Hoe een oude sok cruciaal is in een Rotterdamse moordzaak uit 1991

De Rotterdamse cold case-zaak over de dood van Muhammad Aziz in 1991 laat goed zien hoezeer de techniek is voortgeschreden. De recherche denkt daarom 30 jaar na dato alsnog de, inmiddels bejaarde, dader achter de tralies te hebben.

Wie wat bewaart, die heeft wat. In onopgeloste zaken worden spullen jarenlang opgeslagen in depots. Regelmatig worden daar nieuwe onderzoeksmethodes op losgelaten, met groot succes. Wat was er in de zaak-Aziz onder meer bewaard? Zijn sokken.

Op de sokken zaten haren, mét dna van een onbekende persoon; meneer X. Datzelfde spoor zat op de bebloede nagel van het slachtoffer. In 1991 kon de recherche daar nog niet veel mee. Nu is dat anders: er is een rijkelijk gevulde databank van het Nederlands Forensisch Instituut(NFI).

Dna-verwantschapsonderzoek

Maar helaas. Tussen de dna-profielen zat niet dat van meneer X. De recherche besloot iets breder te kijken. Dankzij een wetswijziging kan al enige tijd worden nagegaan of er misschien dna van familie in de databank zit. Een bijna-match dus: het zogeheten verwantschapsonderzoek. Eerder leidde dat tot de aanhouding van de Rotterdamse ‘prostitutiekiller’ en landelijk tot het oppakken van Jos B. voor de moord op Nicky Verstappen.

En ook dit keer, bij de zaak-Aziz, was het raak. De ‘match’ was dus niet met de dader zelf. Het bleek de neef te zijn van Chandrik R. uit Rotterdam. Hij was een oude bekende: in 1991 was hij ook in beeld geweest omdat hij de levensverzekeringen had afgesloten op Muhammed Aziz. Na al die jaren stond de politie weer voor zijn deur. Een nadere test leverde een volledige match op met de sporen op de sokken en de nagel.

Verdachte zweeg over sokken

Chandrik R. ontkent. Hij heeft wel een verklaring voor het aantreffen van zijn sporen op het slachtoffer. “We waren vrienden, matties. Als ik hem zag, dan omhelsden we elkaar.”

Maar hoe zit het dan met zijn haren op de sokken? “Muhammed Aziz kwam regelmatig bij mij thuis in Zevenkamp. Dan deed hij zijn schoenen uit en liep op zijn sokken.”

De verdachte vertelde dit woensdag voor het eerst, tijdens de rechtszaak in Rotterdam. Het OM zegt het te betreuren dat hij tot dusver had gezwegen. “Dan hadden we nader onderzoek kunnen doen.”

Want ook op dit vlak heeft de techniek niet stilgestaan. “Het NFI had kunnen kijken of het aannemelijk is dat de dna-sporen op de wijze zoals u zegt op het slachtoffer zijn gekomen.”

Dna cruciaal

Het dna-bewijs is cruciaal in deze zaak, zo benadrukte ook advocate Boonstra, die Chandrik R. bijstaat. “In 1991 was het verhaal van de levensverzekeringen en uitkeringen al bekend. Toen is de zaak tegen mijn cliënt geseponeerd. Sindsdien is alleen het dna-spoor erbij gekomen. En daar is een logische verklaring voor gegeven.”

Boonstra wijst erop dat er meer sporen bij het slachtoffer zijn gevonden dan dat van Chandrik R. “Van vijf onbekende mannen. Laat staan als ál het relevante materiaal was onderzocht.”

De rechtbank in Rotterdam komt over twee weken met een oordeel. Dan zal blijken of de rechters de dna-sporen op de sokken en de nagel voldoende bewijs vinden om tot een veroordeling te komen. 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: