ARCHIEF RIJNMOND 24 mei 2020 - Manifest

Afgelopen week hebben een paar woorden die niet direct tot mij waren gericht me nogal aan het denken gezet. Een paar woorden die bevriend cabaretier en muzikant Mike Boddé in een manifest voor zijn kinderen de wereld in stuurde. Een soort overzicht van de levenslessen die hij zelf denkt te hebben geleerd.

In dat manifest las ik de woorden: ‘De wil om iets te doen is invloedrijker dan talent.’

Laat dat even op je inwerken: ‘De wil om iets te doen is invloedrijker dan talent.’

Het gaat er minder om of je ergens talent voor hebt. Van groter belang is je gedrevenheid, je innerlijke drang om iets aan te pakken, je wil om ergens mee aan de slag te gaan.

Het is iets dat ik geneigd ben om op mezelf te betrekken.
Ik heb al eens gezegd dat ik er als jochie van droomde om ‘iets in de muziek te gaan doen’ maar dat ik mezelf daar niet goed genoeg voor vond. Mede naar aanleiding van die uitspraak van Mike dacht ik van de week: stel je nou voor dat ik me wél helemaal had gestort op muziek maken, zou dan dat middelmatige muzikale talent een grote hindernis zijn geweest?

Ik heb jongens uit mijn omgeving wél naar het conservatorium zien gaan die voor mijn gevoel niet overduidelijk over heel veel meer talent beschikten. Dat geeft te denken.

Niet elke professionele muzikant hoeft ook een virtuoos te zijn in pentatonische improvisaties.
Van iets verder weg herinner ik me wat een bevriend kunstenaar me eens vertelde. Een oudere man die les had gegeven aan de kunstacademie en die duidelijke verschillen in talent had gezien bij zijn studenten. Er waren erbij geweest bij wie het allemaal kwam aanwaaien. Bij wie het vanzelf leek te gaan. De jongens en meisjes met aanleg. Maar dat waren niet per se de lui die het verst kwamen, had hij gemerkt. De studenten met een gemiddeld talent, die er echt voor moesten werken, bij wie het aankwam op doorzettingsvermogen en inzet, die zag hij na hun academietijd succesvoller worden.

‘De wil om iets te doen is invloedrijker dan talent.’

Die regels van Mike doen me ook denken aan de Franse postbode Ferdinand Cheval. Een eenvoudige man uit het dorpje Hauterives, in de buurt van Lyon, die rond 1900 iets opmerkelijks tot stand heeft gebracht.

Het verhaal wil dat Cheval in 1879 tijdens zijn dagelijkse postronde struikelde over een steen waarvan de vorm hem aansprak. De volgende dag ging hij terug naar die plek, en begon stenen te verzamelen. Van die stenen is hij met cement, leem en gaas iets gaan bouwen in de achtertuin. Ideeën voor zijn bouwwerk kwamen van de ansichtkaarten en geïllustreerde tijdschriften die hij rondbracht. Voorstellingen uit de Bijbel, hindoeïstische tempels, druipsteengrotten.

Maar liefst 33 jaar lang is postbode Cheval bezig gebleven met bouwen, vaak ’s nachts bij het licht van een olielamp. Zijn in allerlei stijlen opgetrokken persoonlijke paleisje was zijn levenswerk. Ja, mét het mausoleum dat hij voor zichzelf en zijn vrouw bij elkaar metselde op de begraafplaats toen duidelijk was dat hij niet in zijn eerste bouwsel mocht worden begraven.

Cheval werd aanvankelijk een beetje beschouwd als dorpsgek.
Een kunst- of architectuuropleiding had hij ook niet. Hij leek maar wat te doen.
Maar na verloop van tijd kwamen gevestigde kunstenaars kijken naar wat hij maakte. Schrijver André Breton en schilder Picasso bijvoorbeeld spraken hun waardering uit voor het werk van de eenvoudige postbode. Er kwam ook publieke belangstelling van buitenaf. Het ‘ideale paleis’ van postbode Cheval werd een attractie. En er verschenen zowaar ansichtkaarten van Le Palais Idéal. Precies zulke ansichtkaarten als waardoor Ferdinand zich ooit had laten inspireren.

De cirkel was rond.

Jaren geleden, toen een Europese autovakantie wat makkelijker te realiseren was dan nu, zijn mijn vrouw en ik wezen kijken naar het bouwwerk van Cheval. Het is nog steeds een attractie. Het is de attractie van het dorp. Wat zeg ik: van de streek.

Van dorpsgek tot attractie. Zo kan het gaan.

Wij waren ook werkelijk onder de indruk. Onder de indruk van wat één enorm gedreven man tot stand kan brengen.

Had Ferdinand Cheval ‘talent’?

Als je zo’n bouwwerk ziet, realiseer je je dat dat een beetje een onzinnige vraag is.
De wíl van die man was bepalend.
De innerlijke noodzaak van waaruit hij dit maakte.

‘De wil om iets te doen is invloedrijker dan talent.’

Als ik een van de kinderen van Mike Boddé was, zou ik deze levensles ter harte nemen.

SPEELLIJST
                       
DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

MIKE BODDE
2. Hanna - Mike Boddé
3. Boventonenlied – Mike Boddé & Kristina Fuchs
4. De dieren – Mike Boddé

OORLOG & BEVRIJDING
5. De ballade van het wonderorgel – Gerard Cox & John van Eijk
6. Trees heeft een Canadees – Albert de Booy
7. Trees heeft een Canadees – Dick Doorn
8. Ons Holland is vrij! – De Flamingo’s
9. Parklane serenade – Dolf van der Linden & Metropole Orkest


 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: