Gedragswetenschapper: vergeet niet dat een hoop mensen zich wel aan de coronaregels houden

Waarom houden sommige mensen zich wel aan de  geldende gedragsregels om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen en anderen weer niet? In het centrum van steden als Rotterdam, in winkels, op terrassen en bij sommige mensen thuis blijkt dat anderhalve meter een rekbaar begrip is.

Dinsdag bleek uit cijfers van het RIVM dat het aantal coronabesmettingen in twee weken tijd bijna verdubbeld is. Hoe komt het toch dat mensen een loopje nemen met de regels?

Uiterste best

Martine Bouman, gedragswetenschapper aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ziet dat mensen vooral zoeken naar de juiste balans tussen de regels en de behoefte aan versoepeling. "Die balans is een kwestie van vallen en opstaan."

"Sinds de intelligente lockdown in maart doen mensen al maanden hun uiterste best. Aan de andere kant is het nu de vakantieperiode, mensen hebben behoefte er meer op uit te gaan. We moeten niet vergeten dat een hele hoop mensen zich wel aan de regels houden. De goede voorbeelden moeten ook steeds genoemd worden."

De gedragswetenschapper vindt dat de coronacrisis niet alleen maar is op te lossen vanuit de medische hoek. "Juist de gedragsregels vragen om een samenwerking tussen verschillende disciplines."

Willen én kunnen

Wat kunnen we doen om elkaar op de anderhalve meter afstand te blijven wijzen? "Je gaat in een groepje niet alleen op anderhalve meter afstand staan van je vrienden, maar je kunt elkaar erop aanspreken: ik wil niet onaardig zijn, maar zullen we wat meer afstand houden?"

Bouman wijst erop dat het niet alleen een kwestie is van willen, maar ook van kunnen. "Dat betekent ook dat de omgeving zodanig moet worden ingericht, dat het makkelijk vol te houden is. Als het niet kan omdat de afstand te klein is, dan houdt het op."

De gedragswetenschapper benadrukt dat het wel helpt. "Het gaat met twee stappen vooruit, en een stap achteruit, maar uiteindelijk ga je wel vooruit. Het wordt veel beter gecoördineerd en het testbeleid neemt toe."

Communiceren

Ook is het belangrijk om helder te blijven communiceren. "Een afgeleide vorm van persconferentie zou best zinvol kunnen zijn. Er zijn grote groepen mensen die niet goed begrijpen wat er gecommuniceerd wordt. Mensen die moeite hebben met de taal, lager opgeleid zijn, daarvoor moet je specifieke communicatie ontwikkelen. Daar adviseren wij over."

Een groot deel van de nieuwe besmettingen blijkt onder mensen tussen de 20 en 40 jaar te zijn. Moet naar die groep extra worden gecommuniceerd? "We doen sinds de crisis groot onderzoek onder 60 duizend Nederlanders naar hoe ze zich voelen en wat ze doen", vertelt Bouman. "Daar worden specifiek met jongeren gesprekken gevoerd. Wat zijn hun drijfveren? Hoe kunnen wij ze aanspreken en hoe kunnen ze elkaar aanspreken?"

"Het is een crisis die we nog nooit eerder hebben gehad. We zijn vanaf het moment dat de crisis begon direct in een enorme inspanning gekomen, zonder warming up. We moeten de moed erin houden. Niet iedereen laat de regels verslappen. Mensen schudden geen handen meer en houden zich aan de hygiëneregels.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: