ARCHIEF RIJNMOND 14 juni 2020 - Non-probleem

Afgelopen week heb ik een beetje geworsteld met een non-probleem. Ik ben in gedachten bezig geweest met een probleem dat nauwelijks een probleem kan worden genoemd. Maar dat me wel een reis door de tijd heeft opgeleverd.

Ik heb me het hoofd gebroken over hoe ik de inrichting van mijn werkruimte thuis zal veranderen.

Ik werk thuis, te midden van grammofoonplaten, cd’s, boeken, losse papieren, documentatiemappen en veel meer. Er zijn tijden dat je nauwelijks kunt zien dat er een kleed op de grond ligt, op mijn bureau is maar een klein plekje vrij waar ik mijn onderarmen op kan leggen zonder iets om te stoten, en ik zou soms echt moeten graven om nog bij de bestofte piano te komen die ik uit het ouderlijk huis heb meegenomen.

In deze zelfde ruimte wil ik weer een opnamestudiootje optuigen zoals ik vroeger ook heb gehad. Dus moet ik plek creëren om op een werkblad een mengpaneeltje neer te zetten, ik moet in de buurt van dat paneeltje gitaar kunnen spelen, de piano moet bereikbaar zijn, en aangezien ik nu en dan ook mensen wil uitnodigen moet er iets van loopruimte worden gemaakt.

Zet ik er een bureau bij? Verplaats ik het huidige bureau? Maak ik een heel nieuw bureau? In een L-vorm? Of een U-vorm?
En hoe ga ik dan zitten? Naar het raam met uitzicht op het binnenterrein? Of dwars op het raam? Of met mijn gezicht naar de deur van de kamer?
Met mijn gezicht naar de deur voelt op de een of andere manier het meest natuurlijk aan. Dat je kunt zien wie er binnenkomt.

Niet dat er zomaar iemand binnenkomt. Ja, mijn vrouw, maar die heeft geleerd dat ze bij binnenkomst maar het beste een beetje lawaai kan maken om te voorkomen dat ik me helemaal de tering schrik als ze opeens naast me staat terwijl ik met een koptelefoon op zit te monteren.

Zou dat iets biologisch zijn? Dat je op zó’n plek wilt zitten dat je kunt zien wie er binnenkomt? Dat dat het veiligst aanvoelt?

Ik heb lang geleden weleens begrepen dat undercoveragenten zichzelf zo kunnen verraden. Dat ze in een te observeren café met hun rug tegen een muur gaan zitten, om de hele zaak te overzien. Nadat ze hun auto achteruit in een haakse parkeerplek hebben geschoven om meteen weg te kunnen rijden. Typisch politieagenten-gedrag.
Ik had er met mijn vrouw over. Over wat de handigste inrichting is.
Verstandig als ze is, zei ze dat ik eerst ruimte moet maken om te kunnen schuiven. Er moeten eerst cd’s en lp’s uit, anders kun je niks beginnen. Ze wees naar een rotsachtige formatie van dozen en tassen.
‘Kunnen die niet weg?’
‘Nee,’ antwoordde ik. ‘Nou ja, op termijn wel, maar pas na beluistering.’

Met mijn weerwoord oogstte ik een meewarige glimlach.

‘Denk je echt dat je dat allemaal gaat beluisteren?’ kaatste mijn vrouw terug.
‘Ja,’ zei ik, als een overmoedig ventje dat opbotst tegen de realiteitszin van zijn moeder. ‘Het gaat langzaam. Maar daar kom ik uiteindelijk wel doorheen.’

Ik wist hierna wat me te doen staat.
Zorgen voor bewegingsruimte.
En liefst op korte termijn anders komt er van zo’n huisstudiootje niks terecht. Anders gaat het daarmee net als met het midi-keyboard dat ik twaalf jaar geleden heb aangeschaft. Dat staat er nog onaangeroerd, in de verpakking.

Vanachter mijn ‘oude’ bureau rondkijkend naar de zooi, kreeg ik van de week opeens een soort déjà vu. Alsof ik dit allemaal al eens héb meegemaakt.

Mijn gedachten namen me mee terug naar mijn jongenskamertje in Schiedam, een jaar of 48 geleden. In dat kleine universumpje was ik ook nogal eens aan het schuiven met mijn bed, mijn bureautje, mijn gitaar, de platenspeler, de bandrecorder en de oude tv van beneden. De hele boel is denk ik in de loop der jaren een paar keer dat kamertje rond geweest.

Ik speelde ook wel buiten, maar ik zat graag binnen, in mijn eigen domein.

Ik heb er ook nog een tijdje over gedacht of binnenhuisarchitectuur niet iets voor me was. Drie maanden heb ik het volgehouden bij de bouwkunde-opleiding in Delft. Het was ‘m niet. Het schuiven met meubels, het verven van muren, het ophangen van van alles en nog wat was meer iets voor mijn kleine persoonlijke leven. Niet voor zoiets als ‘werk’. Waar ik me sowieso weinig bij kon voorstellen. Ik als werknemer ergens. Of als gezinshoofd.

Toch ben ik nu dan ‘werknemer’, zei het een atypische. Iemand die altijd thuis werkt. En ik heb dan wel geen kinderen, ik heb wel een vrouw, en een hond, met wie ik een soort gezinnetje vorm.

In de ogen van anderen zal ik ook wel doorgaan voor ‘volwassen’.
Maar hoe ik achter mijn bureau, te midden van al mijn spulletjes, in gedachten mijn kamer aan het herinrichten ben, verschilt niks van vroeger.

Misschien verandert je geestelijke binnenhuisarchitectuur ook nauwelijks.
Misschien gaat innerlijk behang wel een leven lang mee.

Tijdens het schuiven in mijn hoofd en het terugdenken aan mijn kamertje vroeger zag ik opeens voor me hoe mijn jongensbureautje op het laatst stond. Voor het raam. Met uitzicht naar buiten. Waar het leven zich zou voltrekken.
En nu zit ik met de enigszins existentiële vraag: wil ik naar buiten of naar binnen kijken?


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je – John Verkroost

2. Pura vida – New Cool Collective

BERICHTEN VOOR DE SCHEEPVAART
3. De Zilvervloot – De Spelbrekers
4. Afscheid van Delfshaven – Peter Blanker  
5. Als de schepen weer gaan varen – Philip Paar

KAN DAT NOG WEL?
6. Beatles compilatie – Ger Smit
7. Een Zweedse neger – Mike Boddé   
8. Vakantieland – Martin Reekers

JULES DEELDER
9. Lieve Ari - Jules Deelder
10. Lieve Ari - Trio Compleet met de dames Indigo
11. Stadsgezicht – Jules Deelder
12. Stadsgezicht - Margje van der Wal & Peter Snoei
13. Rotown Magic – Jules Deelder
14. Rotown Magic - De Flamingo’s

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: