Rotterdamse rechter waarschuwt voor te simpele 'coronavonnissen'

De Rotterdamse rechter heeft het eerste 'coronavonnis' uitgesproken. Zowel justitie als de rechtbank vindt dat extra hoge straffen op zijn plaats zijn, al waarschuwt de rechtbank voor een te algemeen oordeel.

Coronazaken zijn er in alle soorten en maten. De Rotterdamse rechter onderscheidt vijf categorieën. Bij de eerste wordt daadwerkelijk gespuugd (met gevaar van besmetting), bij de tweede wordt er alleen mee gedreigd. In de derde categorie wordt het virus gebruikt om mensen op te lichten, zoals babbeltrucs.

De vierde soort is een indirect gevolg van de coronacrisis. De rechter noemt bijvoorbeeld huiselijk geweld, 'omdat iedereen hutje/mutje zit', of 'supermarktruzies over wc-rollen.' De laatste categorie zijn grote zaken rond het coronavirus, zoals oplichting bij de verkoop van vaccins.

De rechtbank benadrukt dat niet te simpel moet worden gesteld: het is corona, dan past sowieso een forse straf. Zoals altijd bij strafzaken wordt met een loep gekeken naar de specifieke omstandigheden van het misdrijf. "Juist in deze crisis moet de rechter waken voor een te algemene ophoging van de straf." 

Bespugen

De eerste zaak maandag in Rotterdam illustreert dat goed. Het is er een uit de tweede categorie: Matthieu de G. dreigde twee agenten te bespugen. "Ik maak jullie allemaal ziek, want ik heb corona."

Justitie wilde korte metten maken met de man, vooral omdat agenten het slachtoffer waren: de bescherming van hulpverleners staat voorop in deze tijden. Eis: zes weken cel, waarvan twee weken voorwaardelijk.

De rechter deelde op zich de zorgen. "Corona wordt ingezet als wapen. Hoger straffen dient er ook toe om duidelijk te maken aan iedereen dat de maatschappij op dit moment wel wat anders aan haar hoofd heeft." Maar het vonnis in deze zaak: 'slechts' tien dagen cel.

Geen gevaar

Hoe is dat verschil te verklaren? De rechter keek nadrukkelijk naar de persoon van de verdachte. Allereerst had hij niet gespuugd, maar alleen gedreigd. "Er was dus geen concreet gevaar."

Daarnaast kwam de 'corona-bedreiging' niet uit de lucht vallen. Matthieu de G.(40) is manisch, was net uit de crisisopvang en had een verbod gekregen om terug te keren in zijn woning bij Pameijer aan de Polderlaan in Rotterdam. Maandag 23 maart had hij daar de deur ingetrapt.

Niet voor het eerst. Er waren meer incidenten geweest bij Pameijer. Zoals die keer dat hij 'met zijn onderbroek op het hoofd in zijn eigen urine stond.' Als Matthieu de G. zijn medicijnen inneemt, dan gaat het betrekkelijk goed. Maar dat doet hij niet altijd.

Bloemrijk

De Rotterdammer beschreef het bloemrijk: "Door die medicijnen heb ik last van mijn darmen. Ik zit uren op de pot en dan komt er een klein, hard balletje uit. Ik kan nooit eens een keer normaal schijten."

Hoe dan ook, zei de rechter, is het van groot belang dat de man 'stabiliseert' en zijn medicijnen 'trouw blijft innemen'. Om daar, in het voordeel van Matthieu de G. nog aan toe te voegen: "Ook de verdachte behoort in de coronacrisis in zekere zin tot een kwetsbare groep."

En daarom was de straf enigszins gematigd. Een harde 'çorona-aanpak', ok, oordeelt de Rotterdamse rechter. Maar verlies de mens achter de verdachte niet uit het oog.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: