Rotterdam dacht dat financiële risico's Warmtebedrijf goed waren afgedekt

Bij de start van het Warmtebedrijf Rotterdam waren er risico's, maar die waren aanvaardbaar voor het stadsbestuur van Rotterdam. Ook was er voldoende geld om het bedrijf te financieren. Ondertussen werd er gewerkt om risico's te beperken.

Dat heeft voormalig wethouder Wim van Sluis gezegd tegen de enquêtecommissie die onderzoek doet naar de oprichting van het Warmtebedrijf. Het Warmtebedrijf moet restwarmte uit de Rotterdamse haven gebruiken voor het verwarmen van huizen en bedrijven uit de omgeving.

Al vanaf het begin in 2006 ging er, ondanks de grote hoeveelheden geld die in het bedrijf werden gestoken, veel mis. Dat wordt vanaf vrijdag onderzocht door een zogenaamde enquêtecommissie. Die verhoort allerlei mensen die door de jaren heen betrokken waren bij het Warmtebedrijf.

Milieu verbeteren was het doel

"We hebben toen wel bewust een aantal risico’s genomen om te proberen de CO2-uitstoot te verminderen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarom is het Warmtebedrijf opgericht met een goede financiering, een forse ondersteuning van de rijksoverheid van 20 miljoen euro", zegt voormalig wethouder Van Sluis.


Vrijdag was het eerste verhoor van de enquêtecommissie van de Rotterdamse gemeenteraad over het Warmtebedrijf Rotterdam. De commissie onderzoekt wat er vanaf de oprichting is misgegaan. Ondanks veel financiële injecties van de gemeente zijn er nog steeds problemen.

Verliesgevend

Er zijn bijvoorbeeld te weinig aansluitingen om warmte te leveren, terwijl er warmte in overvloed is. Ook haakten betrokken bedrijven ineens toch af. Het Warmtebedrijf is na al die jaren nog steeds verliesgevend.

Van Sluis benadrukte dat de markt in eerste instantie niet gelijk interesse had voor het Warmtebedrijf, daarom is het door de gemeente opgericht. Het idee is altijd geweest het bedrijf snel daarna van de hand te doen aan een commerciële partij.

"Het staat in de businesscase dat in 2013 het moment zou zijn om te kijken of de markt het over zou nemen", zegt Van Sluis.

Voldoende toezicht?

Veel vragen waren er over het toezicht van de oud-wethouder. "Hoeveel tijd was u bezig met het project? Hield u voldoende controle? Was u erbij betrokken toen met marktpartijen werd gesproken?"

Van Sluis reageerde daarop door te zeggen dat veel werk door de experts gebeurde, zoals dat ook hoort. "Er zaten topambtenaren op. Regelmatig word je als wethouder dan geïnformeerd. Een wethouder onderhandelt niet zelf met de markt."

Ook over het afhaken van Shell waren vragen. Maar omdat dat gebeurde nadat Van Sluis stopte als wethouder in maart 2006, gaf hij daar geen antwoord op. Hij verwees naar zijn opvolger: Mark Harbers. Die verschijnt volgende week voor de commissie.

Vertrek van Pastors

Van Sluis vertelde wel dat het Warmtebedrijf niet zijn grootste project was. Mede door het vertrek van collega-wethouder Marco Pastors had Van Sluis het erg druk. "De plannen voor de tweede Maasvlakte werden uitgewerkt, de RET werd verzelfstandigd en toen Pastors was weggestuurd, kreeg ik zijn portefeuille erbij. Maar op momenten dat het nodig was (voor het Warmtebedrijf, red.) was ik er altijd bij."

Volgende week donderdag gaan de verhoren verder. Dan gaat de commissie in gesprek met de eerste directeur van het bedrijf. In de andere verhoren die gepland staan, wordt ook gesproken met onder anderen oud-wethouders Mark Harbers en Alexandra van Huffelen.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam Enquête Warmtebedrijf Nieuws
Deel dit artikel: