ARCHIEF RIJNMOND 26 april 2020 - Afdakkie

Afgelopen week ben ik weer eens met mijn neus op de feiten gedrukt. Door mijn vrouw. In een gesprekje dat we hadden over de tuinkamer die ik wil maken.

Mijn vrouw en ik wonen in een huis met een klein tuintje, een klein stadstuintje, en al zo lang als ik in dat huis woon, wat inmiddels alweer 26 jaar is, wil ik in die tuin ergens een afdak maken. Iets waar je onder kunt zitten.

Ik houd van afdakjes.
Van afdakjes, veranda’s, serres, erkers en balkons.
Van plekken waar je tegelijkertijd binnen én buiten bent. Waar je min of meer in de buitenlucht een huiselijke omgeving voor jezelf kunt creëren. En vanwaar je bijvoorbeeld een zomers buitje comfortabel kunt uitzitten zonder nat te worden.

Mijn ideaal is een zogeheten peristilium. Een binnenplaats, een atrium, met aan alle kanten een zuilengalerij. Zo’n ding als luxe Romeinse villa’s hadden, 2000 jaar geleden.

Maar ja, daar is ons tuintje tien maten te klein voor.

Als compromis heb ik het idee omarmd van een afdak op palen, een soort zelf te maken tuinkamer. En deze tijd van relatieve thuisquarantaine lijkt me een goed moment om ermee aan de slag te gaan.

Aan de grote wereldproblemen kan ik weinig doen, we kunnen ook niet op vakantie, ik kan wél proberen om het nog wat gezelliger te maken in ons eigen achtertuintje.

Van de week is een bevriend aannemer even komen kijken voor advies.

Op veilige afstand heb ik hem in de tuin aangewezen wat ik in mijn hoofd heb. Waarna we het hadden over steunpunten, de te gebruiken houtsoort en de dikte van de palen. Binnen tien minuten zag ik het hele ding nog helderder voor ogen.

Zo gaat het meestal als ik aan het klussen sla. Ik begin met nadenken. Ik visualiseer de hele boel. Ik voer een klus eerst in gedachten honderd keer uit. En als ik dan in het echt aan de slag ga, weet ik wat me te doen staat.

Het is zoiets als voorlezen wat je eerst zelf hebt  opgeschreven.

Na het vertrek van de aannemer gingen mijn vrouw en ik samen de hond uitlaten en onderweg hadden het nog even over de aanpak van dit zoveelste klusproject van me in, aan of bij ons huis.
De stevige maat van de te plaatsen palen was duidelijk, maar moesten de leggers van de overkapping ook zo zwaar zijn?

Ik twijfelde.

En toen zei mijn vrouw op rustige toon iets dat ik in gedachten over bijna de hele Bergselaan en Bergsingel hoorde galmen. Ze zei: ‘Het hoeft niet voor de eeuwigheid te zijn, hè?’

Nee.
Nee, het hoeft niet de kwaliteit te hebben van een Romeinse uitspanning die er twee millennia later nog staat. Sterker nog: als zo’n afdakkie op poten de rest van de tijd meegaat dat wíj daar nog wonen is het al goed.

En toen ging ik rekenen.
Ik woon daar nu dus 26 jaar.
Mijn vrouw en ik zijn allebei zestig.
Nog eens 26 jaar erbij, dan zijn we 86.

Oei.
Ik moet misschien maar snel beginnen.


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. Mijn achtertuin – Annie de Reuver          
3. Meisjes gaan de weg van alle fruit – Cornelis Pons

LOUIS DAVIDS
4. Naar de bollen – Louis Davids
5. Goocheme Sally – Lex Goudsmit
6. Ik zoek een jongen (meisje) te trouwen – Rob de Nijs & Trea Dobbs
7. Piet, ik en de radio – Ria Valk

8. Als je weer loskomt – Rika Jansen

DRS. P
9. In het huis der schande – Kate
10. De badkuip van den burgemeester – Drs. P
11. Drs. P bij Willem Duys 1964
12. De Commensaal – Drs. P
13. De Veerpont – Jan Menu & Jasper Soffers
 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: