Wat weten we tot nu toe over jongeren met messen?

We maakten de afgelopen weken veel reportages en berichten over heftige steekpartijen waarbij tieners betrokken zijn en over jongeren die gepakt worden met messen op zak. Nagenoeg iedereen is het erover eens dat dit een serieus en groot probleem is, dat met alle beschikbare middelen de kop moet worden ingedrukt. Wat weten we tot nu toe over jongeren met messen? En wat weten we niet?

De messen

Steekpartijen zijn niet nieuw, ook niet onder jongeren, maar je kunt voorzichtig zeggen dat deze trend in onze regio in de media kwam na een aantal flinke gevechten tussen rivaliserende groepen jongeren uit Charlois en IJsselmonde, vorig jaar september en oktober. Ook daar speelde de onrust volgens de politie al langer.

In november vorig jaar stak een 13-jarige jongen een 14-jarige jongen neer bij metrostation Heemraadlaan in Spijkenisse. Eind januari werd een 17-jarige jongen in zijn been gestoken in Spijkenisse.

In Rotterdam-Centrum was eind vorig jaar rond Black Friday een tijdje onrust vanwege jongeren die plannen hadden met een grote groep winkels te bestormen. Die jongeren duidden we aan als 'plunderjongeren' en bij hen werden ook messen gevonden. De jongste was 11 jaar.

Bij een zeer bloederige steekpartij in Rotterdam-Beverwaard raakte een 17-jarige gewond. Hoe oud de dader was, is overigens niet bekend. Een 13-jarige jongen bracht een 16-jarige schoolgenoot in Ridderkerk in levensgevaar met vermoedelijk een machete. Tien jongeren zijn opgepakt voor een heftige steekpartij rond Rotterdam Zuidplein.

Dit is geen volledige opsomming, inmiddels is het bijna wekelijks raak. Tot nu toe zijn er nog geen doden gevallen. De messen die bij jongeren worden gevonden variëren van kleine keukenmesjes tot kapmessen van ruim 60 centimeter.

Onderwijskoepel iHub luidde deze week de noodklok, er zou zelfs in groep zeven van het lager onderwijs al een wapen bij een leerling zijn gevonden.

De experts

Experts geven aan dat een eenduidige oorzaak lastig aan te wijzen is. Het is volgens hen voor een deel kopieergedrag. Ook speelt een gevoel van onveiligheid onder jongeren mee en de afwezigheid van ouders in de opvoeding.

Hoe meer jongeren met messen lopen en hoe meer berichten in de media daarover, hoe meer andere jongeren zich ook gaan bewapenen. "Het dubbele is dat als je een mes bij je hebt, het risico dat je gewond raakt groter is dan wanneer je het niet doet", legt hoogleraar jeugdcriminaliteit Frank Weerman uit. "Ruzies escaleren sneller, en als je een groot mes bij je hebt, moet je ook laten zien dat je niet wegloopt.”


In het Verenigd Koninkrijk speelt het probleem van jongeren met messen al langer, dat lijkt te zijn overgewaaid naar onze regio. Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam heeft een aantal medewerkers van de gemeente naar Londen gestuurd, om met experts daar te praten.

De cijfers 

Hoogleraar Weerman van de Erasmus Universiteit geeft aan dat er specifiek over messengebruik onder jongeren nog geen cijfers zijn. "De meest recente cijfers zijn van 2018. Daaruit blijkt wel dat de jeugdcriminaliteit daalt."

Het aantal jongeren dat straf krijgt voor illegaal wapenbezit stijgt wel. In 2019 was dat ruim honderd keer vaker dan in 2017. "Dat is dan vaak het messenbezit waarover het gaat in het nieuws, met van die grote messen”, legt Weerman uit. "Er is dus wel degelijk iets aan de hand, maar het is niet zo dat jongeren elkaar voortdurend op straat steken of dat er bende-oorlogen zijn."

Volgens politiechef Hans Visser van de eenheid Rotterdam is er een toename van het aantal in beslag genomen messen bij jeugd. "We zien daarnaast een toename van het aantal ernstige incidenten met steekwapens onder (zeer jonge) jongeren", zegt hij. Maar concrete cijfers zijn er niet.

De muziek

Er wordt vaak naar drill rap gewezen als medeveroorzaker van het probleem. Drill rap is een populair genre binnen rapmuziek met onheilspellende, gewelddadige teksten. In bijbehorende videoclips zijn vaak wapens te zien. De vraag hierbij is of de muziek een uiting is van wat jongens al om zich heen zien gebeuren, of dat jongens door de muziek en de video’s messen gaan dragen. Dat is waarschijnlijk allebei waar.

In februari werd de 17-jarige drillrapper Blacka uit Rotterdam opgepakt op verdenking van verboden wapenbezit in video’s. Het bleek te gaan om gehuurde nepwapens voor een videoclip en de rapper werd vrijgelaten. Wel wordt hij vervolgd voor het niet hebben van een vergunning voor de nepwapens.



Jongeren snappen goed dat de link met drill rap snel wordt gelegd. Sommigen twijfelen zelf of dat terecht is. "Het blijft de keuze van de jongens zelf. Ik denk dat het eerder stoerdoenerij is”, zei een oudere jongen eerder tegen Rijnmond. Anderen zien juist wel een duidelijk verband tussen de video's en het dragen van messen: "Ik zie dat jongeren echt zijn veranderd door drillmuziek uit Engeland. Zij willen dat leven gaan leven, het stijgt de jongens naar hun hoofd", zegt de 18-jarige EdubbelLA tegen onze verslaggever Maurice Laparlière.

De politiek

Het messenprobleem wordt ook serieus en met spoed opgepakt door de politiek. In Ridderkerk en Spijkenisse is een meerderheid voor een messenverbod. Verschillende experts zetten vraagtekens bij het effect van deze maatregel. “Het is de vraag in hoeverre jongeren zich daaraan houden. Het is nu ook al verboden om met messen te lopen.”

In Spijkenisse gaat de politie preventief fouilleren, burgemeester Aboutaleb wil scholen in Rotterdam gaan bellen wanneer leerlingen met een mes zijn betrapt, met de vraag die jongeren te blijven controleren.

Aboutaleb zei begin februari in het maandelijkse interview bij Rijnmond dat hij een boete van 2500 euro wil opleggen aan ouders als hun kind voor de tweede keer wordt gepakt met een mes op zak. Ook op dat plan komt kritiek.


Andere politici willen ook vaker preventief fouilleren en zwaardere straffen voor jongeren die messen dragen.

De aanpak

Je kunt in de verschillende voorstellen die worden gedaan onderscheid maken tussen een harde aanpak en een zachte, menselijke aanpak. De meeste politici en deskundigen zijn het erover eens dat beide nodig zijn, maar afhankelijk van de politieke kleur ligt de nadruk meer op de een dan de ander.


Een harde aanpak betekent bijvoorbeeld straffen, verbieden en preventief fouilleren. Een zachte aanpak is bijvoorbeeld voorlichting en in gesprek gaan met jongeren, ouders, wijkcoaches en bijvoorbeeld scholen om te proberen het gevoel van onveiligheid bij jongeren weg te nemen. Opvallend is dat de politiek in dit onderwerp redelijk eensgezind lijkt. Alleen een harde aanpak van fouilleren en straffen is niet voldoende, zeggen de meeste partijen.

Het wijkinitiatief Wapens de Wijk Uit organiseert evenementen voor jongeren waarop de bijvoorbeeld computergames kunnen spelen. Op zo’n avond wordt ook gepraat over wapens. De organisatie neemt het messenprobleem heel serieus, maar plaatst ook de kanttekening dat de meeste jongeren nog altijd zonder mes op zak lopen.

Minister Grapperhaus ziet vooralsnog niets in een landelijk messenverbod. Wel wil hij op en rond scholen preventief fouilleren.

De ouders

De Rotterdamse opvoeddeskundige Fadma Bouchataoui ziet het probleem met messen in haar werk terugkomen. “De sleutel ligt bij de ouders. Ouders hebben geen opvoedmacht meer over kinderen. Als er een goede ouder-kindrelatie is, met gezonde hechting, dan zegt een kind: papa, mama, voed mij op.” Wanneer dat niet gebeurt, kijken kinderen naar wat leeftijdgenoten doen. “De ouders zijn geheel buiten beeld”, zegt Fadma.

Ook hoogleraar jeugdcriminologie Weerman ziet dat probleem. “Soms hebben ouders zelf zulke grote problemen dat ze dat niet kunnen. Zij moeten geholpen worden.”
Het plan van Aboutaleb om ouders te beboeten, krijgt dan ook van verschillende kanten kritiek. Kun je ouders straffen voor iets waar ze geen grip op hebben? Hebben veel van de ouders niet al genoeg problemen en komt dit bedrag op een stapel openstaande boetes?

De toekomst

Het is lastig te zeggen of het ergste nog moet komen of inmiddels achter de rug is. Zeker is wel dat iedereen op scherp staat en iedereen de ernst van het probleem ziet. De groep die tot nu toch nog het minst zichtbaar is, zijn ouders. Die weten niet dat hun kinderen messen mee naar school nemen en weten niet wat ze daaraan kunnen doen. De politiek werkt hard om met een pakket maatregelen te komen, een combinatie van harde aanpak - straffen - en softe aanpak: ouders ondersteunen en jongeren hoop geven.

En de jongeren zelf? Die lijken het ook zat te zijn en voelen zich gevangen in een neerwaartse spiraal van geweld, een onveilig gevoel en een onzekere toekomst. De vraag is alleen: wie laat als eerste zijn mes thuis?