Wouter ter Braake leidde als 21-jarige de Rotterdamse havenstaking van 1970

De havenstaking van 1970 in Rotterdam is de boeken ingegaan als een van de grootste van na de oorlog. Het was een wilde staking, buiten de vakbonden om. Maar net zo bijzonder: hij werd geleid door een 21-jarige ‘snotneus’, Wouter ter Braake. Vijftig jaar later kijken we door zijn ogen naar de acties in de haven, naar het Rotterdam van 1970, een ‘rebelse stad’.

Op 30 augustus 1970 beklom Wouter ter Braake op zijn sokken het spreekgestoelte op het plein bij de Doelen, om duizenden stakende havenarbeiders toe te spreken. Dat was ongepland. “De man die het zou doen, durfde niet. Ik ben altijd spontaan, impulsief geweest, dus toen dacht ik: dan doe ik het maar. Op een briefje had ik de eisen gezet. Maar ik wist amper waar het over ging. Ik was een jongen uit de provincie. Ik had nog nooit een havenbedrijf van binnen gezien.”

Kommunistiese Eenheidsbeweging

Ter Braake had op dat moment al enige naam gemaakt tijdens roemruchte bewonersavonden in het Oude Westen, waar hij brutaal de interruptiemicrofoon had gegrepen. Als lid van de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (KEN) had hij er geen moeite mee het gevestigde gezag aan te vallen. Het kwam hem op een reprimande van burgemeester Tomassen van Rotterdam te staan, die smalend sprak over ‘Mao-communisten’. Met als voorman Ter Braake. ‘Ik ken zijn manier van doen. Het is het ringeloren en bespelen van mensen op een verschrikkelijke manier.’

Anno 2020 kan hij er hartelijk om lachen. “Joh, we werden helemaal niet geïnstrueerd vanuit Peking en Albanië. Ik was gewoon een jong broekie, dat zomaar die zee is in gerend. Heel naïef.”

10.000 man door de Maastunnel

De havenarbeiders accepteerden hem en Ter Braake dirigeerde de mannen naar de Maastunnel, voor een spectaculaire mars. Het verkeer werd stilgelegd. “We gingen met een mannetje of tienduizend door de tunnel. Het gevoel was er: wij hebben het nu even voor het zeggen in Rotterdam. De kreet ’25 nee, 75 ja!’  weerkaatste mooi in de tunnel.” 

Het was een gevleugelde leuze. De havenwerkers eisten meer geld, omdat zij zagen dat nieuw personeel, dat werd geronseld door koppelbazen, veel meer verdiende. ‘Ze kommen allemaal uit de bajes en hebben twee verkeerde klauwen’, zoals een van de boze stakers het destijds verwoordde. De bonden schoten in hun ogen tekort met hun looneis van 25 gulden, de 75 gulden van het stakingscomité Arbeidersmacht van Ter Braake was realistischer.

De mars door de Maastunnel eindigde bij het kantoor van de werkgeversorganisatie SVZ (Scheepvaartvereniging Zuid) aan de Pieter de Hoochweg in Rotterdam. “Ik mocht naar binnen en werd ontvangen door zes, zeven ondernemers in hun mooie pakken. Dat was best imponerend. Maar wij hadden de arbeidersmacht buiten op straat staan.”

Lege handen

Ter Braake werd juichend  ontvangen bij zijn terugkeer, maar hij stond met lege handen. “We hadden in ons comité ook helemaal geen ervaring en niet nagedacht dat de we brug moesten slaan.” Uiteindelijk hebben de vakbonden alsnog voor een akkoord gezorgd, dat redelijk dichtbij de eisen van het stakingscomité kwam.

“De havenstaking heeft gezorgd voor een loongolf door Nederland. Ik ben er later nog wel eens op aangesproken door een ondernemer: ‘weet jij dat jij de Nederlandse economie tweehonderd miljoen gulden hebt gekost!’”

Wouter ter Braake, de jongste stakingsleider ooit, denkt met plezier en enige trots terug aan 1970. Een jaar waarin veel gebeurde in de stad: Feyenoord kampioen, de manifestatie C70, het popfestival in Kralingen en dan de havenstaking in de nazomer. “Het was een smeltkroes van gevoelens en ideeën. Vergeet ook de Vietnam-demonstraties niet. Een rebelse tijd.” 

Schijthuis

Hij haalt een anekdote aan uit zijn periode bij de actiegroep het Oude Westen. “Tijdens een bewonersavond kreeg een klagende vrouw van de aanwezige wethouder het verwijt dat zij kennelijk een woning wilde met een Amerikaanse keuken. Waarop zij zei: ’Zorg eerst nou maar eens dat ik een fatsoenlijk schijthuis krijg!’”

“Dat is voor mij 1970 in Rotterdam. Na de wederopbouw draaide het niet meer alleen om economische groei. De bevolking stond op en eiste een fatsoenlijk schijthuis en een behoorlijk loon.”


 

Deel dit artikel: