Column: Hoe prestatiedrang leidde tot de val van Leonidas

De noodlijdende Rotterdamse voetbalvereniging Leonidas maakt alsnog een bescheiden doorstart. Op zaterdag, met een beperkt aantal elftallen. Tot voor kort behoorde de club tot de top van het Nederlandse amateurvoetbal, maar de zucht naar roem leidde de val in. Paul Verspeek zag het als lid van Leonidas dertig jaar geleden al aankomen.

Binnenkort bestaat de RKSV Leonidas 111 jaar. Een traditionele, katholieke vereniging. Vroeger was het leven eenvoudig in Rotterdam Noord. Als je katholiek was, dan koos je voor Aeolus, of voor Leonidas. De paters op school waren in die twee kampen verdeeld. Het kon ook tot verdeeldheid binnen families leiden: tot afgrijzen van mijn broers trok ik niet het rood-zwart van Aeolus aan, maar het wit-blauw van Leonidas. Al was tegen die tijd de emotie er wel een beetje af.

Ik kon hard rennen maar verder geen potten breken, dus verder dan het derde elftal heb ik het nooit geschopt. Zondags was het vaak schrapen om het elftal compleet te krijgen en dan was aanvulling vanuit de jeugd welkom. Dan zag je zo’n 17-jarige blaag achteloos een bal in de kruising schieten en dacht je: Die zit over een paar jaar in het eerste. 

Het is de levensader van iedere amateurvereniging, de doorstroming vanuit de jeugd. Ze nemen hun broertje mee en hun ouders. En als ‘Jeffrey’ dan uiteindelijk in het eerste speelt, staat zijn moeder nog steeds achter de bar. En daar is het bij Leonidas fout gegaan.

Veteranen

Terug naar de jaren tachtig. Als jonge God speelde ik met gemak twee wedstrijden op een dag. In het veteranenteam, met al die krakkemikkige knieën, hadden ze altijd wel spelers nodig dus dan hield je gewoon je kloffie aan. De laatste man (in die tijd: de libero) was een kleine, stevige man met de kont van Gerd Müller. Zijn naam: Geert Hof. 

Hij was niet alleen speler, maar betrokken bij zo’n beetje alles in de club. Hof had meerdere apotheken en zat goed in de slappe was. In de kleedkamer ging al gauw het verhaal rond dat er spelers werden gekocht, van hogere amateurclubs. Leonidas speelde destijds vierde klasse KNVB. Wat Abramovitsj bij Chelsea kon, dat moest Geert Hof toch ook lukken bij Leonidas?

Ik heb ze zien komen, de spelers van Neptunus en Zwart-Wit ’28. Na de wedstrijd waren ze meestal weer snel vertrokken met hun tasjes. De voormalige rechtsbuiten van Zwart-Wit mocht dan een neusje voor de goal hebben, maar hij had een grote handicap: zijn moeder kwam niet mee. Er was een gestage instroom van (veel betere) voetballers, zonder binding met de club.

Beenbreuk

Zelf zegde ik het veldvoetbal in 1989 vaarwel, na een meervoudige beenbreuk. Ik heb nog zo’n twintig jaar in de zaal gespeeld voor Leonidas. Ondertussen voltrok zich aan het Erasmuspad in Schiebroek een revolutie. Leonidas 1 promoveerde dat het een lieve lust was, behaalde de topklasse en won in 2012 de KNVB-beker voor amateurs.

De kleine tribune langs het hoofdveld bleef al die tijd even verveloos. Een teken aan de wand. De semiprofessionele club leefde ver boven zijn stand. En verloochende zijn identiteit. Leonidas, dat was de club van ‘Ome’ Jan ter Heerdt. De oude, kale baas die op zondag als vrijwilliger de kantine opendeed. Die je in alle vroegte aan de lijn kreeg en ietwat nurks hoorde zeggen: 'Alles afgelast!'

Leonidas was de club van Frank Hamers. Ik kom hem dezer dagen tegen in de rechtbank in Rotterdam als advocaat. De zevenjarige ‘Frankie’ pingelde al het hele veld voorbij. Hij was de ster van het legendarische Bollenboffen Toernooi. 'Die haalt het eerste wel!', wisten de vaders langs de lijn. En aldus geschiedde. Speelde je in de F-jes, dan wilde je ook Frank Hamers worden.

Cultheld

Het nieuwe Leonidas, dat haalde ineens Christian Gyan, ooit cultheld bij Feyenoord. Regillio Nooitmeer kwam via FC Haka uit Finland en FC Dordrecht naar Schiebroek. Leuk, voor de korte termijn, maar ook inspirerend voor de F-jes? Willen die ook 'Christian' worden, die er maar een blauwe maandag heeft gespeeld? Ik denk het niet.

Ome Jan is inmiddels overleden, het einde van een tijdperk. Leonidas kon het financieel niet meer bolwerken en kampte met een gebrek aan vrijwilligers, een probleem dat bij veel clubs speelt. Er is veel veranderd in de wereld en het Rooms-Katholieke is er ook wel af. Maar de (bijna) ondergang van de club heeft toch ook te maken met de geforceerde opkomst.

‘Libero’ Geert Hof is er nog steeds. Bart Kreft, oud-speler van het eerste, is voorzitter. Het is mooi dat er nog iets van de traditie en de herinnering aan de tijd van weleer rondloopt. Hof en Kreft gaan proberen op zaterdag Leonidas weer enige allure te geven. Misschien moeten ze de paters nog eens bellen. Want de les van Leonidas is: geld maakt niet gelukkig en de zegen van boven was zo slecht nog niet.

Paul Verspeek is verslaggever bij Rijnmond en was spits/voorstopper/keeper van Leonidas 3.
 

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Voetbal Sport
Deel dit artikel: