nieuws

Aboutaleb over drugs: 'Laten we de handen ineen slaan met Colombia'

Archieffoto. Een partij drugs in de haven
Archieffoto. Een partij drugs in de haven
Nederland en Rotterdam moeten meer gaan samenwerken met Colombia om de grootschalige drugshandel aan te pakken. Dat schrijft burgemeester Aboutaleb in een brief aan minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid en minister Blok van Buitenlandse Zaken.
Aboutaleb pleit voor meer informatie-uitwisseling. Hij wil meer inzicht krijgen in de werkwijzen van politie, douane en havenbedrijven in Colombia. 
Burgemeester Aboutaleb heeft eind september een werkbezoek gebracht aan het Zuid-Amerikaanse land om te kijken wat er gedaan kan worden om de drugstransporten naar de Rotterdamse haven te verminderen.  In de eerste acht maanden van dit jaar is er al meer dan twintigduizend kilo cocaïne in de Rotterdamse haven onderschept. Een groot deel van die drugs wordt geproduceerd in of doorgevoerd via Colombia. 
Vanwege de strenge veiligheidsmaatregelen in de Verenigde Staten proberen Colombianen drugs naar Europa te transporteren. "Wij hebben in Europa een situatie gecreëerd waardoor het aantrekkelijker is om drugs richting Europa te exporteren", zei Aboutaleb eerder tegen Rijnmond. "We moeten echt ons best gaan doen om de veiligheid optimaal op te trekken." 
Aboutaleb heeft tijdens zijn bezoek onder andere gesproken met de nationale politie van Colombia.

Barrières optrekken

Het tegengaan van de productie is volgens de autoriteiten in het Zuid-Amerikaanse land bijna niet te doen. Er wordt door allerlei partijen ontzettend veel geld aan verdiend.
Volgens Aboutaleb is in Colombia een miljoen hectare aan cocaïneplantages, die door tweehonderdduizend families vijf keer per jaar worden geoogst. "Dat ga je niet tegenhouden in Colombia zelf. We moeten zelf onze barrières optrekken. Dat gaat veel geld kosten", zo zei Aboutaleb al kort na zijn reis. 
Nu wordt geprobeerd om de boeren te laten stoppen met het verbouwen van cocaïne, maar het merendeel van de drugs wordt in de jungle verbouwd en is daardoor moeilijk te bestrijden.
Ook is er op die niet vruchtbare grond weinig anders te verbouwen. Als alternatief wordt nu gedacht om deze cocaboeren te verplaatsen naar andere gebieden. Aboutaleb schrijft in zijn brief aan de ministers dat hierbij misschien de Universiteit van Wageningen kan meehelpen. Zij zouden de bodem kunnen onderzoeken om te kijken wat er toch succesvol verbouwd kan worden. 

Maatregelen

Eenmaal terug in Rotterdam heeft burgemeester Aboutaleb met politie, het Openbaar Ministerie en de douane gesproken om met oplossingen te komen om de Rotterdamse haven zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor drugscriminelen.
Bijvoorbeeld door een betere samenwerking tussen opsporingsdiensten in beide landen en het uitwisselen van informatie, zoals scans van containers uit de havens. Ook wil hij meer kennis opdoen van verschillende smokkelmethodes. Zo kan al in een vroeg stadium een drugstransport tegengehouden worden. 
Ook het toezicht en de handhaving moet verbeterd worden. "Belemmeringen in regels moeten worden opgeheven", schrijft Aboutaleb. Daarmee doelt hij onder meer op de privacywetgeving die criminelen beschermt. 
En partijen drugs die toch door de haven komen, moeten worden opgespoord. Daar is volgens Aboutaleb veel extra capaciteit voor nodig bij verschillende diensten. 
Op korte termijn wil Aboutaleb de Colombiaanse Homeland Security Investigations uitnodigen voor een werkbezoek aan Rotterdam. Ook de ministers Grapperhaus en Blok vraagt hij naar Rotterdam te komen om in gesprek te gaan met alle partijen. Aboutaleb sluit zijn brief aan de ministers af met de zin: "Laten we de handen ineen slaan met Colombia en alles op alles zetten om te voorkomen dat de cocaïne ons land binnenkomt."