nieuws

Eis: taakstraffen en geldboetes in hoger beroep voetballenrellen Rotterdam

Archief
Archief © MediaTV
Vijf personen die na de verloren kampioenswedstrijd van Feyenoord in 2017 werden opgepakt vanwege openlijk geweld dan wel baldadigheid, hebben in hoger beroep een geldboete of taakstraffen tot 240 uur tegen zich horen eisen. Dat heeft het Openbaar Ministerie (OM) bekend gemaakt.
Na de voetbalwedstrijd van Excelsior tegen Feyenoord in mei 2017 braken in de Rotterdamse binnenstad rellen uit. Daarbij werd de ME bekogeld met onder meer bierflesjes en stenen.
In totaal werden ruim honderd mensen opgepakt. Het grootste gedeelte daarvan moest voor de rechter verschijnen of kreeg een boete. De mensen die niet werden voorgeleid, mochten in ieder geval de week erop, toen Feyenoord opnieuw moest spelen voor de landstitel, niet bij de Kuip of het Stadhuisplein in Rotterdam komen.
Lees meer: Tientallen aanhoudingen rondom kampioenswedstrijd
Meer dan veertig mensen werden opgepakt voor openlijk geweld. Dertig daarvan zouden geweld hebben gebruikt tegen met name politieagenten.
De volwassen verdachten hoorden in eerste instantie werkstraffen tussen de 200 en 220 uur tegen zich eisen. Voor minderjarigen lag dit tussen de zestig en honderd uur. Het merendeel ging hiermee akkoord.

In beroep

Acht mensen gingen in hoger beroep. Ook het OM ging in zes zaken, waarin het vonnis vrijspraak was, in hoger beroep.
Vijf van hen hebben donderdag een strafeis gehoord. Tegen één van de mensen die eerst werd vrijgesproken, is nu een geldboete van 410 euro geëist. Anderen krijgen een taakstraf tot 240 uur.
De andere negen mensen komen volgend jaar aan de beurt.
Het OM en de rechtbank vinden dat een krachtig signaal moet worden afgegeven als het aankomt op deze openlijke geweldplegingen. "Het centrum van Rotterdam was een slagveld. Dit soort geweldpleging tegen de politie die gewoon hun werk goed moeten kunnen doen, is volstrekt onaanvaardbaar", zegt de openbaar aanklager. "Het handelen van verdachte lokt anderen weer uit hetzelfde te doen."
Het hof doet uitspraak op 3 en 5 december 2019.