Het koloniale verleden is een Rotterdams verleden

Koloniale geschiedenis is Rotterdamse geschiedenis. Het is verweven met de stad, met alle lagen van de samenleving. De sporen van dit verleden zijn overal in de stad terug te vinden, sommigen beter zichtbaar dan anderen. Wie weet waar te kijken, zal het niet meer kunnen missen.

De Boompjes is een van de locaties die wat inbeelding vergt. Wie in de achttiende eeuw op stand woonde in Rotterdam zat hier. Kijkend naar de Erasmusbrug lijkt een Boompjeskade vol pak- en herenhuizen misschien lastig voor te stellen. De historische panden aan de overkant van het water op het Noordereiland maken dit minder moeilijk.

Het moet een gebied vol bedrijvigheid zijn geweest, want dit was het economisch hart van de Rotterdamse koloniale geschiedenis. Hier was onder meer het Oost -Indisch Huis te vinden. Vanuit dit pand werden belangrijke besluiten genomen over de koloniale handel én over vele mensenlevens. Het Oost-Indisch Huis is in een bombardement in de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan, maar de vergaarde rijkdom waren al geïnvesteerd in de stad Rotterdam.

Spoken word-artiest Lucinda Malbons vertelt over haar voorouders: 'Ik ben een nazaat van een tot slaaf gemaakte'.

Het VOC-magazijn was in Delfshaven gevestigd. De Rotterdamse VOC-werf viel onder de Delftse VOC-kamer. Van de ruim 300 schepen die deze kamer uitgezonden heeft zijn er meer dan honderd in Delfshaven gemaakt. Onder meer op deze manier waren ook Rotterdamse arbeiders onderdeel van het koloniale systeem. Ze werkten bijvoorbeeld in de scheepsbouw en of in het onderhoud van de schepen.

Het magazijn is een van de voorbeelden van een directe link tussen Rotterdam, kolonialisme en slavernij. Want ook in het VOC-verleden is sprake van slavernij, geweld, en onderdrukking.

De betrokkenheid bij slavernij gaat verder dan de handelaren, handelscompagnieën, plantagehouders, rijke elite en bestuurders,  verschillende lagen in de samenleving profiteerden mee. Bakkers, slagers en jeneverstokers verdienden aan het voedsel en de drank die werden ingeslagen voor de bemanning van de schepen.

De financiële sector verdiende aan het verstrekken van plantageleningen en het afsluiten van verzekeringen. De voorloper van de A.S.R. begint zo, met in 1720 de oprichting van de N.V. Maatschappij van Assurantie, Discontering en Beleening der Stad Rotterdam. In de regio zijn ook koloniale producten zoals suiker, koffie en tabak verwerkt. Deze producten werden geproduceerd door slaafgemaakte mensen. 

Vanaf het begin van de slavernij komen mensen tegen dit systeem in verzet, oorspronkelijke bewoners en slaafgemaakte mensen, in de koloniën en in Nederland. Deze betogen tegen de slavernij zijn niet voor het eerst gehoord in de negentiende eeuw. Maar in deze tijd liepen Rotterdamse vrouwen wel voorop in de Nederlandse anti-slavernij beweging. Ze werden geïnspireerd door de Engelse quaker Elizabeth Fry en schreven een brief aan de Nederlandse koning.

Willem II was stomverbaasd, zo’n verzoek had hij nog nooit ontvangen. Hij schrijft terug dat hij het zal overwegen, maar verzoekt de dames vooral om te stoppen met hun actie om zo geen sociale onrust te veroorzaken.

En de slavernij werd afgeschaft op 1 juli 1863. Tien jaar daarvoor was het besluit hier toe al genomen, en al die jaren is gediscussieerd over de compensatie voor de eigenaren van plantages, de onderdrukkers van slaafgemaakten. Deze tot slaafgemaakte mensen kregen geen vergoeding.

Tien jaar na 1863 waren slaafgemaakten ook echt weer vrije mensen. Althans, vaak kwamen deze mensen nu terecht in andere vormen van onderdrukking, denk aan contractarbeid. Het emancipatieproces stopt dus zeker niet op deze 1 juli 1863. Dit proces gaat tot op de dag van vandaag door. 

De Nationale Nijverheidstentoonstelling in Blijdorp in 1928 laat wel zien dat iedereen die geen witte Europeaan was, niet als gelijke gezien werd in de periode na de slavernij. Onderdeel van de tentoonstelling waren mensen uit Senegal. Ze werden neergezet om bekeken te worden om enerzijds nieuwsgierigheid op te wekken, maar ook om de superioriteit van de witte Europeanen te bevestigen. 

De strijd tegen racisme gaat in Rotterdam ook op andere manieren door. Wi Masanga is een van de oudste Surinaamse organisaties in Nederland. In de jaren 70 wordt in dit Rotterdamse ontmoetingscentrum een antirascismecomité opgericht. Dit strijdt tegen onder meer tegen racisme en het spreidingsbeleid.

Dit is een vorm van segregatie, want in Rotterdam mochten in bijvoorbeeld 1972 maximaal 5 procent Surinamers, Caribische Nederlanders en Mediterranen in een wijk wonen. Segregatie kennen mensen voor uit Zuid-Afrika en Jim Crow in de Verenigde Staten, maar het was ook in ons eigen Rotterdam.

Wie dit allemaal aanhoort, zal niet verbaasd zijn dat een stad als Rotterdam een slavernijmonument heeft. Al staat het hier pas 6 jaar. Wat weten we eigenlijk nog weinig van de Rotterdamse geschiedenis. Er is ieder jaar veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, voor het Bombardement, maar Rotterdam is niet geboren op 14 mei 1940. Rotterdam is een eeuwenoude stad met een rijk verleden. Stadrechten kwamen bijvoorbeeld in 1340.

Afbeelding

Het koloniale verleden (en dus het slavernijverleden) is verweven met de hele Nederlandse geschiedenis. Spreken van een ‘zwarte bladzijde’ doet geen recht aan de omvang, de duur en de impact van deze geschiedenis. Spreken van een rode, of desnoods een zwarte draad is veel toepasselijker.

Het inzichtelijker krijgen van het Rotterdamse verleden is zowel goed voor cultuurparticipatie, de educatie van de stad Rotterdam, en het aantrekken van toeristen. Om een inclusievere geschiedenis te bewerkstelligen is het zelfs noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in dit verleden. Hier is wel meer onderzoek voor nodig.

Rijnmond duikt dit najaar in dit Rotterdamse verleden. Houdt de verschillende kanalen van Rijnmond in de gaten voor meer informatie.

Tessa Hofland is journalist en historicus in Rotterdam. Ze is een van de schrijfsters die de Rotterdamse bijdrages leverden aan de Gids Slavernijverleden Nederland. Hierin worden honderd locaties door heel Nederland genoemd die verbonden zijn aan het koloniale verleden.

In 2016 rondde Tessa haar masteronderzoek af naar de emancipatie van slaafgemaakten op Curaçao in de periode 1795 – 1863.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam
Deel dit artikel: