nieuws

Capelse Yvonne kookt Joodse lunch voor overlevers van de Holocaust

Een paar keer per jaar dekt Yvonne Cohen uit Capelle aan den IJssel de tafel voor een lunch met traditioneel Joodse gerechten en nodigt ze overlevers van de Holocaust uit. Ze doet dat om ze te verwennen en voor een steun in de rug.
De oorlog is alweer lang geleden maar niet voor degene die vervolgd werden, moesten vluchten, onderduiken of in concentratiekampen werden opgesloten. De gasten aan tafel delen met elkaar de ellende van de oorlog. "Wonder boven wonder leef ik nog", zegt Thomas Lorand van 96 jaar.
Tijdens de lunch wordt een kippensoep met matze-ballen geserveerd. "Veelal van de Joodse recepten worden niet uit rijkdom gemaakt maar uit armoede, eigenlijk omdat Joden altijd overal verjaagd zijn en vaak geen geld hadden", vertelt gastvrouw Yvonne. "Voor de mensen is dit leuk omdat het ouderwets en ze het al kennen van vóór de oorlog."

5000 overlevenden

Bijna zes miljoen Joden zijn omgekomen in de vernietigingskampen van het Duitse nazi-regime. Uit Nederland zijn ongeveer 107.000 Joden gedeporteerd en slechts 5000 hebben de kampen overleefd en keerden na de oorlog terug. De overlevers die nu nog leven, zijn op hoge leeftijd.
Als jonge twintiger heeft Thomas Lorand in Hongarije in 1944 in een arbeidskamp gezeten en van daaruit werd hij aan de Duitsers uitgeleverd. "Ik moest te voet naar de omgeving van Beieren en heb daar meer dan een half jaar in een concentratiekamp gezeten in de omgeving van Beieren", vertelt hij. "Het waren hele moeilijke tijden maar ik vind het een wonder dat ik nog leef en daar ben ik heel dankbaar voor. Maar ik heb heel veel mensen van mijn familie en omgeving verloren."

Vluchten en onderduiken

In de jaren vijftig moest Thomas Lorand vluchten voor de onderdrukking van het communistische regime. "Toen heb ik mijn dochtertje van vijftien maanden in mijn nek gebonden met een badhanddoek en zijn we te voet gevlucht naar de grens met Oostenrijk", vertelt hij. Uiteindelijk is hij in Nederland terecht gekomen en was hij dertig jaar de solo altviolist in het Rotterdams Philharmonisch.
De 91-jarige Sophie Kriek uit Rotterdam was twaalf jaar toen de oorlog uitbrak. Ze heeft het bombardement meegemaakt, raakte alles kwijt, moest in 1942 onderduiken en raakte opnieuw alles kwijt. "Mijn vader is helaas niet teruggekomen en nog veel meer familieleden heb ik niet meer teruggezien." Samen met haar moeder werd ze opgeroepen zich te melden bij Loods 24 in Rotterdam-Zuid voor transport naar Westerbork. "Door een engeltje op mijn schouder ben ik gered en mochten we terug uit de loods", vertelt ze. Ze moest daarna wel onderduiken en heeft op verschillende adressen in Amersfoort, Leusden en Soesterberg gebivakkeerd. "Op één adres moest ik me schuilhouden in een kast en op een ander adres dreigden ze voortdurend me te verraden."
De 87-jarige Jan Le Grand uit Schiedam heeft nog altijd nachtmerries. Hij is in 1933 geboren op de West-Kruiskade waar zijn vader een viswinkel had. Alles van de familie werd in 1940 door de Duitsers geconfisqueerd en in 1942 werd hij op transport naar Westerbork gezet. "Daar ben ik ontsnapt met hulp van mijn moeder in een wagentje dat op houtskool reed en zo ben ik naar Rotterdam gevlucht", vertelt hij. Daarna heeft hij veel omzwervingen gemaakt via het Schiedamse weeshuis, het Rotterdamse jongensgesticht en uiteindelijk ondergedoken gezeten in allerlei kloosters in Limburg.

Nachtmerries

"Naderhand heb je niemand meer", vertelt hij over het einde van de oorlog. Hij is toen via de katholieke broeders in een pleeggezin in Schiedam terecht gekomen. Maar daar kon ik niet mijn Joodse roots uiten want zij waren katholiek", vertelt hij.
Het verleden werd bij hem onlangs weer opgerakeld door de miljoenencompensatie van de NS voor het transporteren van Joden, Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de naziconcentratiekampen. "Ik heb nachtmerries gehad, dat is niet normaal. Dan ben je helemaal down en zit je in een reis die niet eindigt", vertelt Jan Le Grand.
Hij vindt het fijn om onder elkaar te zijn met een gedeeld gruwelijk verleden. "Dat steunt. Als je ergens over praat, dan weten ze wat je bedoelt en dan begrijpen ze je gevoelens."

Wat voor een ander doen

Door gastvrouw Yvonne worden ze in de watten gelegd en daarbij wordt ze geholpen door haar vriendin Ank. "Als naoorlogse generatie van ouders die ondergedoken hebben gezeten, heb ik het gevoel dat ik iets moet doen om de pijn te verzachten van de mensen die zoveel hebben meegemaakt. Dat is met geen pen te beschrijven", zegt Yvonne over de Joodse lunch die ze serveert. "En als ik ze een klein beetje kan vertroetelen, dan denk ik, daarom ben ik hier om wat voor een ander te doen." Ze heeft van de gemeente Capelle aan den IJssel een lintje gekregen omdat ze al veertig jaar vrijwilliger is voor de Joodse gemeente.
Als toetje zet Yvonne een typisch Joods dessert op tafel: perenkugel. "Dat is met bloem, boter, suiker, amandelen en dat moet uren in de oven en wordt het een cakedeeg met peren", vertelt ze. Het is echt een verzoeknummer van de gasten. "Heerlijk, die maakte mijn moeder vroeger ook en nu ga ik die van Yvonne proeven", mijmert één van de gasten.