ARCHIEF RIJNMOND 21 april 2019 - Black-out

Afgelopen week heb ik in een diepe leegte gekeken. Althans: dat heb ik geprobeerd. Ik heb geprobeerd me in te leven in het gevoel van een black-out.

En dat naar aanleiding van die RTL-weerman die vorige week tijdens een live-praatje op tv even helemaal de kluts kwijt was. Hij stond een verhaal te vertellen bij een foto ... en wist opeens helemaal niet meer waar hij nou naar toe wilde. Verhaal afgekapt, hakkelend door naar een volgende foto met een verhaal, waar hij ook weer in verstrikt raakte. Zijn paniek vulde zo ongeveer het hele scherm. Hij wist duidelijk even helemaal niet meer wat ie daar nou stond te doen.


Als kijker hoop je op zo’n moment - plaatsvervangend - dat het einde van het bulletin snel daar is. Het is niet fijn om iemand te zien lijden.

Je gaat je ook afvragen: heb ik zelf ooit zoiets gehad?
En: wat is de beste manier om ermee om te gaan?

Om voor mezelf te spreken: natuurlijk heb ik dat ook weleens, dat ik even helemaal kwijt ben wat ik nou aan het doen ben.
Van de week nog. Wil ik op mijn werketage thee zetten. Vul ik de theepot met koud water uit de kraan en stap daarmee naar de waterkoker.
Ik voel dat er iets niet klopt. Maar wat?
Binnen een seconde weet ik het weer: ach ja, ik moet natuurlijk de waterkoker vullen met water uit de kraan, en pas als het water daarin is gekookt giet ik het in de theepot.
Een automatische handeling waarin iets verkeerd ging.

Ja, maar dat is zonder publiek, zult u denken.
En bij de radio? Voor de microfoon?
Daar ook weleens een black-out gehad?

Nou, hooguit kleintjes.
De tekst van de programma’s die ik maak schrijf ik helemaal uit, dus daarin zal ik niet zo snel ontsporen. Maar ik geef toe: ik heb weleens gehad tijdens een uitzending dat ik fijn naar de door mijzelf uitgezochte muziek zat te luisteren, me daardoor liet meeslepen, wegdreef op mijn gedachten, en dan even vergat dat ik na de muziek een schuif open moest trekken om weer wat te gaan zeggen.

Op zo’n moment vergeet ik dan even dat ik bij de radio werk, dat ik een programma zit te presenteren en dat er daadwerkelijk mensen naar me luisteren. Mensen die ik op dat moment niet zie. Wat welbeschouwd op zichzelf al een vreemde constellatie is.

Ja, en ik heb een paar keer gehad dat er technisch iets misging en ik nog geen interne automatische piloot had om daar adequaat te reageren. Die programma’s bij Rijnmond doe ik in het algemeen live en zonder technicus. Ik zit helemaal in mijn eentje in de studio. En inmíddels weet ik daar wel blind allerlei knoppen en schuiven te vinden, maar toen ik nét alles alleen moest doen, was ik ook weleens even de draad kwijt. Zoals een beginnend automobilist in een onverwachte situatie even helemaal geblokkeerd kan raken.

En bij de televisie heb ik het een keer gehad, bij Stads TV Rotterdam nog. Ik mocht een live-programma presenteren vanuit de hal van het WTC in Rotterdam, een programma met publiek erbij, lampen erop en allerlei artiesten, en tussen een paar liedjes door zou ik – nog steeds live - een gesprek voeren met Lee Towers. Lee, Leen, is een aardige vent, maar hij heeft de neiging vrij dicht op je staan, en hij is vrij groot, en tijdens ons gesprek kon ik alleen maar gebiologeerd naar zijn pratende gezicht kijken. Ik verdween er bijna in. Ik hoorde nauwelijks meer wat hij zei. En bij herhaling voelde ik mijn mogelijke volgende vraag verdampen. Ik zat even in een soort staat van bewustzijnsvernauwing.
Het had veel van een black-out.

En ja, wat doe je in zo’n geval?

Ik heb het uitgezongen. De ervaring leert dat je na een tijdje wel weer bij je positieven komt. Maar ik hoop dat als het ooit écht erg is, ik me een les zal herinneren die ik heb geleerd van Larry King, voormalig journalistiek gezicht van de Amerikaanse nieuwszender CNN. Ik heb eens een autobiografie van hem gelezen waarin hij onder meer vertelt over zijn begindagen bij de media. Bij een radiostation in Miami.

Hij werkt daar aanvankelijk achter de schermen, hopend op een mogelijkheid om zelf achter de microfoon plaats te nemen.
Die mogelijkheid dient zich op zeker moment aan. Ik geloof dat een van de presentatoren ziek is. Maandagochtend mag Larry achter de microfoon, zo krijgt hij van de baas van het station te horen. Maandagochtend negen uur.

Die maandag is Larry op tijd bij het station, en hij is gespannen. Dit is zijn kans. En die moet hij niet verprutsen. Tien voor negen roept de baas hem bij zich. Hij vraagt Larry of hij al weet hoe hij zichzelf gaat noemen op de radio, want ja, zijn eigen naam, ‘Lawrence Zeiger’, dat lijkt hem nou niet zo geschikt. Dat klinkt wel heel ‘etnisch’. Dat wil zeggen: joods.
O, daar heeft Larry helemaal niet over nagedacht.
Een andere naam?
Als ik me goed herinner besluit de zenderbaas ter plekke met een schuin oog op de krant van die dag tot: Larry King. Zo gaat Lawrence voortaan heten. En o ja, Larry: succes zometeen.

Even na negenen klinkt de tune van het programma dat ‘Larry King’ als invaller gaat presenteren. De technicus maakt een zogeheten zakkertje, hij maakt de muziek wat zachter, om ruimte te maken voor de eerste woorden van de nieuwbakken dj. Maar verstijfd van de zenuwen en met een verlammende leegte in zijn hoofd kan Larry geen woord uitbrengen.

Na een tijdje trekt de technicus de muziek maar weer op en zet de microfoon uit.
De zenderbaas stormt binnen.
‘Larry,’ briest hij, ‘je moet wel wat gaan zeggen, hè? Dit is radio!’
En daar gaat de muziek weer wat zachter en de microfoon open.

Larry opent nu zijn mond wél en legt de situatie uit. Dat hij voor het eerst achter de microfoon zit, dat hij tien minuten geleden te horen heeft gekregen dat hij vanaf nu Larry King heet en dat hij van de spanning aanvankelijk geen woord kon uitbrengen.

Hij deed daarmee precies wat mij het juiste lijkt.

Ga niet net doen alsof er niks aan de hand is.
Benoem het maar gewoon.
Laat als het ware de gezonde waarnemer in je hoofd aan het woord.
Laat die zeggen dat je het even kwijt was.
Dat schept duidelijkheid, dat neemt mensen voor je in, en des te eerder heb je jezelf hervonden.

Wel knap trouwens, om je mediacarrière te beginnen met een black-out.
Ach ja, dan heb je dat maar vast gehad.


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

2. Kam je kamelenharen jas – Mike Boddé
3. Bach-liedje – Mike Boddé
4. Now you’re gone – Bob Wander jr
5. Yes, I love you – Art Mankind
6. L I E D – Art Mankind

LEO FULD
7. Tzigany melody & My Jiddishe Mamma – Leo Fuld
8. Emigrant – Rob van de Meeberg
9. Moedertje mijn – Dolf Brouwers

AANKONDIGINGEN
10. Americanas – Metropole Orchestra Big Band

11. La campagna in citta – Enzo Gallo

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: