Rotterdam heeft een belangrijke rol gehad in het slavernijverleden: 'Deze geschiedenis is niet ver weg'

Wat is de exacte rol geweest van Rotterdam in het koloniale en slavernijverleden? De afgelopen twee jaar is er grootschalig onderzoek gedaan om een antwoord te kunnen geven op deze vraag. Uit dat onderzoek blijkt nu dat Rotterdam een prominente rol speelde in de slavenhandel.

Het onderzoek spitst zich toe op drie onderwerpen, alledrie beschreven in een apart boek: Rotterdam in slavernij, Het koloniale verleden van Rotterdam en Postkoloniaal Rotterdam. Het onderzoek is zaterdag gepresenteerd en overhandigd aan burgemeester Aboutaleb en aan oud-raadslid Peggy Wijntuin (PvdA) in het Wereldmuseum. Zij heeft het onderzoek op gang gebracht door een motie, drie jaar geleden. 

De bevindingen liegen er niet om. Van de zeshonderdduizend Afrikanen die tussen 1596 en 1830 onder dwang op Nederlandse schepen werden gezet om te worden getransporteerd, was Rotterdam betrokken bij zo'n tien procent: dat komt neer op zestigduizend mensen.

Dit aandeel in de slavernij, maar ook de handel van producten uit de koloniën hebben er voor gezorgd dat Rotterdam kon uitgroeien tot de wereldhaven die het nu is. Dit valt te lezen in het onderzoek Rotterdam in slavernij van historicus Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit. 

"Mensenhandel met zestigduizend personen is niet zomaar uit de geschiedenis te gummen", benadrukt hij. Deze cijfers zijn niet nieuw. "Maar dat het nu in een boek van vijfhonderd pagina's staat, met heel veel meer informatie, betekent dat je hiermee ook zegt: 'Nu kun je daar niet meer omheen.'" 

De tekst gaat verder onder de video

Weerstand tegen slavernij was er altijd

Wanneer er wordt gesproken over slavernij, wordt vaak gezegd dat je naar de tijdsgeest van toen moet kijken. "Dan wordt gezegd dat men slavernij toen normaal vond. Of dat ze niet beter wisten. Het was zogezegd iets van de elite, van de regentenklasse." Dit boek zet dat in een ander perspectief. 

Van Stipriaan: "Maar er hebben altijd mensen tegen slavernij geprotesteerd. En bepaald niet de minste mensen. Niet zomaar verhalen in de kroeg. Dominees preekten erover. Sommige van hen verdedigden de slavernij. Maar als je dat doet, erken je tegelijkertijd dat het een issue is. Anders praat je er helemaal niet over."

Er werden ook toneelstukken opgevoerd en gedichten geschreven, vertelt Van Stipriaan. Daarnaast hebben 121 welgestelde vrouwen een brief naar de koning gestuurd en sommige politici waren ook tegen de slavenhandel. "En niet op het laatst. Maar echt al een eeuw voor de afschaffing." 

Vlakbij de Koopgoot in Rotterdam staat het standbeeld van Gijsbert Karel van Hogendorp, die een van de grondleggers was van het Koninkrijk Nederland. "Hij sprak zich al in de jaren 1780-1790 publiekelijk uit tegen slavernij en dat het afgeschaft moest worden. Maar het was een geldkwestie."

De geschiedenis is niet ver weg

In het boek van Van Stipriaan worden zo'n 1250 namen genoemd. "Ik wil de geschiedenis zo voor mensen dichtbij halen en laten zien dat dit de geschiedenis is van iedere Rotterdammer. Deze geschiedenis is niet ver weg", vertelt hij. "Door individuen te noemen, komt de geschiedenis heel dichtbij."

Er wordt bijvoorbeeld geschreven over bekende Rotterdamse families die handelden in slaven en goederen zoals suiker of koffie. "Binnen de elite was bijna geen familie die niet op de een of andere manier met het koloniale en slavernijverleden te maken had. Dus dat geldt ook voor de Van Oordts en een heleboel andere bekende families."

Tot de dag van vandaag zijn enkele van deze families nog altijd actief in de suikerraffinage. "Dat is toen begonnen, halverwege de achttiende eeuw. Zij hadden zelf schepen die naar Suriname en Brazilië gingen om daar suiker op te halen. Deze suiker werd geproduceerd door slaafgemaakte Afrikanen."  

Wat de slavernij precies in het laatje heeft gebracht voor Rotterdam is onduidelijk. De slavernij was zo verweven met de rest van de economie, dat het een vrijwel onmogelijke opgave is om dit onder te verdelen.

Rotterdamse aanwezigheid op Curaçao en in Suriname

De Rotterdamse band met Suriname en Curaçao kreeg een zeer prominente plek in het boek. "Ongeveer de helft van het boek gaat over Rotterdam. De andere helft van het boek gaat over Rotterdam en Rotterdammers in gebieden waar de slavernij was."

Van Stipriaan laat zien hoe geld uit Rotterdam naar bijvoorbeeld Suriname, Curaçao en Sint Eustatius ging. "Er waren daar ook plantages die Rotterdam als naam hadden en waar slaafgemaakte mensen als slavennaam Rotterdam kregen. Er waren schepen die de naam Rotterdam droegen. Een plantage in Suriname heette de Maasstroom.” 

Veel plantages waren in handen van Rotterdamse eigenaren. "Dit was omdat er veel kapitaal uit Rotterdam kwam en daar werden weer plantagehypotheken voor uitgegeven. Dus handelshuizen zoals Van Coopstad & Rochussen en Hamilton & Meijners hadden tientallen plantagehypotheken. Ze financierden tientallen schepen richting Suriname en het Caraïbisch gebied. Rotterdam was in al die landen belangrijk vanwege slavernij." 

Slavenopstanden

Het leven van de slaven op deze Rotterdamse plantages wordt uitvoerig belicht in het onderzoek. Hoe was het daar? Hoe gingen de mensen om met het leven in gevangenschap? Wanneer begon het verzet vanuit de tot slaafgemaakte mensen? "Dit om te laten zien dat mensen geen slaaf zíjn, maar slaaf zijn gemáákt."

Verzet is er vanaf het begin geweest. "Van de eerste dag van de slavernij tot aan de laatste. Het begon al op de slavenschepen en dat is doorgegaan in de landen zelf."

Een van de bekendste slavenopstanden was die op Curaçao in 1795, onder leiding van de revolutionaire Tula. "Duizenden mensen volgden hem. De helft van het eiland was al bevrijd. Maar zoals met heel veel opstanden is hij met militair geweld verslagen. Tula is een gruwelijke dood gestorven."

Mede dankzij Van Stripiaan hebben zowel Amsterdam als Rotterdam een slavernijmonument. Als het aan hem ligt, moet er ook voor Tula een herdenkingsplek komen. "Net zoals voor Carpata (die samen met Tula streed), Boni (verzet in Suriname) en voor de rebellerende zwarte vrouwen. Dat zou niet misstaan in deze stad."

Ken je geschiedenis

Een belangrijk streven voor Van Stipriaan is het creëren van bewustzijn. "Ik hoop dat alle drie de boeken bijdragen aan het idee van de geschiedenis over Rotterdam. Die moeten we allemaal kennen. Ook al ben je een nieuwe Rotterdammer. Dit behoort tot de roots van de stad. Die hoor je te kennen, anders ken je de stad niet."

Dat Rotterdam zo'n prominente plek heeft in de koloniale geschiedenis is iets dat bij veel Rotterdammers hard binnenkomt. "Maar na deze boeken mag je nooit meer zeggen: 'dit wist ik niet.'"

Zelfs voor de gemeente Rotterdam komen sommige feiten uit het onderzoek als verrassing. Zo wordt er sinds begin jaren negentig jaarlijks een ondernemersprijs uitgereikt die is vernoemd naar een man die een groot deel van zijn vermogen heeft verkregen door slavenhandel: Johan van der Veeken. Van Stipriaan denkt dat een heroverweging van die naam gepast is. 

"Hij was een grote ondernemer aan het begin van de zeventiende eeuw, schathemeltje rijk was hij. Hij bouwde ook hofjes voor de armen. Hij stuwde de economie en haven op." De grootste politici van dit land, zoals van Oldebarnevelt, waren bevriend met Van Der Veeken. "Maar hij was ook de eerste die begon met het uitreden van slavenschepen. Hij was ook de eerste die hier suiker is gaan verkopen uit Brazilië dat met slavenhanden gemaakt werd."

Burgemeester Aboutaleb heeft de prijs zelf wel eens uitgereikt. Ook hij had tot voor kort geen idee wat de rol van deze man is geweest in het koloniale verleden. "Het is een zaak waar ik geen weet van had. Het lijkt mij ook zinvol dat het college zich beraadt op de vraag of je de prijs met de vernoeming naar Van Der Veeken op die manier in stand wilt houden."

Het onderzoek is afgerond. Wat nu? 

Aboutaleb vertelt dat hij al best veel kennis had over deze geschiedenis. "Ik ben de afgelopen jaren betrokken geweest bij het slavernijmonument in Rotterdam, bij de jaarlijkse herdenking in de maand juli. Om de speeches te maken lees je ook heel veel informatie. Ik heb goede medewerkers die goede research doen. Dus waren dat soort beelden voor mij al min of meer bekend."

De tekst gaat verder onder de video

De burgemeester verwacht dat de afronding van dit onderzoek slechts het begin is van de vraag hoe hiermee om te gaan als stad. "Ik denk dat het heel belangrijk is dat naast het kabinet ook de stadsbesturen zich beraden op de vraag wat wij zelf doen als steden met ons stedelijke verleden."

Wethouder Wijbenga zal hiermee aan de slag gaan. "Hij zal de lead pakken om richting het college aan te geven hoe hij met de informatie wenst om te gaan. Dit zal hij in overleg met mij doen. Dan zal het college een standpunt bepalen en gaan we naar de raad. En dan zal ook de gemeenteraad van de stad Rotterdam zich hierover moeten uitspreken."

Vers Beton

Vers Beton besteedt al langere tijd aandacht aan dit onderwerp. Je kunt hun laatste artikel hier terugvinden. Aanstaande maandag organiseren zij een talkshow die volledig in het teken staat van het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. De talkshow is vanaf 20:00 uur te zien op versbeton.nl. 

Deel dit artikel: