Onderzoek naar Syrische statushouders: 'integreren gaat beter, werk zoeken blijft lastig'

De Erasmus Universiteit doet in opdracht van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam een meerjarig onderzoek naar de integratie van Syrische statushouders. Tussentijdse resultaten laten zien dat deze groep zichzelf steeds beter kan redden en beter Nederlands gaat spreken. Maar de arbeidsparticipatie blijft laag, volgens het onderzoek 18 procent.

Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) helpt Syriërs die naar Nederland zijn gekomen. In 2015 hebben 200 Syrische gezinnen met een verblijfsvergunning een huis gekregen van SNTR. Zo snel mogelijk meedoen met de Nederlandse samenleving was het doel.

Droom is om metrobestuurder te worden

Belal Saybaa en zijn gezin doen mee aan het onderzoek en zijn al drie jaar in Nederland. Via SNTR hebben zij in IJsselmonde een huis gekregen. Momenteel loopt hij stage voor conducteur bij de RET. "Eind september hoor ik of ik het word." Zijn droom is om metrobestuurder te worden. "Ik kan dan deze hele stad zien."

Onderzoeker Jolien klok van de Erasmus Universiteit ziet positieve punten in het onderzoek. "Mensen spreken beter Nederlands en zijn meer zelfstandiger geworden in het regelen van zaken." Voorbeelden zijn het zelf afspraken maken bij de dokter, formulieren invullen en het regelen van financiën.

‘Dat baart me wel zorgen’

Het gaat op veel fronten goed, maar het aantal werkplekken voor Syriërs in deze groep blijft laag. Volgens het onderzoek 18%. "Het is een kwetsbare groep. Ze hebben niet veel vaste contracten en veel tijdelijk. Dat baart me wel zorgen." 


Belal zegt ook dat werk vinden problematisch kan zijn. Voor bepaalde functies is een niveau nodig die hij niet heeft. In Syrië heeft hij alleen de basisschool doorstaan. Desondanks ziet Belal de toekomst positief tegemoet. "Het is hier heel fijn voor ons. Gelukkig ben ik hier."

Meer over dit onderwerp:
Nieuws
Deel dit artikel: