ARCHIEF RIJNMOND 5 mei 2019 - Padvinderij

Afgelopen week heb ik een verwarrend inkijkje gekregen in mijn eigen verleden. Tijdens mijn eeuwig durende platen-strooptocht.

Ik ga geregeld grammofoonplaten ophalen bij luisteraars. Platen waar die luisteraars toch niks meer mee doen, en waar ik mogelijk nog iets aan heb voor de radio.

Dat begint doorgaans met een telefoontje of een mailtje.
En dan een afspraak.

Ik heb afgeleerd om in dat proces te informeren waar het precies om gaat. Ik ga er gewoon heen en dan zie ik wel. Soms komt ook al pratend van het een het ander. Dan blijken mensen naast datgene waarvoor ze me hadden gebeld ook nog andere, voor mij veel waardevollere, dingen te hebben liggen waar ze helemaal niet aan hadden gedacht.

Zoiets was van de week aan de hand.

Ik had een seintje gekregen van een oud-collega dat haar moeder platen voor me had, echt oude platen, die weer afkomstig waren van de moeder van die moeder. Bij het bericht zaten wat fotootjes van 78-toerenplaten, en dat waren platen die ik ken en heb. Maar ach, ik ging wel een keer langs.

Van de week was het zover. En of ik nou naar de moeder van die oud-collega ging of naar haar oma, dat had ik eigenlijk niet helemaal begrepen. En hoe die oud-collega eruitzag, wist ik ook niet meer.

In het huis waar ik aanbelde trof ik de vader en moeder van de oud-collega. De platen waren inderdaad van oma geweest. En die leefde niet meer. Wat mij een vrij geldige reden voor haar afwezigheid leek.

Ik had een krat en een grote tas meegenomen voor de platen, en in de auto had ik nog mijn steekwagentje liggen, maar dat bleek allemaal niet nodig. Het ging maar om vier 78-toerenplaten, precies de platen van de fotootjes, fotootjes die ik op dat moment eerlijk gezegd ook alweer helemaal vergeten was.

Of ik een kopje thee wilde?
Welja.

Terwijl ik het geserveerde koekje in mijn thee sopte toonden deze ouders van de oud-collega mij een foto van hun dochter. Ik keek ernaar en er ging mij een lampje branden. O ja, zij. Leuke meid. Ik wist het weer.

Ja, en de vrouw des huizes bleek míj van nog iets anders te kennen dan van de radio. O?
Ja, zij was nog leidster geweest bij de padvinderij waar ik op heb heb gezeten. De George Williamsgroep in Rotterdam-Schiebroek.
En in 1968 was ze mee geweest op een kamp van de groep naar Arnhem, waar ik ook bij was. Ze had er destijds een schrift van bijgehouden.

Het schrift kwam tevoorschijn.
Op een van de pagina’s stond een lange lijst van deelnemers.
En ja hoor, bij nummer 22 stond ik, Roland Vonk.
Tussen ene Gerald de Vogel en ene Rob de Vrijer.
Namen waar ik geen gezicht bij heb.

Een paar bladzijden verder zag ik zelfs dat ik eerste was geworden bij hoogspringen en tweede bij balgooien, achter een zekere Evert Bazuin.

Ook dat zei me helemaal niks.
Dat hele kamp en mijn sportiviteit van toen gingen voor mij gehuld in mist.

Nou ja, niet helemaal.
Ik heb thuis een paar fotootjes van dat padvinderskamp.
Fotootjes die de plek hebben bezet van een echte herinnering.

En zoals denk ik veel mensen zullen herkennen: ik weet verstandelijk dat ík dat ben, dat jongetje van bijna negen met zijn welpenpetje op, maar het voelt alsof het iemand anders is, iemand uit een parallelle werkelijkheid met toevallig dezelfde naam als ik en vagelijk overeenkomende trekken.

Hoeveel van dat jongetje zit er nog in mij?
Wie wás dat jongetje?

Ik kan daar zelf niet meer bij.

Aan mijn vroegere ‘leidster’, wier naam en verschijning ook geen herkenning opriepen, vroeg ik wat voor jongetje ik vroeger was. Had ze enige herinnering aan mijn toenmalige incarnatie?

‘Ja, hoor,’ antwoordde ze. Ze herinnerde mij nog wel.
‘Je was een braaf jongetje.’

Dat moest ik even op me laten inwerken.
En proberen te vergelijken met hoe ik nu ben.
Hoe ben ik nu?
Ook weer zoiets.

Dat leek mij een mooie vraag om bij thuiskomst aan mijn vrouw voor te leggen.

Ach, ik heb uiteindelijk wel een ‘pad’ gevonden in het leven, maar soms denk ik ook dat ik maar met één been in de werkelijkheid sta. Dat ik me door een schimmenwereld beweeg, met platenhoezen als voornaamste baken.


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

HET GROOT NIET TE VERMIJDEN & AANVERWANTEN
2. Onderweg – Knappe koppen
3. Simon Carmiggelt pastiche – Louis Kockelmann bij Het Groot
4. Ik ben het kwijt – Chris Grem bij Het Groot

MEIDAGEN
5. Drie patroeljes – Jaap van de Merwe
6. Mei – Carmenkata

GER SMIT & WARNOW
7. There I’ve said it again – Ger Smit          
8. Warnow 1 jaar – Jacco van Giessen
9. Warnow – The Cruel Horizon

JAZZ IN ROTTERDAM
10. Rhythm is our business – Louis de Vries & his Rhythm Boys  

AANKONDIGINGEN
11. Americanas – Metropole Orchestra Big Band

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: