'Huidig vaarbewijs voldoet niet voor supersnelle boten'

De man die de snelle rigid-inflatable boats (RIB) naar Nederland haalde, is er stellig over: de eisen die vandaag de dag gesteld worden aan bestuurders zijn veel te laag. Dan krijg je ongelukken zoals vrijdagmiddag gebeurde op de Nieuwe Maas in Rotterdam. "Een rib heeft soms net zoveel pk's als een Formule-1 wagen."

Marc van der Veen is gek op het kleine, opblaasbare bootje. "Stabiel, snel, slaat niet gauw om, een veilige boot." Zijn bedrijf RIB-Experience verzorgt met succes boottochtjes door Rotterdam. Het nieuws over de botsing gaat Van der Veen aan het hart. In eerste instantie omdat hij in de schipper van de getroffen sloep een fijne collega heeft, die al eerder een soortgelijk ongeluk meemaakte.

In zijn pleidooi is Van der Veen duidelijk. Een klein vaarbewijs is voldoende om een RIB - afkorting van 'stevige opblaasbare boot' - te besturen, maar dat is niet meer van deze tijd. "Het is een korte theoretische cursus waarbij je bakboord en stuurboord moet kennen, plus een aantal andere regels. Ontoereikend, het stelt niet zo heel veel voor, als ik eerlijk ben."

Van der Veen: "Het echte varen leer je op water. Langzaam varen, snel varen, omgaan met jouw vaartuig en oog hebben voor je omgeving. Mijn advies zou zijn om er een volwaardig vaarbewijs van te maken, met theorie en praktijk. Net zoals je een speciaal rijbewijs moet halen als je een vrachtwagen wil besturen."

Niet de enige

Zelf is zijn bedrijf nooit betrokken geweest bij ongelukken ("zelfs nooit een melding"), een RIB kan dus veilig het water op. Het valt of staat bij de schipper. "Ik krijg soms ook sollicitanten die het vooral stoer vinden om er een te besturen. Dan houdt het hier snel op."

Van der Veen staat niet alleen in zijn mening over het gevaar van onervarenheid en roekeloos vaargedrag. Ook in de diverse Rotterdamse binnenhavens worden zorgen geuit over de minimale eisen die worden gesteld aan bestuurders supersnelle vaartuigen.

Deel dit artikel: