrostation is achtergebleven, kunnen de onderzoekers niet meer achterhalen.  

Asbest is in vaste vorm niet gevaarlijk. Omdat er tussen 2015 en vorig jaar werkzaamheden in station Stadhuis aan de gang waren, kunnen reizigers en personeel volgens de RET een licht risico hebben gelopen. De RET noemt het risico zelf 'nihil'.

De vervoerder zegt lessen getrokken te hebben uit de situatie met metrohalte Stadhuis. 'Soortgelijke incidenten' mogen niet meer voorkomen, en dus gaan de preventieve asbestinventarisaties door. Bij werkzaamheden worden deze controles voortaan standaard uitgevoerd.

Link naar het rapport

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam
Deel dit artikel: