Nederland en Turkije touwtrekken over Rotterdamse moordzaak

Nederland en Turkije doen los van elkaar onderzoek naar een Rotterdamse moordzaak uit 2014. In plaats van uitwisseling van gegevens wordt gesproken over een 'moeizame relatie' tussen justitie hier en de Turkse autoriteiten.

De zaak draait om de dood van Hamdi Bilir. Hij werd in september 2014 doodgeschoten in een eethuis aan de Mathenesserweg in Rotterdam. Justitie in Rotterdam ziet Ugur D. (25) en Cengiz A. (38) als verdachten van de moord.

Ugur D. is in Nederland, Cengiz A. in Turkije. Beiden zitten niet vast. A. was in opdracht van de Nederlandse justitie in Turkije gearresteerd. Hij is onder voorwaarden vrijgelaten. Nederland had onder meer aan Turkije gevraagd om het DNA van de verdachte af te nemen.

Officier van justitie Annette Boender had vanuit Turkije niet gehoord of dat inderdaad was gebeurd. Advocaat Nico Meijering, die Cengiz A. bijstaat, kon dat voor haar ophelderen: "Het DNA is afgenomen. Dat is op een vliegveld in Turkije gebeurd." Ook zou zijn cliënt een verklaring hebben afgelegd.

Tunnel

De verdediging en het OM hebben er niet precies zicht op wat de Turkse autoriteiten aan het onderzoeken zijn. Officier van justitie Boender: "Er gloort een beetje licht aan het eind van de tunnel, want Turkije is bereid ons te ontvangen." De advocaten willen dat het Turkse onderzoek wordt toegevoegd aan het Nederlandse dossier.

Advocaat Leon van Kleef, die Ugur D. bijstaat, heeft wel een idee waarom de Turkse autoriteiten op eigen houtje bezig zijn. "Dan moet je hun minister niet arresteren." Hij doelt op de aanhouding en uitzetting in maart 2017 van de Turkse minister Kaya, die naar Rotterdam was gekomen. Het leidde destijds tot rellen rond Westblaak.

Het is niet de eerste keer dat justitie in Rotterdam problemen heeft met de collega's in Turkije. Eerder was dat het geval in de zaak Waterfront, waarbij Turkije weigerde mee te werken aan het gerechtelijk onderzoek naar een van de hoofdverdachten.

Ugur D. heeft bekend dat hij heeft geschoten op Hamdi Bilir. "Maar het was uit zelfverdediging", zegt Van Kleef. De verdachte heeft vastgezeten, maar hij is 'uit zijn voorlopige hechtenis gelopen'. "Als je de zaak niet aanbrengt, dan stopt op een gegeven moment de voorlopige hechtenis. Dat is hier gebeurd." 

De andere verdachte, Cengiz A., ontkent iedere betrokkenheid bij de moord in het eethuis. Hij heeft wel aangegeven in de buurt te zijn geweest. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam rechtbank Moord
Deel dit artikel: