Rotterdamse marktkooplieden blij met heropening, maar de frustratie zit nog diep

Zeven weken zaten ze noodgedwongen thuis. Het leidde tot woede, een demonstratie en een bijna-rechtszaak. Maar nu, met slechts een paar uur voorbereidingstijd, mochten de eerste marktkooplieden in Rotterdam weer aan de slag. Maar markten op anderhalve meter, kan dat wel?

Het normale leven komt heel langzaam weer op gang. Volgende week gaan de basisscholen weer open, kunnen we weer naar de kapper en mogen we weer buiten sporten. Het openen van de markt in Rotterdam-Alexanderpolder is daarop alvast een vooruitloper. Het leidt tot gemixte gevoelens.

"Natuurlijk zijn we blij", zegt kaasboer Maarten de Jong. Maar zo blij als hij is dat hij weer terug is op z'n vaste stekkie in Rotterdam, de frustratie zit nog net zo diep. "We hebben zeven weken niks gedaan en de klanten gemist. En waarom? Omdat meneer Aboutaleb de markt niet wil hebben."

Dan maar zoon helpen

Maarten had de mazzel dat hij zijn zoon een beetje kon helpen. Hij staat ook met kaas op de markt in Noordwijk en 's-Gravenzande. Die mochten wel open blijven. "Ik ben natuurlijk 75 jaar, dus het is voor mij niet zo'n drama, maar er zijn natuurlijk mensen die komen zo ontzettend in de problemen. En waarom, hè?"

Ze snapten het niet toen de beslissing viel en ze begrijpen er nog steeds niets van. Waarom is hun markt gevaarlijker dan naar de supermarkt? 

"Op de markt je spullen kopen is het gezondste wat er is. Kijk zelf naar de ruimte. Ik was zaterdag in de supermarkt. Als mensen drie appels moeten hebben, hebben ze er dertig in hun handen", zegt de kaasboer. Het zit hem hoog.

"Als ze een bloemkool moeten hebben, staan ze ze alle twintig na te kijken. Niemand zegt er wat van. Dat hoef je op de markt niet te doen. Iedereen blijft van de spullen af. We houden ons aan de regels."

Tekst gaat door onder de foto

Afbeelding
Kaasboer Maarten de Jong

Huilende kinderen

En ze zijn er streng. "In Noordwijk liet ik twee huilende kinderen proeven. Dat hebben ze gezien. Ze hebben een rapport opgemaakt. Ik kreeg een brief thuis. Als ik het nog een keer doe, mag ik niet meer komen. Regels zijn regels. Daar moeten we aan wennen. Nu pakken we twee plakkies kaas in en die mogen ze thuis opeten."

Normaal staan er drie kaasboeren. Nu is Maarten alleen. De markt is wel terug, maar wel in een extreem uitgeklede versie. Normaal staan er tachtig kramen. Nu zijn het er slechts elf. Alleen kramen die versproducten aanbieden komen in aanmerking voor zo'n felbegeerde plek. Kaas dus, groenten, fruit, verse vis, maar ook bloemen. Stroopwafels zijn uit den boze, net als kip.  

Maarten werd de avond van tevoren opgebeld met het nieuws dat er een plekje voor hem was. Hij baalt voor zijn concullega's die dat telefoontje niet kregen. "Het is een hard gelag voor al die andere mensen natuurlijk. Er is ruimte zat. Er hadden makkelijk nog tien mensen bij kunnen staan", zegt Maarten.

'Even wennen'

Even verderop treffen we Henk Noordzij in zijn bloemenkraam. Ook hij is één van de uitverkorenen die aan de slag mag. 

"Het is even wennen natuurlijk. We hebben anderhalve meter afstand, je moet je spulletjes afplakken, de mensen mogen niet aan de bloemen komen en we hebben natuurlijk maar een klein deel van de markt. En er is nergens gezegd dat de markt weer open gaat, dus of mensen het weten, betwijfel ik."

Voor Henk waren de afgelopen zeven weken vooral saai. Voor hem geen afleiding op een andere markt, maar een simpel leven met veel wandelen en zitten in de tuin. "Normaal geef ik drie keer in de week boksles bij boksvereniging Crooswijk, maar dat is ook dicht. Dus dan ga je je eerlijk gezegd een beetje vervelen. 's Ochtends wakker worden, bakje koffie, even wandelen, de hond uitlaten; dan heb je het wel gehad."

Tekst gaat verder onder de foto

Afbeelding
Bloemenboer Henk Noordzij

Klein wonder

Het verlossende telefoontje kwam als geroepen, maar leverde ook behoorlijk wat stress op. Dat hij nu een volle kraam heeft, is een klein wonder. 

"Ik hoorde het gisteren pas en ik ben echt de hele dag bezig geweest om mijn spullen te kopen", vertelt Henk. "De allereerste keer had ik mijn spullen al gekocht en kreeg ik 's avonds om 22:00 uur een telefoontje dat ik niet mocht staan. Toen ben ik naar een oude-van-dagenhuis gereden en heb ik spullen weggeven. Ik ben op de Lijnbaan gaan staan en ik heb aan alle mensen die langsliepen voor 1500 euro aan bloemen uitgedeeld."

En zorgen dat er bloemen zijn, is nog maar het begin van de uitdaging. Henk: "We hebben een oude mattenklopper opgezocht met een bakje erop. Daar kunnen mensen het geld in doen. Het lichamelijke contact hebben we dus niet. De mensen mogen het ook niet zelf pakken. Alleen aanwijzen. Dan pak ik ze en geef ik ze aan die mensen. Dat is niet zo prettig werken, eerlijk gezegd."

Tekst gaat verder onder de foto

Afbeelding
Henk met zijn mattenklopper

'Helemaal geen zin meer in'

"Ik sta vijftig jaar op de markt. Zo werken, daar moet je echt heel erg aan wennen. Het is stressen en in feite - daar moet ik heel eerlijk in zijn - heb ik er helemaal geen zin meer in, want ik ben 72 jaar. Ik ben er feitelijk te oud voor."

Henk is wel blij dat hij even uit isolatie mag, al is het nog onzeker of hij en kaasboer Maarten volgende week net zo gelukkig zijn. Mogelijk zijn dan andere kramen aan de beurt. Toch blijft hij positief. "Je ziet mensen weer. Die gekke kaasboer bijvoorbeeld", zegt hij lachend. "Het is toch wel weer leuk om te doen. We komen er wel uit."

Lees meer


Volg alles over het coronavirus in ons speciale dossier

Afbeelding

Deel dit artikel: