nieuws

In een overkokende Kuip gaat Feyenoord naar finale

Feyenoord haalt op 15 april 1970 de finale van de Europacup 1 door te winnen van Legia Warschau.
Feyenoord haalt op 15 april 1970 de finale van de Europacup 1 door te winnen van Legia Warschau.
Een halve eeuw geleden leidden negen wedstrijden Feyenoord naar de historische winst in de Europa Cup voor landskampioenen, een volksfeest en eeuwige roem. Rijnmond gaat dit seizoen terug in de tijd en brengt alle wedstrijden van toen 50 jaar later tot leven. Vandaag: Feyenoord - Legia Warschau (2-0) op 15 april 1970.
Je voelde het die avond in de Kuip aan alles. Het Legioen maakte een kabaal, zoals dat zelden was gehoord. Zo erg zelfs, dat de 67.000 supporters het geluid van twee muziekkorpsen overstemden en je niet wist of de muzikanten op het veld Hand in Hand speelden of In een overkokende Kuip naar Milaan Wie heeft er weer een goal gescoord? De finale was in zicht en dat hield heel Rotterdam in de greep.
''De kans van ons leven'', sprak Ernst Happel in de dagen voor Feyenoord-Legia. En toen hij, kort voor het beginsignaal, een journalist tegenkwam, benadrukte hij dat nog eens. ''Vanavond moeten we het allemaal waarmaken''. Gelet op de laatste maanden leek dat niet heel simpel. Feyenoord hunkerde naar vorm en snakte naar goals. Tegen Sparta was met 0-0 gelijkgespeeld. Vijf dagen voor het treffen met Legia laste Happel een oefenwedstrijd in tegen de amateurs van Zwart-Wit ’28, puur en alleen om zeker in aanvallend opzicht vertrouwen te kweken. Feyenoord won met 3-1 en de naar doelpunten zoekende Ove Kindvall vond het net. Vervolgens ging het elftal een vrij weekend in. De Zweedse schutter haalde een frisse neus op de Zeeuwse stranden, terwijl Coen Moulijn ging dammen en Eddy Treijtel een kaartje legde.

Ernst Happel


Eenmaal in Zeist hield Happel zijn selectie voor zich te concentreren op het uitgedachte plan: 1-0 in de eerste twintig minuten. "Jongens, spelen alsof je achter staat en per se gelijk moet maken". Guus Haak zei na afloop dat Happel de gave had je aan te praten dat dat ook zou gebeuren. Van Hanegem voelde al snel dat het goed zat. “Als je het veld op loopt en je hoort de Kuip schreeuwen, denk je: ze kunnen ons niks maken. Ik merkte meteen dat de ploeg veel beter speelde dan de laatste tijd.”

Wervelend begin


Feyenoord overrompelde Legia en Van Hanegem had daar een groot aandeel in. Na drie minuten waanden de Polen zich in een hel. Halverwege de vijandige helft nam Rinus Israel snel een vrije trap en mikte de bal op het hoofd van de Kromme. Met een bekeken kopstoot liet hij de twijfelende doelman Grotynski kansloos.
Die 1-0 en een bijna overkokende Kuip vormden het zwartste scenario voor de Polen. Tijdens hun trainingskamp in Oost-Berlijn waren ze door Vorwärts-trainer Belger nog wel zo gewaarschuwd voor de Feyenoord-aanhang ("Ze zijn vijftig procent van het succes"). Hautain had Legia-trainer Zientara dat weggewuifd ("Ach, supporters zijn supporters"), maar nu moest hij het ondergaan.
Feyenoord was ontketend en speelde een van de beste helften van het seizoen. Ineens benaderde de ploeg de vorm van de tweestrijd met Milan. Veel bewondering ging uit naar Maestro Moulijn, die op de training zijn befaamde buitenommetjes extra had geoefend en zijn directe tegenstander Stucharski degradeerde tot dilettant. "Ik ben jaren niet meer zo vaak buitenom gegaan", lachte Coentje, spelend met een verdoofde, gebroken teen. "Heerlijk was het." En de arme Stucharski: "Ik werd gek van die man." Zijn trainer wist het zeker: "Weltklasse, Weltklasse die Moulijn."

Ove Kindvall


Maar misschien nog wel veel blijer was Feyenoord met de wederopstanding van Ove Kindvall. Opgezweept door het stadion soleerde, stoorde en schoot de Zweed als vanouds. Tot zijn spijt zag hij een omhaal tegen de lat gaan en schoten gekeerd of net van richting veranderd. "Ove, Ove, Ove", klonk het uit de vakken. Op de tribune glom zijn vader van trots. Na een half uur stond Kindvall aan de basis van de 2-0. Hij pakte een bal af, leek zich vast te lopen en gaf toen een hoge breedtepass richting Hasil. Dat was de opmaat voor een magisch moment. De Oostenrijkse middenvelder volgde de voorzet met argusogen, wachtte tot de bal genoeg gedaald was en haalde vanaf 20 meter vernietigend uit. Knal, boem. ‘Een van de mooiste doelpunten aller tijden’, schreef een krant. "Zo’n goal maak je maar één keer in je leven", wist Hasil. "Toen de bal van mijn voet vertrok, wist ik dat-ie zou zitten. Ik had er in Zeist nog drie kwartier op geoefend: ballen in één keer op je slof nemen."

Tegenover het geweld van Feyenoord had Legia niet veel in te brengen. De Polen pielden op het middenveld, maar daar bleef het bij. Van Hanegem was er de baas ‘met precisie- en vertragingsvoetbal’. Happel: "Hij weet altijd wat er gaat gebeuren." Kwam de Poolse kampioen een keertje verder, dan was de Rotterdamse defensie paraat. Eigenlijk kreeg de thuisclub die avond alle kans om de Polen met een complex huiswaarts te sturen. Maar vooral Wery anticipeerde niet goed op de voorzetten die de magistrale Moulijn bleef afleveren. Bovendien wilde het team geen al te grote risico’s meer nemen. Dat consolideren leverde Feyenoord in sommige kranten een kleine reprimande op. Het deerde de spelers niet. "We hebben een karweitje opgeknapt", zei Van Duivenbode. "Of we ons beter hadden moeten verkopen?", herhaalde Laseroms een vraag. "Ik moet niets verkopen, ik moet winnen."

Doel bereikt


Met de Zilvervloot en in een decor van witte en roze toiletrollen vierden de Rotterdammers de finaleplaats. Een eindstrijd, waarin het elftal niet kansloos zou zijn, wist de Nederlandse pers. Qua mentaliteit, teamgeest en tactiek bewees Feyenoord zich in Europa keer op keer. Alleen over de keeper rezen die avond voor het eerst twijfels. Eddy Treijtel liet in de tweede helft drie ballen wat sullig uit zijn handen vallen. Happel maakte er nog geen punt van: "Gelukkig, we hebben ons doel bereikt."
Coen Moulijn besefte dat hij met de finale laat in zijn carrière het absolute hoogtepunt had bereikt. "En winnen... dat zou een sensatie zijn." Opnieuw hing er iets groots boven Rotterdam. "In die finale ga ik me leeg spelen", beloofde Wim Jansen. "Misschien maak je zoiets maar één keer mee."
Dit artikel is afkomstig uit het boek Voor Altijd De Eerste van de Rotterdamse journalisten Ellen Mannens en Robert van Brandwijk. In deze reconstructie laten zij het seizoen 1969/70 herleven.