Razzia 75 jaar geleden: weerbare mannen moesten weg uit de stad

“Alle mannen in den leeftijd van 17 tot en met 40 jaar moeten onmiddellijk na ontvangst van dit bevel op straat gaan staan”. Dat is de mededeling die Rotterdammers op 10 en 11 november 1944 krijgen.

Het zijn de dagen van wat later de razzia van Rotterdam is gaan heten. Het is de grootste razzia van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Het is 75 jaar geleden dat in twee dagen tijd meer dan vijftigduizend Rotterdamse mannen worden weggevoerd.

De Duitse bezetter wil alle weerbare mannen uit Rotterdam weg hebben. “Het is een misverstand dat het om arbeidsinzet ging”, zegt Johan van der Hoeven van Museum Rotterdam ’40-’45 NU. Onder het mom van tewerkstelling worden de mannen die verzet kunnen plegen, weggehaald uit Rotterdam.

Verzet

In de loop van 1944 rukken de geallieerden steeds meer op. Eind augustus is Parijs bevrijd. Daarbij breken zware gevechten uit tussen het Parijse verzet en het Duitse leger. Zo’n situatie willen de nazi’s voorkomen in Rotterdam. De weerbare mannen moeten daarom de stad uit.

“De werkelijke reden was dat de Duitsers alle weerbare mannen die zich tegen de Duitsers zouden kunnen keren, uit Rotterdam wilden hebben, ” aldus Van der Hoeven. Op het bevel staat dat de mannen zich moeten melden voor de arbeidsinzet. “Ze werden wel tewerkgesteld, maar dat was niet het oorspronkelijke doel. Dat was echt het afvoeren van de weerbare mannen.”

Geen ontkomen aan

De stad gaat op slot. Achtduizend Duitse militairen zijn op straat. Bruggen en wegen worden afgesloten. Op het bevel staat dat op hen die pogen te ontvluchten of weerstand bieden, zal worden geschoten. Verder mag niemand op straat zijn: alle andere bewoners, ook vrouwen en kinderen, moeten in de huizen blijven totdat de actie ten einde is.

In een vitrine in het museum ligt het bevel naast twee foto’s. Op de ene foto staat Antje Swart-Petrejus. Op de andere haar twee dochters Renske en Johanna. Ze wonen in november 1944 in de Carnisselaan op Rotterdam-Zuid. De kinderen zijn dan acht en vijf jaar oud.

Doodgeschoten

Vader Swart zit in de buurt ondergedoken.  De zussen hebben de foto’s aan het museum geschonken. In de begeleidende brief beschrijven ze wat er op 10 november is gebeurd. Moeder ziet dat er mannen op de hoek van de straat worden verzameld. Ze is bang dat haar man toch is opgepakt. Ze schuift het raam open en leunt naar buiten.

In de brief schrijft Johanna Swart: ‘Ineens horen Renske en ik een harde klap en ligt onze mamma achterover op de grond Er is een klein gaatje in haar voorhoofd waar bloed uitkomt.’ Johan van der Hoeven: “Ze is doodgeschoten door een Duitse soldaat. Je kan je voorstellen dat de kinderen voor het leven getekend zijn. Ik vind het één van de vreselijkste verhalen hier in het museum.”

Die twee dagen in november 1944 worden er 52.000 mannen weggevoerd uit de stad. Met treinen en schepen worden ze naar Duitsland vervoerd. Daar worden ze in kampen onder gebracht. Vierhonderd van hen komen niet terug.


De razzia van 10 en 11 november 1944 wordt maandag om 13:00 uur herdacht in het Maasgebouw bij de Kuip in Rotterdam. Burgemeester Aboutaleb is daarbij aanwezig.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Vergeten Verhalen
Deel dit artikel: