Hoe Rick Cost als hoofd performance voor een omslag zorgt bij Feyenoord: 'Er wordt hier eindelijk aan topsport gedaan'

Een jaar duurde het, voordat 'die hockeytrainer' geaccepteerd werd binnen Feyenoord. Drie jaar later is bewegingswetenschapper Rick Cost niet meer weg te denken bij de club. De 40-jarige Hagenaar vernieuwt trainingen, vertaalt data en verlegt grenzen. "Rick werkt binnenkort als manager in Engeland", denkt Dick Advocaat.

Terwijl de selectie van Feyenoord op woensdag een heel pittige training afwerkt, wordt Uros Spajic gespaard. De Servische verdediger doet wel mee in de onderlinge partij, maar de sprintoefeningen laat hij aan zich voorbij gaan. Het staat exact zo omschreven in het voor Spajic op maat gemaakte plan van Rick Cost, het hoofd performance van Feyenoord dat verantwoordelijk is voor alles wat met bewegen heeft te maken op en rond De Kuip.

Tien maanden had Spajic niet gespeeld voor hij naar Rotterdam kwam. Daarom doet hij samen met revalidatietrainer Leigh Egger een oefening met veel balcontacten als zijn ploeggenoten gaan sprinten. Veel minder intensief. "Spajic staat er goed voor", zegt Cost. "Maar in zijn weekomvang zie je wel dat hij lang niet heeft gespeeld. De hele wedstrijd tegen Willem II heeft hem veel energie gekost. Als we hem nu één week te hard belasten, loopt hij het risico dat hij straks drie weken niet speelt. 

800 euro per jaar

Als een van de grote tennistalenten uit de provincie Utrecht wist Cost op 19-jarige leeftijd dat een profcarrière niet voor hem was weggelegd. Hij richtte zich op studeren. Eerst een opleiding tot personal trainer, vervolgens fysiotherapie, gevolgd door bewegingswetenschappen en sportpsychologie. Om wat ervaring op te doen in de sportwereld werkte hij voor 200 euro per jaar als verzorger bij de handbalvrouwen van Hellas. Ze werden twee keer kampioen en speelden voor het eerst in de clubgeschiedenis Europese wedstrijden.

Verderop in Den Haag, bij hockeyclub HGC, hoorden zij goede verhalen over die ambitieuze jongen met zijn aparte denkwijze. Oud-tophockeyer Marc Delissen werd in 2002 hoofdtrainer en belde Cost op. Of hij voor 600 euro per jaar ook fysiotherapeut bij HGC wilde zijn. Zo reed Cost in zijn derde studiejaar van de opleiding Fysiotherapie voor in totaal 800 euro vrijwel dagelijks heen en weer tussen Utrecht en Den Haag.

Hard werken

Twee jaar later stapte Cost over naar Hockeyclub Rotterdam en via de toenmalige trainer Hans Streeder belandde hij bij Oranje. Hockeyer Jeroen Hertzberger maakte hem zestien jaar lang mee en raakte goed bevriend met Cost. "Zijn motto was altijd: Iets doen is beter dan niets doen. Het is natuurlijk makkelijk om te zeggen dat je rust moet pakken als je ergens last van hebt. Daar is Rick niet van", vertelt de aanvoerder van Hockeyclub Rotterdam.

Bij de hockeybond werd Cost geroemd om zijn harde werken. Al werd dat niet altijd in dank afgenomen door de internationals. Hertzberger: "Voorafgaand aan het WK in Den Haag speelden we een oefenwedstrijd tegen Engeland. Tijdens dat duel haalden we niet de belasting die we nodig hadden om ons optimaal voor te bereiden op het WK. Dus na die oefenwedstrijd moesten we van Rick nog even een keiharde conditietraining er achteraan doen. Op het veld, tussen de fans. Dat was niet niks. Stonden we daar na afloop half kotsend over de boarding, met naast je een jongetje of meisje dat een handtekening van je wilde. Dat is Rick. Hij snapt als geen ander hoe je moet opbouwen naar een periode, waarin je veel prestaties moet leveren."

Zijn motto is 'iets doen is beter dan niets doen'
Hockeyer Jeroen Hertzberger over de werkwijze van Cost

Volgens Hertzberger is de grote kracht van Cost dat hij én uitvoerend fysiotherapeut is én kennis heeft op het gebied van trainingsopbouw en belasting. Ook durft hij vast te houden aan zijn visie. Bijvoorbeeld die keer toen Hertzberger een knietje in zijn rug had gekregen en nauwelijks kon lopen. "Ik dacht echt dat ik de rest van m'n leven in een rolstoel zou zitten. Maar ik moest op de massagetafel komen bij Rick en met z'n blote handen zorgde hij ervoor dat ik 72 uur later weer pijnvrij kon spelen. Dat moet je wel durven." 

Doorontwikkelen in het voetbal

Tijdens zijn werk bij de KNHB had Cost op den duur liefst negen praktijken. Afgelopen zomer heeft hij deze verkocht aan de fysiotherapeut die hij zelf opleidde bij Hockeyclub Rotterdam. Cost wilde de praktijken eigenlijk al eerder van de hand doen, omdat het lastig te combineren was met het vele reizen voor de hockeybond. Zo'n dertig weken per jaar was hij in het buitenland met de Oranjedames en -heren.

"Het kostte mij op den duur teveel geld", licht Cost toe. "Bovendien was ik klaar voor een volgende stap. Maar welke? Als ik mijzelf wilde ontwikkelen in een nieuwe tak van sport moest het wel voetbal zijn. Alleen was het verdomd lastig om er tussen te komen. Iedereen in mijn netwerk gaf aan kruiwagen te willen zijn, maar niemand deed wat."

Cost was middenin de voorbereiding op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, toen zijn oog viel op deze vacature. "Coördinator fysieke training...Wie verzint die term? Dat is niks namelijk", lacht hij nu. In eerste instantie vond Feyenoord geen geschikte kandidaat en paste de club de voorwaarden aan. Zo moest de sollicitant in de tweede sollicitatieronde academisch geschoold zijn. Cost besloot om te solliciteren op de functie, ook al had hij zijn bedenkingen bij de formulering van de vacature. 

Stap terug én vooruit

Na de Olympische Spelen van Rio ging Cost aan de slag op Varkenoord. Van de innoverende hockeywereld naar het conservatieve Varkenoord. Cost heeft er lang over getwijfeld. Op het gebied van inspanningsfysiologie beschikte de jeugdopleiding alleen over Ruud Wielart, een atletiektrainer die sinds 2008 aan de club was verbonden. Volgens Cost was de hockeywereld acht jaar geleden qua technologie al verder dan het voetbal nu is. "Qua implementatie was mijn nieuwe baan bij Feyenoord weliswaar vier stappen terug, maar qua mogelijkheden juist weer vijftien stappen vooruit. In het herenhockey beschikten we over een budget van 2,4 miljoen euro. Dat was wel frustrerend. Tot de coronatijd hadden we bij Feyenoord een begroting van zo’n 70 miljoen. En honderd keer meer aan middelen in vergelijking met Olympische sporten. Hier kan ik nog veel meer betekenen. Hier ligt de kern van mijn bestaan."

Bij Feyenoord ligt de kern van mijn bestaan
Rick Cost over de ruime financiële mogelijkheden in vergelijking met hockey
 

Het duurt een jaar voordat Cost zich op zijn vakgebied volledig geaccepteerd voelt. Er was geen performance afdeling binnen de jeugdopleiding. Hij werd binnengehaald als 'een soort performance trainer'. Cost wilde méér. Professionaliseren. Maar na een half jaar kwam hij tot de conclusie dat hij nooit én de periodisering én de krachttraining voor Feyenoord Onder 13 tot en met Feyenoord Onder 19 op zich kon nemen. 

Cost haalde Mark Onderwater (inmiddels coördinator fysieke training) naar Rotterdam-Zuid. Ondertussen was Bas van Bentum (inmiddels loop- en coördinatietrainer) op voorspraak van Arno Philips losgeweekt bij de tennisbond KNLTB. Het was het begin van het performance plan dat Cost twee jaar na zijn aanstelling presenteerde aan de clubleiding. Centrale vraag daarin: Hoe gaat de Feyenoord Academy om met alle bewegingen die niet direct iets met voetbal te maken hebben?

Eindelijk topsport

Tot september 2016 werd er op Varkenoord zelden echt getest. Michiel den Besten, destijds één dag in de week inspanningsfysioloog op Varkenoord, nam wel eens wat testjes af, maar acht uur per week bleek te weinig om er een duidelijke structuur in aan te brengen.  
Jeugdspelers ondergingen geen fysieke testen, geen sprongtesten en medisch werden zij nauwelijks gescreend. Er werd wel met data gewerkt, maar er werd nooit waarde aan die data gegeven. Nu is daar wel aandacht voor.

"Het is eindelijk topsport", zegt Cost. "Iedereen is nu elke dag volgens een bepaald ritme met de training bezig; het belangrijkste moment van de dag voor sporter en trainer. In plaats van een standaard krachttraining zijn de dagelijkse krachttrainingen nu afgestemd op de training van die dag. De structuur rondom trainingen en wedstrijden is professioneel. Beter dan hoe het was in 2016. Feyenoord heeft destijds niet stilgestaan, maar ook niet alle kansen gegrepen."

Het is eindelijk topsport
Rick Cost over de vernieuwde werkwijze binnen Feyenoord

Een van de innovaties binnen de Academy is de introductie van zogenaamde 'donorsporten'. "Het draait hierbij om het overcompenseren van een item wat in voetbal moeilijk is terug te brengen door een andere sport te doen", legt Cost uit. Zo hebben de jeugdkeepers soms een tennistraining. Met een kleine tennisbal kan je namelijk veel sneller je reflexen trainen dan met een voetbal.

Het mooiste voorbeeld vindt Cost de samenwerking met Jump XL, een springpark met trampolines. "Spelers vallen op het veld continu. En sommige jongens kunnen door de groei niet altijd hun knieën op het veld belasten met sprongoefeningen. Op een trampoline haal je die weerstand weg en tegelijkertijd leer je op een instabiel oppervlak te stabiliseren. Supermooi. Je ziet dat jongens veel beweeglijker worden in luchtduels, maar ook op de grond. Een prachtige combinatie."

Van Academy naar Feyenoord 1

Aan het einde van 2019 maakt Arno Philips binnen Feyenoord bekend dat hij een lucratief aanbod krijgt om aan de slag te gaan bij Guangzhou R&F, de club van hoofdtrainer Giovanni van Bronckhorst en assistent Jean-Paul van Gastel. De clubleiding betreurt het vertrek van de fysieke trainer van het eerste elftal, maar weet ook dat ze zijn vervanger al in huis hebben. Rick Cost schuift per januari door naar het eerste en wordt hoofd performance binnen heel Feyenoord.

"Mijn taak is om ervoor te zorgen dat spelers heel weerbaar zijn", zegt Cost. "Dat ze de zwaarste wedstrijd ooit kunnen spelen. Dat ze krachtiger en sneller worden. Hoger kunnen springen en dat ze het langer vol kunnen houden. Kort samengevat: als wij zijn uit geperiodiseerd moeten de spelers het zwaarste worst case scenario aankunnen. En in de praktijk ben je nooit klaar met periodiseren. Zo is er altijd werk."

Tekst gaat door onder de grafiek

Afbeelding

In bovenstaande grafiek is het volume van de afgelopen weken per positie weergegeven qua afstand, voetbalacties, aantal sprints en hoge snelheid meters. Iedere positie heeft zijn eigen kleur, waarbij de B staat voor buitenspeler en de M bijvoorbeeld voor middenvelder. Cost toont de exacte waarden niet en wil laten zien dat het volume wekelijks met zo'n tien procent groeit. De High Intensity Distance is de afstand, waarbij spelers sneller dan 20 kilometer per uur lopen.

"Dat is significant anders ten opzichte van het begin van deze eeuw. In vergelijking met toen is de totale afstand van een speler per wedstrijd gelijk gebleven, maar worden er veel meer afstanden op hoge snelheid gelopen. Vroeger liep een speler 200 meter per wedstrijd boven de 20 kilometer per uur, tegenwoordig komen spelers tot 1000 tot 1200 meter. Centrale verdedigers kwamen destijds niet in die snelheidszones. Nu sprinten zij ook 500 tot 600 meter per wedstrijd. Daarom is het zo belangrijk om hierop te trainen", legt Cost uit.

Dubbel programma

Voor het eerste elftal staat 22 oktober al maandenlang rood omcirkeld in de agenda. Dan speelt Feyenoord voor het eerst twee wedstrijden per week. Een dubbel programma mag volgens Cost nooit een excuus zijn voor minder presteren. "Natuurlijk kan je drie wedstrijden spelen in acht dagen. Absoluut. Het lichaam kan heel veel. Maar wel op de juiste manier. Als je één dag verkeerd periodiseert, heeft dat effect op de hele week. Dan lijkt het alsof je het niet aan kan."

Natuurlijk kan je drie wedstrijden spelen in acht dagen
Rick Cost weerlegt het excuus na een mindere wedstrijd in een drukke week

Om de inspanningen van de selectie zo goed mogelijk te monitoren, hangt het trainingsveld op 1908 vol met kleine cameraatjes. Via het LPM systeem (Local Positioning Measurement) worden data van onder meer sprints en hartslagen teruggebracht tot één minuut. Aan de hand daarvan kan je herberekenen hoe lang je nodig hebt om bepaalde waardes te bereiken. Cost vertaalt dit vervolgens naar hapklare brokken voor de trainers op het veld. "Zo simpel mogelijk", licht hij toe. "Dick (Advocaat, red.) is de eindverantwoordelijke en hij bepaalt wat hij wil trainen. Aan de hand daarvan doe ik een voorstel. Bijvoorbeeld hoe lang de training kan duren. We hebben een plan geschreven op basis van het hele jaar. Vraag mij wat we doen op 24 maart en ik kan het je laten zien. Niet de exacte oefening, wel op basis van belasting. Ik hou mij niet bezig met de tactiek, maar gebruik de tactiek wel om richting te geven aan de trainingen."

Advocaat open voor innovatie

De eerste drie weken van de samenwerking met Advocaat omschrijft Cost als 'onhandig'. "Ik kende alleen maar verhalen over deze man.” Inmiddels werken ze al bijna een jaar intensief samen. "Naar volle tevredenheid", spreekt Cost. "Dick is een fantastische coach. Ik ken weinig mensen die zo eerlijk en duidelijk zeggen wat ze willen. Hij zegt als iets niet goed is. De spelers moeten verbeteren, maar wij ook. Hij is voortdurend aan het prikkelen."

In het verleden heeft Advocaat weleens het verwijt gekregen niet open te staan voor innovaties. Cost merkt daar weinig van. "Als je de data maar slim en duidelijk in voetbaltaal uitlegt. Hij heeft geen bewegingswetenschappen gestudeerd. Qua innovatie wil Dick zeker mee. Ik heb nog niet meegemaakt dat hij iets onzin vindt."

Hoge norm

"Dat komt ook omdat ik te maken heb met iemand die er zoveel vanaf weet en zo goed is", reageert Advocaat. "Het onderling afstemmen is leuk. Wil hij meer doen of ik? Maar ik luister naar Rick. Hij bereidt alles voor, tot een jaar vooruit. Loop- en krachttrainingen deed je vroeger allemaal zelf. De laatste jaren is de data-analyse een heel bedrijf geworden. Ik weet niet of dit de norm is in Nederland. Het is wel de hoge norm hoe wij het willen. En dat heeft Rick met zijn staf er in gebracht. Deze innovaties horen tegenwoordig bij een topclub."

Advocaat is ook lovend over de medische staf, die onder leiding staat van Stijn Vandenbroucke. Iedere werkdag begint met een overleg tussen Vandenbroucke en Cost. Klokslag half 8. Een kwartier later komt de hele staf bij elkaar. Tot half 9 wordt er gesproken tussen alle afdelingen. Wie is er geblesseerd en welke oefeningen passen het beste bij welke spelers. "Dat gaat allemaal heel professioneel", legt Advocaat uit, die Cost de vrije hand geeft voor bijvoorbeeld de warming-up. "Deze jongen is zo geleerd, moet ik eerlijk zeggen. Dan komt hij wel eens met termen als duizend kilometer per vierkante nogwat. 'Joh Rick, vertel het even wat simpeler', zeg ik dan. Maar we denken over veel dingen hetzelfde. Hij vindt dat een speler sneller herstelt door arbeid te leveren in plaats van te rusten. Zo denk ik er ook over. Ik hoop dat hij nog lang bij Feyenoord werkt, maar eerlijk gezegd denk ik dat niet. Die jongen is straks verdwenen. Krijgt een managersfunctie in Engeland. Zoiets. Tot die tijd geniet ik van de geweldige samenwerking."

Cost is zó goed. Hij is straks verdwenen. Richting een managersfunctie in Engeland
Advocaat over Cost
 

Cost heeft een jaarcontract bij Feyenoord. Zijn eerste volledige seizoen bij Feyenoord 1 wordt volledig beïnvloed door corona. Vervelend, al ziet hij zelf er de voordelen van in. Cost beschikte namelijk over een veel langere voorbereiding, waarin hij de spelers eerst vrij gaf om later aan bijvoorbeeld snelheid en sprongkracht te werken. Opbouwen vanaf scratch zoals Cost het noemt. Vergelijkbaar met een Olympische voorbereiding.

Onverantwoord risico

Die voorbereiding verliep vrijwel vlekkeloos, totdat Feyenoord in Duitsland met een heel smalle selectie tweemaal op één dag zestig minuten moest voetballen. Vanwege een coronageval kon Dick Advocaat niet beschikken over spelers uit Jong Feyenoord. Maar terugtrekken van het oefentoernooi in Duitsland was ook geen optie. "Daar spelen was onverantwoord", blikt Cost terug. "Dat noemen wij katabool. In een voorbereiding wil je altijd groeien, dus van 45 naar 60 minuten en van 60 naar 75 en dan naar 90 minuten. Maar nu zijn we van 45 naar 120 minuten gegaan. Dat is niet een logische opbouw. Daar hebben wij een groot risico genomen. Het was hopen dat we weerbaar genoegen waren na drie à vier maanden. Het heeft goed uitgepakt. Het mooie van het wel overleven betekent dat je grenzen opzoekt die je anders nooit opzoekt. Dat vind ik ergens wel weer mooi. Wat kan het lichaam dan? Nou, blijkbaar meer dan wij denken."

Cost traint graag 'op de rand van de chaos'. Een term die afkomstig is uit het boek The Talent Code van onderzoeksjournalist Daniel Coyle. De kern is dat je trainingen niet te moeilijk, maar zeker ook niet te makkelijk moet maken. Op die manier kan je de grenzen van de sporter verleggen. In onderstaande video licht hij deze werkwijze toe, ook met een voorbeeld uit de praktijk.

Tekst gaat door onder de video

Rick Cost licht toe hoe hij bij Feyenoord 'op de rand van de chaos' traint

Volgens Cost is het grootste verschil tussen voetbal en Olympische sporten dat een trainer van bijvoorbeeld hockey of handbal veel meer kennis op andere gebieden moet hebben. De staf is namelijk een stuk kleiner. Omdat er in voetbal veel meer geld omgaat, zijn er meer specialisten werkzaam. En zijn de mogelijkheden groter. "Bij Feyenoord hebben we een eigen systeem om de sprongkracht in kaart te brengen. Onbetaalbaar voor de Nederlandse hockeyploeg die noodgedwongen moet samenwerken met een universiteit. Echt, er is in het voetbal zoveel meer mogelijk. En ik vraag mij af of we hier wel doorhebben dat er in andere sporten echt wereldprestaties worden geleverd. Ik denk het niet. De voetballerij is een soort bubbel."

Als voetbal iets zou kunnen leren van een Olympische sport is het de verdieping op andere vakgebieden meent Cost. Dat medewerkers in de jeugdopleiding zich verdiepen in meerdere manieren van periodiseren bijvoorbeeld. "Dan ga je ook begrijpen welke keuzes gemaakt worden door de mensen in de performance tak. Het lichaam volgt een bepaalde route. Je kan niet ineens een goede voetballer worden met een injectie van buitenaf. Dat moet het lichaam leren. En het leert niet als je altijd hetzelfde doet. Daarom moet je variatie aanbieden."

Draagvlak vanuit club

Lange tijd was dit binnen Feyenoord niet het geval. Nu werken er analisten op het gebied van video performance. Op de Academy werken psychologen, sociaal maatschappelijk medewerkers, voedingsdeskundigen. Er is zelfs een kok. "Dat klinkt logisch misschien. Maar in het handbal kookt iemand op maandag voor de hele groep en op dinsdag weer een ander", refereert Cost aan zijn tijd bij Hellas. 

"En er is draagvlak nodig vanuit de club. Niet alleen de trainers waarderen wat wij doen; het bestuur ook. Specialismen worden steeds beter gedragen. Dat komt ook door de trainers van een andere generatie. Kijk naar Melvin Boel (trainer van Feyenoord Onder 18, red.). Hij kijkt echt al hoe je data kan implementeren in zijn trainingen en maakt zijn eigen video-analyses naast de normale analyse. Dat is wel de toekomst. Als je het vergelijkt met de Olympische sport loopt voetbal misschien één generatie achter. Daar doen 50-jarige hockeytrainers dat al jaren."

Vergeleken met een Olympische sport loopt voetbal een generatie achter
Cost over de conservatieve voetbaltrainer

Vlak voor de wedstrijd tegen Sparta is Cost positief over de fitheid van zijn groep. Op het laatste moment zal worden besloten of Nicolai Jørgensen zal kunnen spelen en met de bovenbeenblessure van Justin Bijlow valt het mee. Nieuweling Christian Conteh deed vorige week tegen Gent voor het eerst een helft mee en ook Tyrell Malacia is weer fit en zal vermoedelijk weer op de bank beginnen. Zo krijgt Advocaat steeds meer opties. Cost juicht de mogelijkheid van vijf keer wisselen toe. "Dat is top. Helemaal omdat voetbal straks een nieuwe periode ingaat met structureel twee wedstrijden per week. En ook het spel gaat veranderen, denk ik. De introductie van de self pass, zuivere speeltijd, doorwisselen misschien. Het hockey heeft dat al geïmplementeerd. Ik kan mij niet meer voorstellen dat een hockeyer zestig minuten op het veld staat, want het spel is enorm geëvolueerd. Het zou kunnen dat het voetbal ook die kant op gaat."

"Of ik dat mee ga maken? Ik werk nog wel even in het voetbal. Maar mijn wens is om ooit in de NBA te werken. Dat is op datagebied het allermooiste wat er op aarde is. Likkebaardend kijk ik naar de tv als zij vijf wedstrijden in zeven dagen spelen. Daarvan ga ik rechtop de bank zitten. In de NBA gebeuren dingen waar wij alleen van kunnen dromen", besluit Cost.

Luister jij de FC Rijnmond Podcast al? Abonneer je snel!

 

Het lange gesprek tussen Rick Cost en Frank Stout is ook terug te beluisteren als podcast. Tips en reacties kunnen worden verstuurd naar sport@rijnmond.nl

Deel dit artikel: