Deskundigen oordelen keihard over hulpverlening rondom gedode Amerikaanse Sarah Papenheim

De advocaat die de nabestaanden van de Amerikaanse studente Sarah Papenheim bijstaat, eist dat er een nieuw onderzoek komt naar het handelen van de hulpverlening aan verdachte Joël S. Een psycholoog en een psychiater, die op verzoek van de advocaat naar het rapport over de hulpverlening hebben gekeken, laten vrijwel niets heel van de conclusies in het rapport.

De Zorgconsul van de gemeente Rotterdam concludeerde eind vorige maand dat hulpverleners niets te verwijten valt. Advocaat Sébas Diekstra heeft een psychiater en een psycholoog de uitkomsten van dat rapport laten vergelijken met de politierapporten. "De conclusies zijn schokkend", zegt Diekstra.

Joël S. bracht vorig december Sarah Papenheim met 27 messteken om het leven. Volgens de Zorgconsul hebben het Rotterdamse meldpunt voor verwarde personen en het wijkteam hebben in aanloop naar de steekpartij 'zorgvuldig gehandeld'.

Maar Diekstra zegt dat er op basis van verklaringen uit de omgeving van Joël S. in ieder geval een risicoanalyse gemaakt had moeten worden. Zo had Sarah gebeld met het wijkteam met het verhaal dat Joël S. zichzelf en anderen iets aan wilde doen. Een paar dagen later belde ze weer, nadat S. had gezegd dat hij een seriemoordenaar wilde worden. 

De twee deskundigen noemen het onbegrijpelijk dat er niet eens een risicoanalyse is gemaakt. Ze vragen zich af of de medewerkers van het wijkteam wel goed geschoold zijn om een analyse te maken van Joël S. 

Diekstra wijst erop dat er in het rapport van de zorgconsul niets staat over de beoordeling en de scholing van de wijkteammedewerkers.

De advocaat pleit bij de volgende gemeenteraadsvergadering in Rotterdam voor een nieuw onderzoek naar de hulpverlening. Hij krijgt daarbij steun van Leefbaar Rotterdam-raadslid Tanya Hoogwerf. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: