Column: Dromen van de cup met de Grote Oren

Vijftig jaar geleden was San Siro van ons en won Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup. Een mijlpaal ook in mijn persoonlijke leven. Vanaf die dag ben ik Feyenoordsupporter, al begon de liefde met een traumatische ervaring.

Op de late avond van de 6e mei 1970 werd ik wakker. Was het door het rumoer op straat? Op blote voetjes liep ik de trap af en trof tot mijn grote schrik een leeg huis aan. Huilend stond ik in de keuken. Zes jaar oud, in mijn Pipo de Clown-pyjama.

Ik deed het licht in de keuken aan en dat trok gelukkig de aandacht van buurvrouw De Kruif. Ze troostte mij en vertelde dat er groot feest was, omdat Feyenoord had gewonnen. En zo is het gekomen dat er een rood-witte draad door mijn leven ging lopen.

Mijn ouders kwamen thuis. Ze waren die avond op verjaarsvisite bij oom Hans geweest in Schiedam. Die had een kleine tribune gebouwd rond de tv, zodat de hele familie (mijn vader was de oudste van tien) de wedstrijd had kunnen zien.

's Nachts druppelden mijn broers binnen. Zij waren op straat geweest, zingend en joelend met de buurman op de hoek. Die was eigenlijk voor Ajax, maar bij polonaises liep hij sowieso altijd voorop.

Mies Bouwman

Ik zie mij nog kort daarna het schoolplein oplopen: overal kinderen in rood-witte shirtjes. Feyenoord zou de sfeer in Nederland gaan bepalen en was ‘hot’. Ove Kindvall kwam bij Mies Bouwman en op verzoek schoot hij de bal feilloos over het publiek in een openstaande deur, aan het eind van de zaal. Applaus!

Mijn vader, die een textielwinkel had in het Oude Noorden van Rotterdam, ging speciale Feyenoord-handdoeken verkopen. Consternatie: een deel van de zending bleek verkeerd om gedrukt, wit-rood. Een streek van de Amsterdamse leverancier? Ze gingen desondanks als warme broodjes over de toonbank.

Afbeelding

Op mijn zevende verjaardag kreeg ik een Europa Cup-kwartet. Tussen grootheden als Mazzolla (Inter), Rivera (AC Milan), Best (Manchester United), Gento (Real Madrid) en Johnstone (Celtic) prijkten nu ook Van Hanegem, Moulijn, Israël (met bril) en Jansen. Kwartet!

Asbakken, glazen, koffiemokken, posters, vaantjes, boeken: Feyenoord was overal. In het centrum van Rotterdam kwam de manifestatie C70. Behalve een kabelbaan over de Coolsingel was er een paviljoen met de cup. Wat zeg ik: De Cup. Je kon er op de foto, dus toog ik met mijn vader en jongste broer naar ‘de stad’. Er stond een lange rij. Mijn vader had een bloedhekel aan wachten en onverrichter zake zijn we weer naar huis gegaan.

In de dagen erna doken ze overal op: jongetjes die wél met hun vader met de ‘cup op de kiek’ waren gegaan. Ik kon er slechts van dromen, van de cup met de grote oren.

FC Oebele

Feyenoord zag ik in die tijd nog vooral op tv. Zoals die wedstrijd tegen FC Oebele (van ‘Oebele is hupsakee’; debuut Rob de Nijs in de spits). Het werd een smadelijke 3-1 nederlaag, onder meer omdat keeper Treytel door kinderen werd afgeleid. “Wil je een snoepje, Eddy?” Doelpunt. Foeterend zat ik voor de zwart-wit televisie.

Mijn helden, hoe durfden ze. Ik verzamelde ze, voor het plakboek. Vanaf die tijd verliep de weg van school naar huis altijd via de sigarenboer om voetbalplaatjes te kopen. Lachen om Koos Knoef (Go Ahead) en juichen als je Van Hanegem had. Ad Mellaard (NEC), die had iedereen dubbel.

Thuis draaiden we het singletje grijs met het radiocommentaar van Feyenoord-Celtic van Theo Koomen en Wim Hoogendoorn. Ik kon de tekst woordelijk meezeggen. “Oooohhhh moeder-moeder-moeder-moeder. Aahaa, wat was dát mooi..” De nerveuze opmerking van Theo Koomen “hoe lang nog, Willem?” werd een gevleugelde bij ons thuis.

Afbeelding

In ons gezin in Rotterdam Schiebroek en in de hele wereld was Feyenoord een naam geworden, met 6 mei 1970 als ankerpunt. Steeds zouden de gedachten teruggaan naar die ene lob van Ove Kindvall. Ik heb het geluk gehad Kindvall ooit te ontmoeten, in Milaan nota bene. Een zeldzaam aardige en bescheiden man.

Als journalist kwam ik later meer spelers tegen uit het legendarische team. Wim Jansen, die me hielp toen ik een keer verdwaald was in de catacomben van de Kuip. Theo van Duivenbode, in een interview over Amsterdam versus Rotterdam. Coen Moulijn, kort na de kampioenswedstrijd in 1999 tegen NAC.

En die keer dat ik sneeuwkettingen ophaalde aan de Karel Doormanstraat, geholpen werd door een zeer beschaafde man en ik stomverbaasd in de ogen keek van Eddy PG. Op zijn begrafenis zal ongetwijfeld worden stilgestaan bij die memorabele keeperswissel in San Siro.

Verkering

In mijn eigen leven kreeg ik verkering en toen ik mijn vriendin een keer hoorde prevelen, terwijl zij op haar horloge keek, “hoe lang nog Willem?’, wist ik dat het goed zat. Ons eerste kind is geboren op 6 mei, want je moet als supporter natuurlijk wel kunnen mikken.

Eindeloos vaak keek ik naar de samenvatting van Feyenoord-Celtic. Op YouTube is zelfs de integrale wedstrijd te zien (met Duits commentaar). De grote uitblinker bleek niet Moulijn, Kindvall of Van Hanegem, maar een bescheiden Oostenrijker met fabelachtige techniek en dodelijk schot: Franz Hasil.

Zo probeerde ik mij voortdurend te laven aan die historische avond in Milaan. Maar er ontbrak nog iets. Een foto met de cup. Met De Cup. In de zomer van 1994 was in de Kunsthal de tentoonstelling ‘Geen woorden maar daden’. Alles wat Feyenoord ademde, was er te zien. En ja, je kon er op de kiek met de cup. Je kon hem zelfs aanraken. Aldus geschiedde. Het was volbracht.

Mijn vader heeft het helaas niet meer mogen meemaken, hij was kort ervoor overleden. De handdoek uit zijn winkel gebruik ik nog steeds. De randen gerafeld, de rood-witte kleuren vervaagd. Alsof het wil zeggen: de tijd verglijdt, maar 6 mei 1970 gaat nooit verloren.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Feyenoord
Deel dit artikel: