ARCHIEF RIJNMOND 14 juli 2019 - Keeper

Afgelopen week heb ik gedroomd dat ik in het doel stond bij een voetbalwedstrijd. Ik was keeper, net als vroeger. Ik stond er weer, na bijna vijftig jaar.

In mijn tienerjaren heb ik gekeept in zo’n beetje het laagste elftal dat voor mijn leeftijd voor handen was bij Hermes DVS, in Schiedam. Ik was in de keepersrol gedrukt omdat ik in het veld nogal onstuimig was. Ik maakte geloof ik niet zo’n sterk onderscheid tussen ‘echt’ en het spelletje dat we aan het spelen waren. Ik had de neiging om ‘tegenstanders’ rücksichtlos onder te schoffelen. Of gewoon dwars door ze heen te lopen.

De jongens met wie ik speelde, hoorden niet tot de uitblinkers, en dat zal voor mij als keeper ook wel hebben gegolden.

Deed ik wel mijn best? Daar heb ik geen idee meer van. Ik weet vooral nog hoe heerlijk het was om me bij een naderende bal in de modder van het doelgebied te mogen werpen. Er heeft altijd iets van een varken in mij gezeten.

Die keepersdroom van de week kwam nadat ik in bed had liggen nadenken over zelfbeeld, zelfvertrouwen en de mate waarin je hangt aan perfectie.
En dat nadenken kwam weer na een bezoekje van bevriend cabaretier en muzikant Mike Boddé.

Mike heeft een muzikaal idee voor in het theater, hij wil daar interesse voor opwekken met behulp van een soort geluidspromo, en om die op te nemen en te monteren kwam hij even langs.

Tijdens zijn inspreken onderbrak ik hem. Eén woordje in zijn verhaal vond ik er niet helemaal goed uitkomen. De articulatie daarvan kon beter. Mike deed het opnieuw. Nu was het wel naar mijn zin.

Naderhand hadden we het erover. Ik vertelde hem dat als ik zelf teksten inspreek thuis, ik het soms eindeloos vaak opnieuw doe omdat ik van alles hoor. Ik heb misschien wel een prettige stem, althans een markante, maar soms zit die stem enorm vast, mijn dictie laat ook weleens te wensen over, en ik ben onvrijwillig geabonneerd op heesheid. En dan heb ik ook nog eens een oor dat nogal is gespitst op onvolkomenheden.
Dus: opnieuw en opnieuw en opnieuw en opnieuw.
Tot ik met het resultaat kan leven.

Het is niet zo dat mijn kritische zin me blokkeert. Zo erg is het niet. Het hoeft ook niet allemaal perfect te zijn. Maar als ik iets hoor dat met een beetje extra inspanning beter kan, lever ik die inspanning.

Dit alles kwam Mike vrij vreemd over. Als hij iets inspreekt is de eerste take als het even kan meteen de laatste. Mét de imperfectie van het moment. Een dingetje hier of daar stoort hem niet.
In muziek net zo.

Opmerkelijk.

Aan de andere kant van dit spectrum verkeert een artistieke vriendin bij wie mijn vrouw van de week weer eens over de vloer was. Een geweldige kunstenaar die zo kritisch is op alles dat ze maakt dat je er met je pet niet bij kan. Het is vast mede dankzij die kritische zin dat wat ze schildert zo geweldig is, maar als ze er zelf ietsje tevredener over was, zouden meer mensen ervan te weten komen, en ervan kunnen genieten, zou ik denken.

De conclusie die zich bij me aandiende in bed: bij iedereen verhouden die eigenschappen zich weer anders. Talent, zelfkritische houding, een hang naar perfectie, zelfvertrouwen, zelfbeeld.
Je kunt er van een afstandje weinig van zeggen.
Dat iemand in jouw ogen iets geweldigs maakt, wil nog niet zeggen dat die persoon het zelf ook als geweldig ervaart, of er oneindig lang aan heeft zitten slijpen en vijlen.

Ik ben geneigd te denken dat ik zelf een steeds realistischer kijk op mezelf krijg. Ik zie mijn beperkingen. Maar over sommige dingen die ik maak ben ik best tevreden.
En wat zelfvertrouwen betreft: dat hele begrip zegt me weinig. Ik doe gewoon dingen, en dan zie ik wel.

Ik zou geloof ik – als de nood aan de man is – ook best iemand durven opereren. Maar of dat goed afloopt is een tweede.

Zo ging het ook zo’n beetje in die keepersdroom van de week.
Ik bakte er werkelijk niks van. Als ik wilde uittrappen kwam de bal niet verder dan een meter of tien, en dan ook nog zo voor de voeten van een tegenstander. En nadat ik al een paar ‘makkelijke’ ballen in het net achter mij had zien verdwijnen, waarschuwde ik mijn teamgenoten.
Ik zei, zonder een spoor van paniek: ‘Jongens, kijk uit. Ik ben een heel slechte keeper, en daar maakt de tegenstander gebruik van.’

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. Winston en de vrouwtjes – Mike Boddé

AAD KLARIS 80
Opnames van het verrassingsfeestje van maandag 8 juli 2019 bij de Rotterdamse Artiesten Club voor de tachtigste verjaardag van Aad Klaris.
3. Draai maar als een haan op ‘n toren – Ap van den Arend & Aad Klaris
4. Lily Marleen – Henk Schouten
5. Karel de kaper – Kees Nouwen
6. Vuile huichelaar – Margot van Tilborg
7. Aan de Oude Haven – Wil Cornelissen
8. Mijn Rotterdam, fijne stad aan de Maas – Tom Wigmore

’T IS MOEILIJK BESCHEIDEN TE BLIJVEN
Aad Klaris over het ontstaan van het nummer ‘’t Is moeilijk bescheiden te blijven’. Plus een uitvoering ervan op het verrassingsfeestje van de RAC.
9. Tune van tv-serie Dallas
10. Who shot J.R. Ewing – T.R. Dallas
11. Wie schoot op J.R. Ewing – Don Mercedes
12. Ich bin viel zu bescheiden – Peter Petrel
13. It’s hard to be humble – Mac Davis
14. ’t Is moeilijk bescheiden te blijven – Peter Blanker
15. Ik ben veel te bescheiden – Rita Corita
16. Mexican Hat Dance – Mariachi Aguila Real
17. ’t Is moeilijk bescheiden te blijven – Jan Jansen

AANKONDIGINGEN
18. Americanas – Metropole Orchestra Big Band

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: