Kees en Kees willen alles van stadsratten weten

Twee Rotterdamse Kezen gaan intensief samenwerken. Het gaat om de kersverse hoogleraar stadsbiologie Kees Vink en boegbeeld Kees Moeliker van het Natuurhistorisch Museum. Zie je ratten lopen in de stad? De Kezen horen het graag.

Kees Moeliker: "Het is een ontzettende verrijking van het museum dat we nu een eigen hoogleraar hebben. Kees Vink is hier nu gewoon onderdeel van het meubilair. Ik ben geen academicus, heb geen universitaire opleiding. We hebben wel slimme mensen rondlopen hier, maar een professor hadden we nog niet. Het kan niet anders dan dat dat mooie dingen gaat opleveren."

Kees Vink (Erasmus University College): "Ik zou graag typisch stadse dieren in kaart willen brengen. Duiven, ratten en misschien ook meeuwen. Hoe leven die in onze stad? Is dat met een zekere harmonie? Of in een conflictsituatie? We zouden ook willen kijken of de Rotterdammers daaraan kunnen bijdragen. Bijvoorbeeld een appje waarin mensen kunnen melden: hier lopen zo en zoveel ratten rond. Zodat wij dat kunnen onderzoeken." 

Kees Moeliker: "Van de ratten in deze stad weten we eigenlijk weinig. Er wordt geroepen: het geeft overlast, het is ongezond. Maar zijn er echt wel zoveel ratten als we denken? Elke keer als ik een rat zie, zet ik een stipje op een kaart. Maar als je dat op een gegeven moment met een enthousiaste club studenten gaat doen, die daar gericht naar gaan zoeken, dan krijg je veel meer gegevens." 

Rare bioloog

"Als ik een rat zie denk ik trouwens: hé leuk! Nou ben ik natuurlijk wel een beetje rare man, een rare bioloog. De vraag is waarom andere mensen er niet zo van zijn gediend. Zijn het de kraaloogjes? Is het de rommel waar de ratten in zitten? Gaat het om het schrikeffect? Dat zijn leuke dingen om te onderzoeken."

Kees Vink: "Ik heb zelf een voorliefde voor vogels. En doe graag onderzoek naar de vraag hoe je zo kunt bouwen dat je ruimte maakt voor vogels die broeden. Met andere woorden: moeten wolkenkrabbers helemaal van steen zijn of moet er, net als in Japan, een bepaald percentage groen aan zo'n gebouw zitten?" 

Kees Moeliker: "Mijn stokpaardje is de slechtvalk. Twintig jaar geleden ging ik daarvoor vijftig, zestig kilometer fietsen om die te zien. Als ik nu uit het raam kijk, zit er een op het dak van het Erasmus MC. Dat is een positieve ontwikkeling. Het betekent dat de stad voor deze ooit zo kwetsbare roofvogel een goeie plek geworden is." 

"Toevallig werd hier afgelopen vrijdag een konijn binnengebracht van de Kop van Zuid. Dat is een van de weinige dode konijnen die binnengekomen zijn dit jaar. Een slecht teken. We zien ze gewoon niet meer. Ik denk dat de beroemde konijnenziekte zijn slag weer geslagen heeft. Dat is heel boeiend om ook dat in de gaten te houden." 

Tegen Kees Vink: "Dus we hebben een dood konijn klaarliggen. Zet het mes er maar in..."