ARCHIEF RIJNMOND 15 september 2019 - De inbreker met het goede hart

Afgelopen week heb ik ervaren hoezeer het leven de kunst nabootst. Hoezeer, zoals ze in het Engels zeggen, life imitates art.En dat gebeurde in de echtelijke slaapkamer.

Wat wordt daarmee bedoeld, dat het leven de kunst nabootst?

Nou, de gedachte is dat hoe je het leven en de natuur bekijkt wordt gekleurd door hoe dat alles in de kunst is weergegeven. In de kunst wordt bijvoorbeeld de schoonheid van zoiets als mist bezongen, en daardoor ga je mistige taferelen in het dagelijks leven als ‘mooi’ en ‘romantisch’ zien.
Kunst bepaalt hoe je de werkelijkheid ervaart.
Dat.

Je zou denken: het leven, de dagelijkse werkelijkheid, is de norm. Dat is het uitgangspunt van alles. Daar spiegel je van alles en nog wat aan. Ook kunstuitingen. Je ziet bijvoorbeeld een geschilderd portret van iemand en je zegt: wat líjkt dit. Het is net echt.

Maar het werkt net zo goed, en misschien nog wel sterker, de andere kant op. Je hebt een keer een geweldig portret van iemand gezien. En dat kleurt hoe je de persoon ziet.

In het nieuws heb je ook geregeld dat soort dingen.
Dan is iemand net getuige of slachtoffer geweest van iets overweldigends, en dan geeft ie als commentaar: ‘Het leek wel een film. Het was of ik in een heel slechte film verzeild was geraakt.’

Dan is de film blijkbaar de maatstaf waar ‘de werkelijkheid’ aan wordt afgemeten.

Er zijn ook legio voorbeelden van ellendelingen die zich vrij direct hebben laten inspireren door voorbeelden in films. Die filmscènes als het ware werkelijkheid hebben dóen worden.
Zo heb ik begrepen dat allerlei lui in de maffia wel gecharmeerd waren van hoe hun milieu werd getypeerd in die Godfather-films, en zich ernaar zijn gaan kleden.

En ik herinner me van mezelf dat ik als jochie met vriendjes uit de buurt op een grasveldje doelpunten probeerde na te spelen die we op tv hadden gezien in Studio Sport. Ja, met de herhaling in slow motion en al. Wat natuurlijk niet heel goed lukte. De bal werkte niet mee. En de zwaartekracht zat in de weg. Maar u snapt het idee: je probeert in het dagelijks leven de verbeelding van tv of film na te doen.

Op een heel letterlijk niveau is dat: life imitates art.

In het geval van dat voetballen was het bewust.
Meestal gaat het denk ik onbewust.
En het kan gebeuren dat het onbewuste opeens bewust wordt.

Dat had ik afgelopen week, tijdens een bijna dagelijks ritueel, ‘s ochtends in de slaapkamer.

Om het kader daarvan te schetsen neem ik u even mee naar de film De Inbreker uit 1972. Regie Frans Weisz, hoofdrol Rijk de Gooyer.
Rijk de Gooyer speelt een inbreker, maar een inbreker-met-een-goed-hart.

Hoe maak je dat duidelijk?

Ooit zag ik een tv-interview met Frans Weisz die uitlegde hoe hij dat heeft gedaan, dat beeld vestigen van een ‘goede inbreker’, meteen al aan het begin van de film.
In het half duister zie je Rijk de Gooyer inbreken in een huis. Hij snijdt een gat in een raam met een glassnijder, opent een deur en stapt naar binnen terwijl hij met een zaklantaarn in het rond schijnt. Flarden van een schilderij lichten op en een kom met goudvissen. En wat doet deze inbreker voordat ie iets meeklauwt? Hij strooit wat voer in de kom met goudvissen.
Waarmee de kijker de boodschap krijgt: wij hebben hier dan wel te maken met een inbreker, maar als mens deugt ie.
Slim gedaan.

En nu ik.

Door de week gaat in huize Vonk om acht uur ‘s morgens de wekkerradio aan. Vaak hoeven we nergens heen, maar het is wel handig om een beetje structuur in je dagen te houden. Al moet ik zeggen dat ik het geluid van de wekkerradio maar zelden hoor.
Mijn interne klok is zo afgesteld dat ik helemaal uit mezelf al om een uur of zeven wakker word. Of eerder.
Daarna nog lang in bed blijven liggen is geen optie. Ik word meestal wakker met dadendrang. Ik wil dingen gaan doen. Mijn interne vliegwiel begint meteen te draaien. Ik moet altijd iets van mezelf. Dus kruip ik, bijna als een dief in de nacht, voorzichtig uit bed – ik wil mijn vrouw niet wakker maken.

Onderweg de slaapkamer uit passeer ik dan onze hond, Mees, die in een mandje naast ons bed slaapt. Die hond heeft mij allang gehoord. Haar twee kleine oogjes volgen me. En dan aai ik Mees even over haar bol. Alsof ik in een film van Frans Weisz speel en ik het niet-aanwezige publiek duidelijk wil maken: ik ben wel een beetje een workaholic, maar ik meen het goed.

En dan krijgen we de scène waarin ik de trap af sluip naar mijn werkverdieping. Ik zet een pot thee, de computer gaat aan en er begint muziek te spelen.

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. Kijk je ’s avonds even naar de sterren – Willeke Alberti

NACHT VAN DE KAAP 2019
3. Cry/Als je huilt – Chris Grem
4. Simone – Dave von Raven
5. ’t Is moeilijk een stijve te krijgen – Peter Blanker
6. Bij de hoeren van Katendrecht – Chris Grem

100 JAAR DRS P
7. In een Mexicaans dartelhuis – Erik van Muiswinkel
8. In het huis der schande – Maaike Cafmeyer

DE AIMABELE SCHOFTEN
9. Frankrijk – De Aimabele Schoften
10. Het grote druivenstamperslied – De Aimabele Schoften

AANKONDIGINGEN
11. Americanas – Metropole Orchestra Big Band

PODIUM WITTEMAN
12. Mike Boddé over het ‘ver-Mozarten’ van liedjes

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: