Journalist Marcel Haenen (NRC) verbaasd dat zijn primeurs niet tot vervolging leiden

Het is een interessante dag voor NRC-journalist Marcel Haenen. Twee van zijn primeurs kregen dinsdag een nieuw hoofdstuk. Haenen bracht zowel de racistische uitlatingen door Rotterdamse agenten aan het licht als ook de affaire van de oud-hoofdofficier van justitie in Rotterdam, Marc van Nimwegen. Radio Rijnmond sprak met hem over zijn visie op de keuze van het Openbaar Ministerie om beide zaken niet te vervolgen.

Dat er geen sprake is van vervolging in beide zaken, klopt volgens Haenen niet. "Er zijn twee doofpotten op één dag. Het had logischer geleken om in beide zaken wel tot vervolging over te gaan. Dat dat niet gebeurd is, vind ik heel merkwaardig."

Volgens Haenen is het geen toeval dat de uitkomst van de twee zaken op dezelfde dag naar buiten worden gebracht. "Het is natuurlijk wel zo'n week dat er eigenlijk niks gebeurt, dus dan vinden ze het prettig om hun vuile was naar buiten te brengen. Dan zijn ze er vanaf als iedereen op het strand ligt. Het zal niet helemaal toeval zijn. Tegenwoordig zijn ze heel druk bezig met mediamanagement bij politie en justitie."

Minimalistische interpretatie

Het Openbaar Ministerie oordeelde dinsdag dat de Rotterdamse agenten niet vervolgd worden vanwege de racistische uitspraken die zij maakten in een Whats-Appgroep. "Justitie redeneert heel formeel juridisch", vindt Haenen.

"Ze zeggen dat het inderdaad laakbare uitlatingen zijn die de agenten deden. Maar ze zijn gedaan in een besloten appgroep. Artikel 137c strafrecht, wat belediging strafbaar stelt, vereist dat het in het openbaar gebeurt. Dit is niet in het openbaar dus dat kunnen we niet vervolgen, zeggen ze dan. Maar dat is een hele minimalistische interpretatie."

"Ze hadden best kunnen zeggen dat wanneer er meer dan tien mensen deelnemen aan een app-groep, je het risico loopt dat het openbaar wordt. Dat hadden ze best zo aan de rechter kunnen voorleggen. Dat had heel verstandig geweest."

Hoe het vervolg van de affaire eruit zal zien, bepaalt de politie. "Er wordt gekeken of de agenten tijdelijk ergens anders aan de slag kunnen. De affaire lekte uit omdat een collega van Marokkaanse komaf ook deel uitmaakte van de app-groep en zich stoorde aan de uitlatingen van zijn collega's.

Die collega heeft zich gemeld bij de teamchef van het Marconiplein. En toen is er een soort bestraffend gesprek geweest, waarin is gezegd: dit kan echt niet, we stoppen met die app-groep. Maar daarmee is het intern eigenlijk afgedaan.

Er komt nu een disciplinair onderzoek. Maar de agenten kunnen disciplinair in ieder geval terecht zeggen dat je niet tweemaal voor hetzelfde strafbare feit kunt worden berecht. Eigenlijk zijn ze al bestraft. Ook al stelde dat in de praktijk niks voor."

Burgemeester Aboutaleb liet eerder al merken dat hij niet gediend is van de uitspraken, maar Aboutaleb is niet de werkgever van de agenten. "De agenten zijn in dienst van het ministerie van justitie. Dat is de werkgever uiteindelijk. Politie kan die agenten ontslaan, Aboutaleb niet. Natuurlijk helpt het niet als Aboutaleb zou zeggen dat hij de agenten niet in deze eenheid wil hebben. Dat zou hun positie wel wankel maken, maar hij gaat er eerlijk gezegd niet over." 

Geen vervolging

Ook in de zaak rond de amoureuze verhouding tussen twee hooggeplaatste collega's ziet justitie af van vervolging. "De voormalige procureur-generaal en later hoofdofficier van Rotterdam, Van Nimwegen, heeft een jarenlange geheime affaire gehad met officier van justitie Marianne Bloos. Die hij zelf heeft aangesteld", zegt Haenen.

"In die romance hebben ze jarenlang met de dienstauto allerlei plekken bezocht, zoals hotels en restaurants, en dienstreizen gemaakt. Er was alle reden om aan te nemen dat er op ongeoorloofde wijze gebruik is gemaakt van publieke middelen. Daar hadden ze voor vervolgd kunnen worden, maar ook hier heeft het OM besloten: liever niet."

De onafhankelijke commissie-Fokkens heeft de kwestie onderzocht en rapport opgemaakt. Toch is dit rapport niet meegenomen als bewijsmateriaal. "Heel merkwaardig", vindt Haenen. "Het OM zegt dat al het materiaal dat de commissie-Fokkens heeft verzameld van meer dan honderd getuigen, niet mag worden gebruikt. Die zijn in vertrouwen afgelegd tegenover de onafhankelijke onderzoekscommissie en die kunnen in het strafrechtelijk proces niet gebruikt worden volgens het OM. Daardoor heeft justitie ook maar heel weinig materiaal. Ook hier vind ik dat wanneer je als OM moet besluiten over de vervolging van twee hooggeplaatste collega's, je dat niet zelf moet willen afdoen. Dan moet je dat aan de strafrechter voorleggen."

Toch begrijpt Haenen de keuze om de zaak niet door te zetten ook wel een beetje. "Voor het Openbaar Ministerie zou het echt een bloedbad zijn geworden als zij deze twee top-magistraten in het strafrechtbankje hadden zitten en de pers toekijkt hoe ze elkaar te lijf gaan. Maar erg netjes is het niet. Voor het imago van het OM is dit geen goede dag."

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Openbaar Ministerie racisme
Deel dit artikel: