ARCHIEF RIJNMOND 11 okt 2020 - Zelfportret

Afgelopen week ben ik weer eens tegen een vrouwelijk zelfbeeld aangelopen. Ik heb weer eens van een vrouw ervaren hoe ze naar zichzelf kijkt. En daarmee: hoe misschien wel vrij veel vrouwen naar zichzelf kijken.

Ik was bij een levendige, vrouwelijke kennis van 72 om cd’s uit een nalatenschap op te halen. En bij binnenkomst in haar appartement werd mijn oog getroffen door een werkelijk geweldig zelfportret dat ze jaren geleden had gemaakt. Een geweldig mooi schilderij van een geweldig mooie vrouw.
Ik vond haar ook nog steeds een stuk, op haar 72e, en dat zei ik ook.

Al gauw bleek dat ze zichzelf absoluut niet zo zag. Al haar leven lang was ze ontevreden met haar tanden. Ze had ook weleens overwogen er iets aan te laten doen. Ze wees ook op haar geringe lengte.

Ik hoorde een echo van wat ik ook weleens meemaak met mijn eigen vrouw, die ik natuurlijk minstens zo mooi vind als die kennis. Mijn vrouw heeft prachtig haar. Zelf vindt ze het een beetje dun en sprieterig. Voor iemand van 61 heeft ze ook een heel goed figuur. Zelf ziet ze vooral dat ze niet meer het lijf heeft van een jonge meid.

Zowel mijn vrouw als die kennis lijkt vooral de eigen uiterlijke, nou ja, ‘tekortkomingen’ te zien. Wat nadelig kan zijn voor je zelfvertrouwen op allerlei vlakken.

Voor mijn gevoel wordt er echt anders naar vrouwen gekeken dan naar mannen. Ook door die vrouwen zelf. Vrouwen worden snel afgerekend op hun uiterlijk. Bij mannen telt eerder de persoonlijkheid of de maatschappelijke positie.

Ik merk het aan mezelf.
Vroeger gold ik geloof ik wel als een aantrekkelijke verschijning. Zonder dat dat me nou erg bezighield. Inmiddels ben ik ouder. Mijn haar wordt dunner, ik ben te zwaar en ik loop er vaak bij als een voddenbaal - omdat er nou eenmaal veel kleding is die ik slecht verdraag. En nog steeds is het iets dat me niet bijzonder bezighoudt, hoe anderen mij zien.

Dat is deels iets persoonlijks. Ik geef niet zo veel om decorum.
En het is iets maatschappelijks: ik word niet afgerekend op mijn uiterlijk. Het wordt zelfs geaccepteerd als ik een zekere mate van ongekamdheid cultiveer.

Als ik ergens in korte broek verschijn, begint in het algemeen niemand over mijn benen. Als ik ergens binnenval als ‘muzikale voddenman’ kijken mensen meestal niet op van mijn hoera-haar en geëxplodeerde wenkbrauwen. Nee, denk ik weleens, pas als ik me vertoon in iets anders zou vertonen dan in een verwassen polo-shirt zou mijn uitmonstering hier en daar opvallen.

En dat ik een man ben, helpt volgens mij mee dat ik het me kan veroorloven. Een Muzikale Voddenvróuw zou het moeilijker hebben, denk ik.

Bij die vrouwelijke kennis van de week heb ik gezellig op de bank zitten praten en koekjes in de thee zitten soppen.

Ze vroeg me nog naar die inleidende verhalen op de radio.
Hoe ik daar toch steeds op kom.

‘Tja,’ zei ik, terwijl ik nog een chocolaatje van de schaal graaide.
‘Die verhalen schrijven bijna zichzelf.’


SPEELLIJST

DE TUNE
1. Ik mis je - John Verkroost

2. Kijk je ’s avonds even naar de sterren - Mieke Telkamp

CORONA-OPNAMES
3. De wereld draait toch wel door - Rens de Ronde
4. In het uur van de wolf - Jan Rot
5. Op de Schans - Peter Blaker & Izak Boom   

6. In de vijver - John Swint
7. Haar lichaam - Jop Pannekoek
8. Bespiegeling - Kees Torn

ROTTERDAM
9. Rotterdams Alfabef - Joris Lutz & Iwan de Reus
10. Rotterdam - Hans van Deventer
11. ‘k Ben een Rotterdamse jongen - André Ede

KLANKSTUDIO PEEKEL
12. Bei mir bust du schön - onbekend orkestje
13. Zwerverslied - Luut Buijsman

 

Meer over dit onderwerp:
archiefrijnmond
Deel dit artikel: