Rechter: verdachte tramaanslag Utrecht moet advocaat houden

De verdachte van de tramaanslag in Utrecht mag zich niet zelf verdedigen tijdens zijn strafproces. Hij krijgt verplicht een advocaat toegewezen. Het gaat om André Seebregts uit Rotterdam.

Dat heeft de rechtbank in Utrecht maandag besloten tijdens de derde inleidende zitting.
Het Openbaar Ministerie en de aangewezen advocaat Seebregts vinden dat T. het recht moet hebben om zichzelf te verdedigen. T. zou daartoe ook prima in staat zijn. 

Uit onderzoek in het Pieter Baan Centrum blijkt dat T. ondanks zijn zwakbegaafdheid en stoornissen in staat is om de kern en de context van zijn vervolging te begrijpen en zijn procespositie te bepalen. Maar de rechter denkt daar anders over. 

T. heeft steeds gezegd dat hij geen advocaat wil. Seebregts was ook aan het begin zijn raadsman, maar T. zette hem in juni aan de kant. De rechtbank wilde toch dat de verdachte juridisch geholpen zou worden en wees Seebregts aan. Die voerde aan dat T. zich verzet en zich niet laat verdedigen.

Bij de tramaanslag in Utrecht kwamen op 18 maart van dit jaar vier mensen om het leven toen Gökmen T. in en om de tram begon te schieten. Justitie verdenkt hem van moord met terroristisch oogmerk, poging tot moord met terroristisch oogmerk, bedreiging met een terroristisch misdrijf en mishandeling van een bewaarder van de gevangenis in Lelystad. 

Volgens het Pieter Baan Centrum is T. verminderd toerekeningsvatbaar. Deskundigen zien wel mogelijkheden tot behandeling, wat ertoe kan leiden dat de verdachte tbs kan worden opgelegd.

Gökmen T. was maandag niet bij de pro forma-zitting aanwezig. De rechtbank had hem bevolen te komen, maar daarvoor zou te veel geweld en dwang nodig zijn geweest. Nabestaanden waren boos over zijn wegblijven. Een vader van een slachtoffer was verbijsterd dat het bevel niet werd gehandhaafd. Hij had het idee dat de verdachte de regie voert in het proces. 

De verdachte zit op de terroristenafdeling en moet - steeds als hij naar binnen en buiten gaat - worden gevisiteerd. Dat betekent dat hij zich moet uitkleden en dat er in zijn lichaamsholtes wordt gekeken. 

Het Openbaar Ministerie wil dat T. bij de volgende zitting wél verplicht aanwezig is. De inhoudelijke behandeling van de zaak is van 2 tot en met 6 maart volgend jaar. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: