Hoogleraar koloniale geschiedenis: Plaats tegenbeelden bij gewelddadige 'helden' uit de geschiedenis

Met de wereldwijde Black Lives Matter-demonstraties tegen racisme en anti-zwart geweld, is ook opnieuw de discussie opgelaaid over het koloniale verleden van westerse landen, waaronder Nederland. In de nacht van donderdag op vrijdag spoot de actiegroep Helden van Nooit de woorden Killer en Dief op het standbeeld van Piet Hein en rode handafdrukken op de gevel van kunstcentrum Witte de With, vernoemd naar Witte Corneliszoon de With.

"Er is geen twijfel over mogelijk dat alles wat te maken heeft met kolonialisme is gebaseerd op racisme en geweld. Dat was de kern van het Europese kolonialisme", zegt hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie. Hij doet al tientallen jaren onderzoek naar het koloniale verleden van Nederland. De afgelopen jaren richtte hij zich vanuit het Leidse Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde op het Rotterdamse verleden, in opdracht van de gemeente.

De beelden van Nederlanders uit de tijd van onze koloniale overheersing zijn geen neutrale vormen van geschiedenis. "Ze kregen die standbeelden als eerbetoon, omdat men toen dacht: deze mensen hebben de republiek beschermd. Anders had Nederland nooit bestaan zoals het is. Dat is waar. Tegelijk waren ze actief in de tijd van de koloniale macht. Ze dienden in onder meer de Cariben en Afrika en waren onderdeel van de koloniale geschiedenis. Dat is allebei waar en maakt het ingewikkeld."

Nieuwe beelden

Een belangrijk historisch tegengeluid is het oprichten van nieuwe monumenten. Oostindie noemt als voorbeeld het slavernijmonument. "Dingen afbreken is wat je niet moet doen, je moet juist een nieuwe betekenis maken. Dat kan door teksten te plaatsen met een ander verhaal en nieuwe beelden maken. Wat je ook kunt doen, dat is nog niet gebeurd: letterlijk tegenbeelden plaatsen." Zo zou een standbeeld van Jan Pieterszoon Coen kunnen worden aangevuld met een beeld dat symboliseert wat hij aanrichtte.

Piet Hein is vooral bekend als de man die de Zilvervloot won van de Spanjaarden. Daarmee hielp hij bij het opzetten van de West-Indische Compagnie. "Zijn beroep was niet slavenhandelaar, hij was zeeman, militair. Maar door zijn prestaties maakte hij wel de latere slavenhandel en koloniale overheersing mogelijk", legt professor Oostindie uit.


Wat hem betreft is het heel belangrijk dat dat deel van de geschiedenis nu allemaal duidelijk wordt. En dat we daar goed naar kijken.

Onder het tapijt

De kritiek op het koloniale verleden is niet nieuw, maar wel lang onder het tapijt geveegd. "Gedurende de koloniale periode waren er al mensen, ook in Nederland, die zich verzetten en zeiden: dit is niet goed. Dat waren vaak christelijke of liberale argumenten. Maar het feit is: de overgrote meerderheid van Nederland, de elite, en het Koninklijk huis, waren door en door betrokken bij de koloniale geschiedenis. Ze stelden daar maar heel weinig vragen bij."

Pas na de Tweede Wereldoorlog, nadat Indonesië onafhankelijk werd, werd gezegd: we moeten misschien anders gaan kijken naar die geschiedenis. Maar de eerste reflex was volgens Oostindie: we praten er niet meer over.

De meer dan een miljoen migranten uit de koloniën die naar Nederland kwamen, waren een belangrijke factor in het oprakelen van die onder het tapijt geveegde geschiedenis. "Die hebben de geschiedenis thuisgebracht, zijn geïntegreerd en dus mondig geworden."

Hypocriet

"De Gouden Eeuw is nu een beladen term. Je mag nog steeds heel trots zijn op Rembrandt, dat is prima. Maar het is ook de tijd waarin we begonnen met kolonialisme. Het is hypocriet om trots te zijn op het een en te doen of het ander niet is gebeurd. Het motto is lang geweest: vergeten en verdringen. Nu komt het terug."

In Rotterdam staan niet veel beelden van 'helden' van de koloniale geschiedenis, maar veel straatnamen in bijvoorbeeld de Afrikaanderwijk verwijzen naar representanten van wat later het apartheidsregime zou worden, zoals de Van Riebeekstraat, de Bothastraat, Paul Krugerstraat.

Wat hoogleraar Oostindie betreft kunnen bestaande straatnamen in de regel hetzelfde blijven, maar zou je in nieuwe wijken juist mensen kunnen vernoemen die zich verzetten tegen dat kolonialisme, best worden vernieuwd, om een andere betekenis te geven aan het koloniale verleden. En dan niet alleen kritische Nederlanders, maar juist ook mensen in de voormalige koloniën.

Boeken

Op dit moment is Oostindie met zijn collega's druk bezig de laatste hand te leggen aan het onderzoek naar kolonialisme in Rotterdam.

Rond 1 oktober worden drie boeken gepresenteerd. Een over de koloniale geschiedenis van Rotterdam, een over het slavernijverleden en een over de erfenissen van deze geschiedenis.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: