'Risico's warmtebedrijf onderschat en raad kreeg niet altijd goede informatie'

De risico's bij het opzetten van het Rotterdamse Warmtebedrijf zijn onderschat en de gemeenteraad is niet altijd voldoende geïnformeerd. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de raadsenquête naar het warmtebedrijf. Het eindrapport is donderdag aangeboden aan burgemeester Aboutaleb.

Het Warmtebedrijf werd opgericht om restwarmte uit de Rotterdamse haven te gebruiken voor het verwarmen van huizen en bedrijven uit de omgeving. Door allerlei problemen is het Warmtebedrijf nooit winstgevend geworden. Om toch door te kunnen gaan, was steeds meer geld nodig. Het begon met een investering van negen miljoen. Inmiddels is de rekening opgelopen tot honderden miljoenen euro's.

Er zijn ook nu nog te weinig Rotterdamse aansluitingen die gebruik maken van de restwarmte uit de haven. Er wordt gewerkt aan een uitbreiding naar andere gemeenten, maar dat traject ligt grotendeels stil.

 

Onderzoek

De commissie met daarin vijf raadsleden heeft acht maanden onderzoek gedaan naar wat er misgegaan is bij het Warmtebedrijf. Er is gekeken naar de oprichting in 2006 tot aan januari van dit jaar. Uit het rapport blijkt dat er al vanaf het begin de nodige tegenslagen waren. Zaken verliepen anders dan vooraf was afgesproken.

In eerste instantie werd gedacht dat er weinig risico zat aan het opzetten van het Warmtebedrijf en dat er voldoende geld was om tegenslagen op te vangen. De AVR was immers net verkocht en er was een subsidie van het Rijk. Maar al gauw bleek dat de risico's eigenlijk veel groter waren en dat de businesscase niet haalbaar was. 

Er werd gewerkt aan een nieuwe businesscase, maar ook daarbij waren de risico's toch groter dan was verwacht. Er kwamen nog meer verliezen. Uiteindelijk stond de gemeente borg voor 100 miljoen euro. Volgens de commissie is het belang van de gemeente toen ook veranderd. Was het doel eerst nog het verminderen van CO2, na de lening was de gemeente ook bezig om financiële risico's zoveel mogelijk te beperken.

In een later stadium ging het mis bij het vaststellen van prijzen voor de in- en verkoop van de warmte. Een manier om uit rode cijfers te komen was uitbreiding naar Leiden. Maar dat traject liep veel vertraging op en de provincie Zuid-Holland betaalde uiteindelijk niet wat Rotterdam wel verwacht had. 

De commissie concludeert dat de gemeente teveel op de stoel van het Warmtebedrijf heeft gezeten. "Op belangrijke momenten stond de onderneming zelf aan de zijlijn", aldus commissievoorzitter Jan-Willem Verheij. Ook was er weinig personeel bij het bedrijf om zo de kosten te sparen. zo zegt commissievoorzitter Verheij.

Wie is verantwoordelijk?

Er is veel misgegaan, maar de commissie kan na het onderzoek niet direct iemand aanwijzen die daarvoor verantwoordelijk was. "Het levert niet op dat je iemand of een gebeurtenis kan aanwijzen. Er was een scala aan opeenvolgende wethouders en ook veel verschillende mensen die het project ondersteunden", stelt Verheij.

De commissie heeft dertien adviezen gegeven, zodat bij volgende projecten deze fouten voorkomen kunnen worden. Zo moet bijvoorbeeld de noodzaak van dit soort projecten nog beter bekeken worden, net als de rol van de gemeente. Ook moet er een goede risico-analyse zijn. Geadviseerd wordt pas een besluit te nemen nemen als alles duidelijk en definitief is. Ook moet de gemeenteraad goed geïnformeerd worden. En de raad moet steeds uitleg krijgen hoe deze aanbevelingen worden opgevolgd. 

In oktober praat de Rotterdamse gemeenteraad over de conclusie van de enquêtecommissie.

Meer over dit onderwerp:
Nieuws Rotterdam Warmtebedrijf
Deel dit artikel: