'Een klein meisje in een grote oorlog': boek door de ogen van de 6-jarige Rotterdamse Jopie

"Als ik nu m'n ogen dicht doe en dan weer open, dan is het er niet meer". Dat dacht de 6-jarige Jopie Royé toen ze in 1940 een paar dagen na het bombardement over het puin van de plat gebombardeerde binnenstad van Rotterdam liep.

'Een klein meisje in een grote oorlog', zo heet het boek van de inmiddels 87-jarige Royé. Ze maakte als klein meisje het bombardement op Rotterdam mee. Haar verhaal over de gevolgen van die verwoestende aanval, de Duitse bezetting, de hongerwinter en de uiteindelijke bevrijdingsfeesten heeft ze verwoord in een boek.

Royé begon met het schrijven van columns in Rotterdam Vandaag&Morgen. Co-auteur Joop van der Hor heeft haar geholpen er een boek van te maken. "Het is niets dramatisch geworden hoor. Ik bekijk vooral de hele oorlog vanuit een kinderlijk oogpunt," vertelt Royé. 

Van der Hor checkte de vele feiten uit de verhalen van Royé voor het boek en hij was erg onder de indruk van haar geheugen. "Ja ik ben natuurlijk al 87 jaar en Joop zei dan: 'God, het is weer waar wat je hebt vertelt, Jopie!'"

Het eerste exemplaar van haar boek werd aan Jopie overhandigd op het Noordereiland. "Ik zag een boot met roeiers mijn kant op komen. Ze staken hun riemen omhoog als een soort saluut en aan één van de riemen hing een tas met mijn boek!", glundert Royé nog na.
 

'Ik kende het woord oorlog helemaal niet'


De 6-jarige Royé woont in Rotterdam Bergpolder in de Savornin Lohmanlaan. "Ons huis bleef bespaard tijdens het bombardement in 1940 maar je rook, en hoorde het en ik was erg angstig." 

Ze was tot dan toe zeer beschermd opgevoed. "Ik kende het woord oorlog helemaal niet. Mijn ouders hadden WOI bewust meegemaakt maar daar nooit over gesproken. Moeder was in tranen, maar ik begreep er helemaal niks van." 

"Ze wilden lieve kleine Jopie beschermen. Maar een paar dagen na het bombardement nam mijn vader me toch mee naar het verwoeste stadscentrum. Hij vond dat ik het moest zien: 'Dit is geschiedenis', zei hij".

Voor Jopie was het vroeger juist een feestje als ze naar het centrum van Rotterdam ging. Dan haalden ze samen met haar moeder haar vader op van het werk en kreeg ze als het budget het toe liet een glaasje limonade op de Hoogstraat.  

Geheim vriendinnetje

Toch gingen de eerste bezettingsjaren van de oorlog vrij snel voorbij voor de kleine Jopie: "Er ging ook veel gewoon door: ik ging naar school, naar de dierentuin, Plaswijckpark."

Royé beschrijft in haar boek hoe ze met voedselbonnen uren in de rij stond en dat het brood op was toen zij aan de beurt was. "Ik was een klein scharminkel en mijn moeder zei dan: heb je mensen weer voor laten dringen?" 

Ook had Jopie een 'geheim' vriendinnetje. "Tilly Das. Ik ontmoette haar op straat en mocht mee naar haar huis voor een glaasje limonade. Toen ik dat thuis vertelde, verbood mijn vader om nog met haar te spelen, want de vader van Tilly was een NSB-er. "Ja maar ik speel toch niet met haar vader, sputterde ik dan."

Jopie en Tilly bleven de hele oorlog vriendinnen. Jopie: "Ik ging lekker mijn eigen gang, dat heb ik eigenlijk mijn hele leven gedaan". 
 

Deel dit artikel: