Inspectie: aanpak stalking Hümeyra zwaar tekortgeschoten

Instanties als de politie, het OM en Veilig Thuis zijn zwaar tekortgeschoten bij de aanpak van stalking van de Rotterdamse Hümeyra, die in december vorig jaar werd doodgeschoten bij haar school door haar ex-vriend Bekir E. Dat is de conclusie van de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Hoewel de politie de zaak al in mei vorig jaar als mogelijke stalkingszaak bij Veilig Thuis aanmeldt, herkent Veilig Thuis dit niet als zodanig en zet het in op de aanpak van eergerelateerd geweld. "Hierdoor krijgt de zaak vanaf het eerste moment
niet de juiste aandacht en richt Veilig Thuis zich onvoldoende op de bescherming van Hümeyra", schrijft de inspectie. 

Hoewel Hümeyra meerdere keren melding doet van het feit dat zij zich onveilig voelt en bedreigd wordt, hebben de politie, het OM, Veilig Thuis en het Veiligheidshuis volgens de inspectie onvoldoende aandacht voor de bescherming van Hümeyra en het stoppen van de stalking door haar ex. De organisaties werkten niet goed samen en deelden de informatie niet. Daardoor ontstond geen volledig beeld van de bijbehorende risico's en werd de ernst van de situatie niet goed ingeschat. 

Geen vast aanspreekpunt

Ook was er bij de politie geen vast aanspreekpunt voor Hümeyra, zodat ze elke keer opnieuw haar verhaal moest doen. Zo'n 50 agenten waren uiteindelijk bij de zaak betrokken. 

Het rapport is hard aangekomen bij de familie van Hümeyra. Advocate Nelleke Stolk staat de familie bij. "Het is heel pijnlijk om te lezen hoe vaak Hümeyra en haar familie contact hebben gelegd met de politie. Ze was ontzettend bang. Die moedeloosheid en onmacht komen heel duidelijk in het rapport naar voren." 

De vraag dringt zich op of de dood van het Rotterdamse meisje te voorkomen was geweest. Stolk: "Het is een complexe zaak, maar de familie denkt wel dat Hümeyra nog had geleefd als er anders was gehandeld. De nabestaanden denken nog na over vervolgstappen. Ze willen een signaal afgeven: er mag geen tweede Hümeyra meer komen."

Gefaald

De Tweede Kamer wil het naadje van de kous weten rond de moord. De ministers van Justitie en voor Rechtsbescherming, Ferd Grapperhaus en Sander Dekker, moeten naar het parlement komen nu duidelijk is geworden dat instanties hebben gefaald.

Volgens PvdA-Kamerlid Attje Kuiken had de moord voorkomen kunnen worden: "Die conclusie is hard en tegelijk ontzettend verdrietig. In deze zaak is er afgewacht en weggekeken. Niemand had de duidelijke regie. De minister moet nu maatregelen nemen om het niet alleen op papier, maar ook in de praktijk te verbeteren. De veiligheid van de vrouw moet voorop staan."

De rechtszaak tegen Bekir E. wordt op 14 november inhoudelijk behandeld.


Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: