Rotterdam profileert zich als dé offshorehaven op beurs in Amsterdam

Een grote delegatie bedrijven uit de regio Rotterdam is twee dagen lang aanwezig op de Offshore Energybeurs in Amsterdam. Ze presenteren zich hier vanuit een grote stand van het Havenbedrijf Rotterdam als dé windhaven van Europa.

Grote namen als Van Oord, Sif en Damen hebben hun eigen stand, maar 34 kleinere offshorebedrijven hebben zich aangesloten bij het initiatief van de Rotterdam Port Promotion Council (RPPC) om 'samen de kracht van Rotterdam en de offshore uit te stralen', aldus Joost Eenhuizen van het Havenbedrijf Rotterdam.

“We hebben een aantal jaar geleden de offshore echt omarmd. We hebben extra ruimte en ligplaatsen gegeven. Ook proberen we steeds meer bedrijven met elkaar te verbinden om zo met elkaar te profiteren van kennis en innovaties. En dat is nodig, want er worden de komende jaren nog heel wat windparken gebouwd.”

"Rotterdam heeft alles in huis om zich als dé offshorehaven van Europa te kunnen presenteren", benadrukt Eenhuizen. "Zowel voor de bouw, exploitatie en het onderhoud van de windmolens biedt de regio voldoende mogelijkheden. Maar ook voor training, opleiding, financiën en assurantiën is voldoende expertise aanwezig. En dat is misschien nog wel belangrijker: wat er achter die bedrijven plaats vindt. Al die toeleveranciers zorgen voor heel veel werkgelegenheid en het levert veel kennis en nieuwe ontwikkelingen op.”

Drijvende bokken

Bonn&Mees is een van de bedrijven die van de aanleg van windparken profiteert. Het bedrijf levert onder meer de drijvende bokken voor de opening van de Brienenoordbrug en het takelde het val in en uit de Hef tijdens de renovatie. Die bokken zijn niet geschikt voor het plaatsen van windmolens, aldus managing director Peter Leenheer. “Maar wat we wel kunnen doen is alle spullen die voor de windmolens nodig zijn opslaan en overslaan in de regio Rotterdam. We verplaatsen ze in onderdelen van de wal op een ponton zodat ze op zee in elkaar gezet kunnen worden. De komende twintig jaar zijn we daar nog wel druk mee, en daarna krijg je het onderhoud van de molens. Dus het is voor ons een interessante business.”

Over het draagvlak onder de bevolking maakt Joost Eenhuizen van het Havenbedrijf zich geen zorgen. “Klachten over slagschaduw, herrie en horizonvervuiling zie je vooral bij windmolens op het land. Op zee waait de wind harder en daarom wordt daar steeds meer voor windparken voor de Nederlandse kust gekozen. We kijken bij de bouw ook meer naar natuurbehoud dan voorheen, bijvoorbeeld door oesterbanken tussen de turbines te plaatsen of door visserij mogelijk te houden. Vaarroutes blijven vrij, maar we gaan straks inderdaad duizenden molens op zee te zien. De ruimte op de Noordzee is voor de offshore-energie uitermate geschikt om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen en met name om het aandeel van duurzame energie te halen.” 

Zonnepanelen

De ambtenaar van het Havenbedrijf Rotterdam doceert: ‘’Er staat nu voor ruim 1 gigawat aan windmolens op zee in Nederland, dat is genoeg voor 1 miljoen huishoudens. Maar we gaan naar 4,5 gigawatt in 2024: dat betekent dat straks ruim 4 miljoen huishoudens hun stroom uit offshorewind kunnen halen. Daarnaast zie je ook steeds vaker dat zonnepanelen in combinatie met windparken worden aangelegd. Eén windturbine produceert evenveel stroom als 25.00 a 40.000 zonnepanelen. Maar de een is effectiever in de winter dan de ander. En samen complementeren ze het energieplaatje,” aldus Eenhuizen.

Het gaat de branche duidelijk voor de wind. Om in termen te blijven. Toch zijn er ook zorgen, over het recente stikstofbesluit bijvoorbeeld. Vopak Agencies treedt als tussenpersoon op tussen lading en schip. Robert Grootendorst van Vopak Agencies: “De aanleg van windparken gaat wel gewoon door, maar het geeft meer problemen in de uitvoering. Aan de andere kant: daar zijn vast oplossingen voor te vinden. En het is ook goed dat we gedwongen worden beter met het milieu om te gaan.”

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: