Rijnmond Staat Stil bij een pleegkind in de oorlog

Tijdens de bezetting zijn joodse kinderen afgestaan aan pleeggezinnen, zodat zij de oorlog konden overleven. Soms werd dat nooit aan hen verteld. Het kind groeide op met ouders, die niet de biologische ouders waren.

Dat is ook het verhaal van Tanja Mak(78) uit Rotterdam. Ze stamt uit een welgestelde aannemersfamilie. Er was ook een 'tante', tante Mies. Een vriendin van de familie, die altijd heel aardig deed tegen de kleine Tanja.

"Ze woonde op de Bentincklaan en als we naar de dierentuin gingen, dan brachten we haar een bezoek. Ze pakte me beet en kneep me helemaal fijn. Ik begreep toen niet waarom. Ik krijg er nog kippenvel van als ik eraan terugdenk."

Mies Metselaar stierf in 1950. Van verdriet, denkt Tanja Mak. Want zij nam een groot geheim mee.

Mies had voor de oorlog Ernst Witt leren kennen. Een Duitser die ging werken bij de schroothandel van Sideron in de Rotterdamse Waalhaven. In april 1941 kregen zij een dochtertje, Tanja. Het kind werd afgestaan aan vrienden van hen, de familie Mak.

Afbeelding
(Mies Metselaar en Ernst Witt. Foto: Collectie Joods Historisch Museum)

Zolderkamer

Als de Duitse bezetters achter hun relatie zouden komen en achter de geboorte van hun kind, dan liepen ze allemaal gevaar. Ernst en Mies gingen in Gouda wonen, waar Ernst met zijn moeder op zolder een verstopplek hadden.

Het mocht niet baten. Anna Witt-Cohn werd in oktober 1942 aangehouden, haar zoon enkele maanden later. Ze stierven beiden in Auschwitz. Mies Metselaar, die niet joods was, overleefde de oorlog. Als een alleenstaande vrouw.

Tanja Mak begon pas op latere leeftijd aan haar zoektocht. ze had heel haar leven twijfels gekend. "Als kind onder de tafel bij mijn oma hoorde ik verhalen over joden waar ik niets van begreep. Ik werd al heel jong naar een internaat in Zwitserland gestuurd, omdat het niet goed met mij ging. Dat snapte ik ook niet. Welke ouder doet dat nou? Alsof ik er niet bij hoorde."

Ze sprak het vroegere dienstmeisje van de familie Mak en die vertelde dat zij een kind was van Ernst Witt. En er is een belangrijk stuk: Ernst vroeg in maart 1942 een visum aan voor Amerika. Daarop staat: Ledig mit Kind (ongehuwd met kind). 

Ongehuwd

Tanja Mak:"Toen ik dat zag, heb ik gegild. Eindelijk een bewijs van mijn eigen leven." Het stuk roept nog wel de nodige vragen op. Er staat geen naam bij van het kind. Maar dat was te verklaren: als de Duitsers dit stuk onder ogen zouden krijgen, zouden zij automatisch bij Tanja uitkomen. En waarom 'ongehuwd'? Mogelijk was ook dat om Mies Metselaar niet in gevaar te brengen.

Tanja Mak is nu een paar keer naar Gouda geweest, naar de Krugerlaan. Daar, waar haar vader ondergedoken zat. Op zolder is achter de wasmachine een schotje te zien. Een kleine ruimte, waar hij samen met zijn moeder Anna geknield moest zitten zolang er onraad was.

"Het is wel iets waar ik moed voor moet verzamelen, om hier te komen. Dan denk ik: hier heeft mijn vader gelopen. Zou hij in de tuin hebben gezeten?"

Behalve de visumaanvraag heeft Tanja meer persoonlijke spullen van Ernst Witt gezien: een complete koffer met inhoud, in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Boeken, een koektrommel, kleding... "Ik was helemaal van slag toen ik het zag, maar ik wil er ook niet meer naar toe. Ik word er steeds emotioneler van."

Afbeelding
(De koffer van Ernst Witt. Foto: Collectie Joods Historisch Museum)

Auschwitz

Het verhaal van Tanja Mak lijkt sterk op dat van Josua Ossendrijver uit Schiedam. Ook hij groeide als joods kind op in een pleeggezin en kwam daar pas na zijn pensioen achter. Anders dan Ossendrijver wil Mak niet al de beladen, historische plekken bezoeken: Westerbork, Auschwitz.. "Ik heb vriendinnen die naar Auschwitz gaan, maar die komen kapot terug."

Ze probeert ook niet haar naam te veranderen. "Daar ben ik te oud voor. En ik heb natuurlijk geen bewijs zwart-op-wit."

Wel vindt zij het belangrijk haar verhaal verder te vertellen. Ze heeft alles uitgezocht samen met haar neef Joost Brouwer. Die is vernoemd naar de pleegvader van Tanja, Joost Mak. Brouwer hield een lezing over zijn nicht tijdens de Open Joodse Huizen op 3 mei, in de woning aan de Goudse Krugerlaan.

Goochelaar

"Ik wil het verhaal breder trekken, naar het nu. Ik verwijs naar het gedicht van Willem Wilmink, over Ben Ali Libi. Als er iemand met een alternatief komt voor de democratie, hoeveel ruimte is er dan voor Ben Ali Libi, de goochelaar, voor de joden en voor anderen? Dat is ook het verhaal van 4 en 5 mei: geef het door." 

Volgens Joost Brouwer is het verhaal van Tanja Mak niet alleen verdrietig, het is tegelijk heel positief. "Er zit ook een boel liefde in. Je wilt je kind redden, dus je geeft het weg. Ongelooflijk wat een opoffering dat geweest is."

Ook de logische vraag waarom Mies haar dochter niet terugnam na de oorlog, kent daarin zijn antwoord. "Tanja had het goed bij de familie Mak. Ze zal hebben gedacht: wat heb ik haar als alleenstaande vrouw te bieden? Voor het kind is het beter als ze blijft waar ze is. Echt, geweldig hoor."

Luister naar het interview met Tanja Mak en Joost Brouwer: klik bovenaan op de blauwe tegel

Meer over dit onderwerp:
rijnmondstaatstil
Deel dit artikel: