ARCHIEF RIJNMOND 17 mei 2020 – Vreemd verlangen

Afgelopen week heb ik gehoor gegeven aan een vreemd verlangen. Althans: aan een verlangen dat mijzelf aanvankelijk vreemd voorkwam.

Ik had opeens het gevoel dat ik een basgitaar moest aanschaffen.

Een basgitaar.
En dan zo eentje als waarop Paul McCartney zeker in zijn beginjaren bij the Beatles veel speelde. Een Hofner vioolbas.

Waar kwam dát nou opeens vandaan?

Ik speel gitaar, heb daar vroeger ook mee in bandjes gezeten.
Ik heb ook ooit basgitaar gespeeld in een big band.
Allemaal niet op heel hoog niveau.
De basgitaar heb ik ook al lang geleden van de hand gedaan.
Net als bijna de hele verdere inventaris van het huisstudiootje dat ik had. Inclusief de elektrische piano, de synthesizer, het halve drumstel, en de Stratocaster elektrische gitaar.
Ik heb nog twee ‘gewone’ gitaren over, en de piano uit het ouderlijk huis, en de semi-akoestische jazzgitaar die ik later toch maar weer heb aangeschaft, en een midi-keyboard dat ik zelfs nog nooit heb uitgepakt.

Echt spelen op al die instrumenten: het komt er weinig van.

In mijn jongensjaren was ik vrij gedreven bezig met muziek. Ik droomde er ook van om ‘iets in de muziek te gaan doen’. Maar op tijd zag ik in dat mijn muzikaliteit toch een beetje te beperkt is om je daar nou levenslang in vast te bijten. Dat is vragen om frustraties. Je wilt niet voortdurend worden geconfronteerd met je tekortkomingen.

Wat dacht ik nú dan te gaan doen met een basgitaar?
Ik dacht toch niet dat op dat instrument het muzikale talent dat diep in mij verborgen moet liggen wél tot volle wasdom komt?

Die denkfout heb ik al eens gemaakt.

Ik heb vroeger gitaar gespeeld in een schoolbandje waarvan de saxofonist als enige wérkelijk talent had. En daaruit moet iets in mij de conclusie hebben getrokken dat het aan het instrument lag. Ik moest ook saxofoon gaan spelen. Dan kwam het er wel uit.

Voor mijn eindexamen heb ik een tenorsax gevraagd en gekregen, ik heb vier jaar les gehad, ook jaren in een harmonieorkest gespeeld, maar de beperkingen die ik op de gitaar voelde, voelde ik ook op de sax. Uiteindelijk heb ik ‘m maar verkocht.

Dat het heilige vuur van het zelf muziek maken ooit zou doven, kon ik me lange tijd niet voorstellen. Toch is dat gebeurd. Er is nog maar een waakvlammetje van overgebleven.

De muzikale drang van vroeger heb ik bijna helemaal omgezet in het bezig zijn met muziek van ánderen. Voor de radio. Opnames maken in het theater en in de studio, oude platen verzamelen, oude opnames opknappen, montages maken. Ik heb er mijn wereld aardig mee gevuld.

Wel heb ik altijd een gevoel gehouden: misschien ga ik op mijn oude dag wel weer een eenvoudig huisstudiootje inrichten om - net als vroeger - zelf opnames te maken, al dan niet met hulp van vrienden.

Is zo’n basgitaar een aanloopje daarnaartoe?

Het zou kunnen. Ik ben de laatste tijd nogal bezig om allerlei muzikanten aan te sporen om oude liedjes vanaf bladmuziek voor me op te nemen in hún huisstudiootje. Mogelijk heeft dat bij mezelf ook iets doen kriebelen.

Ja, én ik ben net als zovelen iets meer teruggeworpen op een bestaan in huis, en dat kon weleens gedachten voeden aan wat je thuis allemaal kunt doen met je interesses.

Van de week was ik buiten Rotterdam op pad om oude grammofoonplaten op te halen, en ik dacht: zit hier niet ergens in de buurt een muziekwinkel waar ik eens zo’n basgitaar kan beethouden?

Die was er, en in de winkel voelde ik meteen allerlei taferelen uit mijn jongere jaren terugkeren.

De magie die zo’n uitstalling van gitaren en versterkers vroeger op me had proefde ik weliswaar niet meer zo sterk, maar ik herkende de sfeer in zo’n muziekwinkel, die beetje masculiene sfeer. Er hangt al gauw iets competitiefs. Jongens en mannen die een gitaar uitproberen, spelen graag zo ingewikkeld mogelijk riffs. Imponeergedrag. En de verkoper ademt al gauw de gedachte dat het duurste instrument natuurlijk het beste is.

Uiteindelijk heb ik in mijn eentje in een dicht hok met een basgitaar op schoot gezeten. Ik heb er een tijdje op gespeeld, in de hoop dat er iets met me zou gebeuren. Misschien hoopte ik dat de gitaar mij ging bespelen in plaats van andersom. Dat gebeurde niet. De hele exercitie bleef iets onbestemds houden.

Ik wist alleen: ik moet dit even op me laten inwerken.
De eventuele volgende stap dient zich vanzelf aan.

SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

THUISOPNAMES
2. Corcovado - Roland Vonk & Karin
3. Coronalied (Ik heb je lief) – Hein van der Loo
4. Max Blokzijl zit in t schuurtje – Martin Reekers

OORLOG & BEVRIJDING
5. Het Nieuwe Hart – Sophie Reekers
6. Wim Kan op Bevrijdingsdag 1970 in de Rotterdamse Schouwburg
 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: